Zweden en Denemarken 2 (2016)

Eénmaal The Bridge veilig overgestoken, draaien we af naar de luchthaven van Kopenhagen. Ons oudste neemt er met een klein hartje – eerste keer alleen vliegen – een vlucht naar Perpignan, via Charleroi. Wij zoeken in Kopenhagen het gezelschap op van familie, die er toevallig verblijven. Na heerlijke koffie en koeken huren we (bak)fietsen om de stad te verkennen.

We proppen ons vol met indrukken: de Ronde Toren, Nyhavn, Christiana vrijstaat, Amalienborg, de waterkant met Kastellet en de Kleine Zeemermin, de nieuwe studentenbuurt, Tivoli… Kopenhagen blijkt dé ultieme fietsstad. ’s Middags genieten we van een heerlijke visschotel in Faergecafé (Strandgaden). Moe en voldaan zoals dat heet doen we in de terugkeer nog een terraske op een ponton langs Peblinge Lake. Aline neemt er een onvrijwillige duik in het water, zo fascinerend waren die kleine visjes!

Na het drukke Kopenhagen beslissen we een rustige plek te zoeken voor de nacht en stoppen op Stevn Camping in Strodby. Vreemde plek, en geen aanrader: hondenpoep voor de deur, gasten die zakjes afval gewoon in de haag dumpen en een opzichter die daarbij de schouders ophaalt… De frigo van de bus laat het intussen definitief afweten, dus het wordt wat behelpen met vrieselementen. We rijden langs de kust naar beneden via de klif van Hojerup, waar begin vorige eeuw een deel van de kerk samen met de afbrokkelende klif in zee verdween. Het gaat verder rondom Praesto Fjord naar het eiland Mon. Om vervolgens te beseffen dat onze identiteitskaart nog bij de receptie ligt van Stevn Camping – de uitbaters daar lijken er echt geen zin meer in te hebben!

Het verschil met Keldby Camping kan niet groter zijn: vriendelijk onthaal, ruime plek, een speeltuintje met een massa bierkratten om leuke torens mee te bouwen. Papa mag meteen aan het werk. We verkennen nog even Stege waar we lekker eten bij de restaurantketen van de lokale Jeroen Meus – die daar gewoon David heet.

De laatste volle dag spenderen we aan het ronduit schitterende Geocenter Mons Klint: een toegankelijk museum over geologie en dino’s, met leuke experimenten en 3D films. We wandelen eerst boven op de indrukwekkende witte kliffen, om vervolgens 400+ trappen naar beneden te nemen. We hebben geen succes in onze zoektocht naar fossielen, en ik voel me “naakt” zonder fototoestel. Terugkeren doen we via enkele spannende boswegels. ’s Avonds eten we krullend verse pladijs in het kleine Klintholm Havn. Eigenlijk verdient Mon een langer verblijf: het lijkt een heerlijk fiets- en wandelparadijs, en naast enkele kastelen heeft het ook een aantal oude kerkjes met mooie fresco’s.

IMG_20160715_160819

IMG_20160715_162724

IMG_20160715_173830

Helaas moeten we de volgende dag reeds terug. Via Bogo en Lolland gaan we aanschuiven in Rodby Havn, waar we de middagferry nemen naar Puttgarden. Vervolgens haspelen we de laatste 800 km af op een drafje, we komen net voor middernacht thuis.

We houden aan de reis gemengde gevoelens over: bepaalde stukken moesten te snel, en het slechte weer confronteert ons met de beperkingen van een kleine camperbus: met vier kamperen vraagt echt wel om mooi en vooral droog weer!!! Moe op reis vertrokken was dan ook geen slimme zet. Een volgende trip naar Zweden en/of Noorwegen zal alvast de goedkeuring van de weergoden vereisen…

 

 

 

Advertenties

Zweden en Denemarken 1 (2016)

De zomertrip gaat dit jaar naar Zweden, met een retourtje via Denemarken. Na een vlotte rit schepen we ’s avonds in Travemunde in voor de nachtboot naar Trelleborg. Heerlijk ontspannend is dat! Bij vertrek kunnen we de imposante driemaster “Passat” bewonderen in de haven.

Eénmaal in Zweden volgen we de kust tot in Ystad. Ja, dat stadje uit die serie. Oude vakwerkhuizen, gezellig centrum, en een nieuwe pier gesponsord door de bevolking. We zien er ook een plank met de naam van de bekendste inwoner: Wallander. Met een ovenvers donker roggebrood zoeken we ons een plekje in de jachthaven voor het ontbijt. Na de obligate “girl power” foto rijden we verder naar Kaseberga, waar ze zowaar de dorpsnaam op Hollywood-wijze tegen een klif hebben hangen. We wandelen van daaruit naar de imposante stenen kring van Ales Stenar.

We vervolgen naar het mooi middeleeuwse Glimminghus. Tegen de avond passen we voor vreselijke campings in Simrishamm, en stoten toevallig op een superplekje, een no-nonsense low budget plek aan de zee, in Baskemölla. Blijkt ook nog een eigen strandje en zeebad te hebben, dat prompt wordt uitgetest.

P1070197P1070200P1070203

De volgende ochtend bezoeken we Simrishamm, dat kleurrijk en aantrekkelijk blijkt. We eten lekkere vis in het drukke haventje, en kunnen naar hartenlust “aapjes kijken”. Terug op de camping wandelen we via het strand naar de lokale keramiste, die ook nog es lekkere koffie blijkt te zetten!

Die nacht worden we uitgeregend – 15 liter water valt uit de hemel. We beslissen om een wandeling in Stenshuvuds natuurpark over te slaan en rijden via Kivik en het prehistorische Kungagraven (grafheuvel) naar het Asnen meer. Op camping Urshult vinden we een goeie plek – de tent blijkt nog doornat, dus beslist grote zus dat ze de “bovenkamer” voortaan zal vervoegen. De ruimte in de bus wordt wat krap… We besluiten de dag in de lokale pizzeria. Intussen blijft het grijs en regenachtig…

P1070224P1070220P1070231P1070236P1070225

Met de auto naar Lunnabackens. We bezoeken er het open luchtmuseum (dorpje) en maken een flinke wandeling langs het meer. In het terugrijden stoppen we voor inkopen in Ryd en botsen per toeval op het bizarre autokerkhof, waar wrakken van de jaren ’50 en later opgaan in het bos. Het levert mooie plaatjes op. Terug op de camping doen we een dapper “zwemmertje” in het grijze koude water, en maken een campinggerechtje met… Zweedse balletjes!

P1070281

P1070282

Dag 6 intussen.  Liesbeth blijkt een teek op bezoek te hebben. We rijden daarom terug naar de lokale verpleegpost in Ryd, en bezoeken er nog een “brocante”. Nou ja… veel rommel. Bevrijd van teken gaan we in de namiddag kajakken vanuit camping Norraryd (die een absolute aanrader lijkt te zijn). We varen van Honshultefjorden naar Haubälesfjorden en terug, met best wat spannende stukjes.

Na een laatste nachtje in Urshult gaan we voor een stukje cult: het splinternieuwe IKEA museum in Almhult, pas open. Pure nostalgie, die we afronden met “gevarieerde balletjes” als lunch. In Markaryd vinden we een leuke slaapplek aan een meertje, waarna we nog het Alg en Bison Safari park bezoeken – met de auto tussen 10 verdwaasde elanden… een tourist trap dus. Aline geniet meer van het zandkastelen bouwen op de camping. De nacht wordt opnieuw koud en nat. Het humeur zakt opnieuw een paar graden…

De dag erop bezoeken we het natuurpark Söderasen in een oud vulkaanlandschap. De ravijn is indrukwekkend – de val van het fototoestel dat uit mijn handen glipt evenzeer. Gelukkig slaag ik erin om het geheugenkaartje te recupereren na een spannende klauterpartij. Omdat intussen zowat de hele inboedel van de camper nat is, huren we een huisje op de camping in Rostanga. De droogkast doet overuren, en het verwarmde zwembad ook.

P1070425

P1070429

P1070435

P1070442

Met hernieuwde moed vertrekken we de volgende middag naar Lund – wat slenteren, de kathedraal en Kultura (Pettson & Findus!) bezoeken, maar ook shoppen en flink watertanden bij de vele design- en interieurwinkels. We nestelen ons ’s avonds op een camperplek naast het stedelijk zwembad. Helaas te koud en te winderig om ervan te kunnen genieten…

Na nog een korte shopping-stop in Lund rijden we door naar Malmö. Het oude stadsdeel verleidt ons met haar pleintjes en het behapbare Moderna Museet, en de terrasjes aan het water. We verkennen ook de nieuwe stadswijken Ankar Parken en Västra Hamm, met de indrukwekkende Turning Torso wolkenkrabber van Calatrava. We nestelen ons ’s avonds in de schaduw van de Sontbrug op een enorme camping, waar ze ons netjes een plaats geven in het rijtje van VW camperbusjes.

DSC02551DSC02546DSC02545

De volgende dag verlaten we voor dag en dauw de camping, en rijden van Zweden naar Denemarken via de beroemde “Bridge”, en dit op de luide tonen van de soundtrack!

 

Normandie (2017)

Let’s start the season! Ontiegelijk vroeg vertrekken we met de bus richting Normandië. Tweede poging – de laatste “strandde” aan de oevers van de Seine. Unterwegs ontbijten we in het mooie Aire de la Baie de la Somme, op weg van Calais naar Abbeville. In Le Havre verlaten we de snelweg voor een bezoekje aan de kliffen van Etretat. Even een plekje zoeken aan het oude kerkje, als plots – een klop, geratel, stilstand. Een oliespoor, dit ziet er niet goed uit!

Verzekering bellen, en Depannage Garage Simon komt de schade opnemen. Tja, ’t is weekend (zaterdagochtend!), dus veel is er niet mogelijk, de bus wordt weggesleept. We ervaren wat een goede reisbijstand betekent: binnen de 3u regelt Ethias een hotel met ontbijt, en een vervangwagen. Intussen maken we er het beste van: picknick op het strand, met zicht op de beroemde “olifantenklif”.

Na ophalen van de wagen in Le Havre installeren we ons in Fécamps. In het typisch Franse Hotel du Commerce krijgen we de zeer ruime familiekamer op zolder als prima uitvalsbasis. Mét zicht op de grote camperparking aan de haven… We gaan nog even een luchtje scheppen en nestelen ons voor een apero en heerlijk eten op het terras van La Taverne du Musée. De cider vloeit al rijkelijk!

Dag 2 doen we een groot stuk van de Ciderroute; we rijden een eerste maal over de prachtige Pont de Normandie en rijden vervolgens langs Pont l’Eveque, Bonnebosq, Beuvron met het pittoreske marktpleintje, Cambremert, en het middeleeuwse Chateau de Crèvecoeur. In de Manoir de Grandouet proeven we calvados, cider en appelsap. Een relevant aantal flessen wisselt vervolgens van eigenaar! s’ Avonds verkennen we nog het mooie Pont l’Eveque en eten er op een idyllisch terrasje (Auberge de la Touques) langs het water.

DSC_0153

Chateau de Crèvecoeur

DSC_0150

Iemand duifje gezien?

DSC_0160DSC_0163DSC_0124DSC_0129DSC_0131DSC_0137

DSC_0146

Beuvron – commerce pratique

Dag 3 worden we wakker gebeld door de verzekering: de lokale VW garage heeft geen zin om een inspanning te doen tenzij over 2 weken… dus wordt beslist om de bus te repatriëren. We halen er nog wat spullen uit en maken ons op voor een wandeldag: in het bureau van toerisme vinden we een uitstekend carte randonnée Les Hautes Falaises, en we starten met een fikse klim tot aan het pelgrimskerkje voor vermiste zeelieden. Via mooie vergezichten op de Cap Fagnet en diverse bunkers van de Mur Atlantique zwenken we naar het binnenland en volgen een oude spoorwegbedding terug naar Fécamp.DSC_0192DSC_0201DSC_0203DSC_0186DSC_0210

Dag 4 wordt een verplicht nummertje naar Honfleur. We rijden kort door de oude kern van Le Havre, die er verrassend mooi en parkachtig uitziet, maar steken al snel nogmaals de Pont de Normandie over. Honfleur valt ons wat tegen, de hype van het oude haventje ontgaat ons en we verkennen liever de kleine straatjes en steegjes in het centrum. We rijden wat verder langs de kust tot in Trouville, waar nostalgisch mooie huizen op het strand staan.

DSC_0248DSC_0251DSC_0256DSC_0260

Dag 5 is meteen de laatste: met de vervangwagen snorren we richting Abbeville waar we langs de National 1 nog even stoppen bij een typische Routier. We beleven er nog  grappige momenten wanneer een oude local in slaap valt tussen lunch en dessert. Terug thuis laden we de wagen uit, en ’s avonds volgt nog een retourtjes Rijsel voor het inleveren van de wagen. Op internet ontdekken we dat er net een nieuwe busverbinding is opgestart tussen Brugge en Rijssel – voor een prikje worden we met een luxecar terug thuis gebracht.

Epiloog: een week later wordt de bus afgezet bij de lokale garage; het vastzetten van de motorsteun blijkt op een halfuur gefikst… back on the road!

Rondje Voeren (2017)

De Voerstreek stond al een poos op ons verlanglijstje. In mei hangen we – macht der gewoonte? – de fietsen achterop en vertrekken richting Remersdaal waar we ons installeren op camping Natuurlijk Limburg. Beetje tegenvaller, tenzij je écht van honden houdt – er liepen meer honden dan campinggasten rond, en in de cafetaria mochten ze zonder probleem in andermans bord snuffelen. Toen iemand ook nog es een stoel van onze tafel vroeg om haar hond op te zetten, hadden we het wel gehad…

Gewapend met een fietskaart en wandelkaart trokken we op pad – om snel te ondervinden dat de fikse heuvels te pittig zijn voor gewone stadsfietsen. We besluiten dan maar te gaan stappen en duiken het Veursbos in waar we de GR128 vervoegen die ons tot in Teuven brengt. Tijd voor een pitstop, die nemen we in het prettig gestoorde biercafé De Zotte Lambik. Bijgetankt klimmen we de Teuvenerberg op, om vervolgens via het dal van de Gulp richting Remersdaal te wandelen en zo terug naar de plek waar we onze fietsen achterlieten.

De volgende dag rijden we naar s’ Gravensvoeren, waar we even het Toerismebureau induiken. We hebben Aline immers wat ”ontspanning” beloofd. Er blijkt een speelbos in de buurt te liggen, waar we ons uitleven (…) met het bouwen van een takkenkamp. Het terrein blijkt verder weinig om het lijf te hebben, dus gaan we op stap. Na een korte klim flirten we een tijdje met de landsgrens, die hier nog aangeduid wordt met de oude grenspalen uit 1843. We doorkruisen een stuk van het reservaat Altenbroek, waar we diverse dassenholen opmerken. De dieren zelf laten zich evenwel niet zien. Via het dal van de Voer lopen we terug naar de bus.

De eerste kennismaking met de streek ligt wat dubbel: een prachtige wandelstreek, maar volgende keer zoeken we ons alvast een andere plek om te overnachten.

Voorjaar 2016: Zeeland, de Kempen, Eindhoven

Het voorjaar lonkt en we hebben er zin in: in de maanden april en mei worden diverse korte trips gemaakt; we lichten er 3 uit.

Tijdens de paasvakantie reserveren we in Zeeland, op camping De Rusen nabij Wemeldinge, een chalet en een staanplaats. Het idee is om de 3 kinderen in de chalet te laten slapen, terwijl we zelf in ons vertrouwde busje blijven. De plek is heerlijk rustig zo vroeg in het seizoen. Twee dagen is natuurlijk kort, maar op camping Linda huren we extra fietsen en vertrekken voor een flinke trot doorheen het vlakke land, aan de hand van de prima kaart met fietsknooppunten. We passeren de mosselgemeente Yrseke, volgen de zee tot in Krabbendijke, en steken vervolgens door naar het Kanaal door Zuid-Beveland. Deze gidst ons terug tot in de mooie jachthaven van Wemeldinge. ’s Avonds zoeken we Goes op voor een lekkere hap.

De volgende dag start met een uitgebreid ontbijt bij de gastvrouw. We rijden over de Zeelandbrug naar Zierikzee waar we als haastige toeristen ons beperken tot de highlights: de Zuidhavenpoort, de oude haven, wat flaneren door de kleine straatjes. Na een croque aan het water rijden we langs de dijken door naar Ouwerkerk. Daar is, in 4 originele caissons, het watersnoodmuseum ingericht. De betonnen caissons werden vanuit Engeland hierheen gesleept om de laatste grote dijkbreuk te dichten na de ramzalige stormvloed annex watersnood van februari 1953. We waren toch wel onder de indruk van de vele getuigenissen en het beeldmateriaal. De projectie, in de vorm van golven, van de namen van slachtoffers, is een sterke visuele vondst. Prima plek ook om met kinderen van diverse leeftijd te vertoeven.

Een tripje dat ons overtuigt om telkens weer terug te keren naar dit stukje Nederland. Makkelijk dichtbij, gevoel van ruimte, en fietsvriendelijk.

Schaapjes tellen op de dijk

schaapjes tellen op de dijk

P1060900

namen als golven

P1060892

Lekkers uit de zee

Pascal van het Weetjewel-VW-forum heeft aangeboden om even naar de bus te kijken. Saai voor vrouwlief en ons Aline, dus drop ik hen in het provinciaal domein De Averechten in Heist o/d Berg. Een schot in de roos! Het blijkt een superleuk natuurspeelpark te bevatten, pret en actie verzekerd. We installeren ons ’s avonds op camping Hof van Eeden. Mooie plek, lekkere frietjes, maar ook – hoe moet ik het zeggen – een apart publiek (denk: dik, overdadig getatoeëerd, luidruchtig). Na het ontbijt rijden we richting abdij van Tongerlo; we picknicken uitgebreid en bezoeken de indrukwekkende site. Na de middag rijden we door naar Herentals en bezoeken er het educatief waterpark Hidrodoe. Voor jong en oud een uitgelezen plek met experimenten rond water, en uiteraard de nodige waterpret!

IMG_20160506_130243IMG_20160506_162554P1060966

Half mei rijden we naar Eindhoven om er naar een California Exclusive te gaan kijken, die er te koop staat: een speciale uitvoering van de camperbus, met hoog dak, interessante indeling, en toilet aan boord. Het exemplaar in kwestie blijkt een zwaar leven achter de rug te hebben en doordrongen van tabaksgeur, en ondanks de lage vraagprijs druipen we enigszins ontgoocheld af. We plaatsen onze Groene aan Strijp S, de voormalige Philipssite. De plek is in volle conversie, en dus een boeiend oord van creativiteit met ateliers, alternatieve winkeltjes en leuke eettentjes. Helaas is het zondag, en zijn de meeste zaken dicht. We steken de grens terug over en slapen een nachtje op camping Houtum. Driewerf helaas – net als bij de vorige doortocht blijkt er een trouwfeest te zijn in de naburige feestzaal en doen we geen oog dicht. Doodjammer voor een camping die prima gelegen is en super goed uitgerust. Maar ons zien ze – definitief – niet meer terug.

P1060969P1060973P1060975P1060976P1060978P1060986P1060988

Le bas Champagne (2016)

Augustus: terwijl ons jongste op kamp is beslissen we nog eens een lang weekend op stap te gaan met z’n tweetjes. Vermits vrouwlief na een aantal klusdagen aan een verwen-vakantie toe is, kopen we een weekendje via één van de vele sites met aanbiedingen: twee dagen half pension met champagneproeverij – klinkt niet slecht.

Pas later beseffen we dat Arsonval niet echt in de ons vertrouwde Champagnestreek ligt, maar aan de Aube, een 50 km oost van Troyes! We nemen de snelweg tot voorbij Reims, waar we picknicken aan een verlaten kanaaltje. Via Châlons sur Marne over Vitry gaat het naar Brienne, waar we een oude bekende tegenkomen: Napoleon zat er op school. In de late namiddag komen we aan bij Hostellerie de la Chaumière. Onze bus met fietsen misstaat niet tussen de vele limousines op de parking .

p1000002p1000004p1000032

De volgende ochtend zijn de ambities groot: fietsen van Bar sur Aube tot aan de abdij van Clervaux. Al snel ervaren we dat de hellingen te flink zijn voor onze ordinaire stadsfietsen; we korten de lus in, picknicken op een leuke plek, en nemen de grote groene voor een bezoekje aan de abdij. In de buurt geen verveling: champagneboeren bij de vleet, dorpjes met mooie vakwerkhuizen, knappe vergezichten en diverse uitgestippelde routes (fiets, wandel, auto). We bezoeken ook het champagnehuis in een voormalige appendum van de abdij, het huis Monial in de Celliers aux Moines (Colombé le Sec).

De Cisterciënzerabdij uit 1115 werd met de Franse revolutie omgevormd tot gevangenis; het enorme terrein heeft de allure van een kleine stad.

We sluiten de dag af in de loungezetels in de tuin van hotel, met een glaasje bubbels en lectuur– vakantie!

p1000009p1000007p1000012p1000042

Zondag rijden we de andere kant op, richting grote meren van het “parc naturel régional de la fôret d’orient”. We vinden een parking in Geraudot en springen op de fiets voor een rondje Lac d’ Orient (Vélovoie des Lacs). Een flinke zon zorgt voor 30°C, we zijn blij dat we het water dichtbij hebben, de strandjes zitten overvol met Fransen op zondagsuitstap. We besluiten Troyes te laten voor wat het is en rijden via kleine baantjes noordwaarts. Onderweg zien we een aantal prachtige houten kerkjes, typisch voor deze streek.

We breien er nog een nachtje aan en vinden een kleine charmante camping in Arcis sur Aube, de camping de l’Ile Cherlieu.

Wanneer we ’s avonds iets willen gaan eten, blijkt zowat alles dicht te zijn. Op een uitvalsweg vinden we restaurant Anzi – een lekkere Marokkaanse keuken met een grappige babbelzieke eigenaar. De volgende ochtend blijkt ook brood vinden een hele opgave. Vreemd, geen streek die wakker ligt van toerisme? We vertrekken tegen de middag richting Reims waar we, na het verplicht bezoek aan de kathedraal, het office du tourisme opzoeken. Een rondrit per fiets langs de Art Nouveau springt in het oog, maar we komen niet echt onder de indruk, verwend als we zijn door bijvoorbeeld de huizen in Brussel. In de late namiddag wenden we dan ook het steven huiswaarts.

Al met al een geslaagd tussendoortje in een streek die nog veel meer te bieden heeft, op amper 4 uur rijden van thuis.

The Cotswolds en Oxford (2015)

De gezinsvakantie in de zomer van 2015 ging richting Cotswolds. Via internet vonden we een prima uitvalsbasis op Cotswold View camping nabij Charlbury. Voor de kids werd een extra tent voorzien, met 5 in een California camper is toch teveel van het goede… Op die manier beschikten we over een leuk “base camp”, en om volledig te verzwelgen in luxe besloot vrouwlief last minute met de gewone wagen mee te rijden. Zo konden we het kamp ongemoeid laten als we op stap gingen. De heenreis was best wel spannend: door een lange staking in Calais stonden er gigantische files en dit aan beide zijden van het Kanaal.

De dag van aankomst wandelden we nog even naar het centrum van Charlbury, waar alvast een interessante buurtsupermarkt was. Na ook de camping te hebben verkend kropen we tijdig onder wol.

Dag 2 reden we naar het kasteel van Chastleton, een site van de National Trust. De bedoeling was om een wandeling te maken uit het boek Weekend Walks in Britain, van de AA. Dat hadden we het jaar voordien in de Old Forge Antiques op de kop getikt in Appledore. De wandeling voerde ons door velden, het dorpje Little Compton, langs een verlaten steengroeve en vervolgens, na enkele heerlijke vergezichten, terug naar de parking, waar intussen alle andere wagens waren verdwenen.

Dag 3 besloten we in de buurt te blijven: we verkenden te voet het stadje Woodstock, locatie van het superbekende Blenheim Castle – tot dan ons enkel bekend van de live CD van Jamie Cullum. Opnieuw besloten we om niet binnen te gaan. Het stadje zelf heeft immers ook heel wat bieden, met leuke shops (interieur, brocante,…) en typische pubs.

De dag nadien trokken we er terug op uit, naar Minster Lovell, een in oorsprong 15de eeuws complex waar we tijdens onze wandeling een heerlijke picknickplek vonden in de zon. Interessante site, mooie natuur, lekker weertje… voorwaar een geslaagde dag.

Dag 5 besloten we dat we klaar waren voor het grotere werk: naar Oxford! Waar te beginnen? De shops, de vele pleintjes en kerken, een te grote keuze aan historische “colleges”? De auto lieten we achter op de grote parking aan Becket Street, om te voet via Oxford Castle naar Christ Church te wandelen, met de bekende Tom Tower, en waar we de beroemde eetzaal konden bekijken (Alice in Wonderland meets Harry Potter) naast het bijzondere plafond van de traphal.

Stonden ook nog op het programma: Corpus Christi College, Sheldonia Theatre, Carfax Tower en de omgeving van Radcliffe Camera, dat we vanop de top van de University Church of St Mary the Virgin konden bewonderen. Toch wel behoorlijke arbeid voor onze arme voeten; ’s middag konden we gelukkig picknicken aan de River Cherwell, nabij de plek waar de eerste geslaagde ballonvaart ooit werd gehouden (1784, James Sadler, mocht u ooit een kwisvraag nodig hebben). We konden er naar hartenlust commentaar geven op al dan niet geslaagde vaarpogingen met de typische platte bootjes.

Dag 6 intussen: we vertrokken ditmaal noordwaarts en kwamen toevallig de site van de Gloucestershire Warwickshire Railway ofte G.W.R.Steamway tegen, nabij Toddington. Blijkt een must bij elke trip in Engeland: stoomtreintjes kijken. Ook hier weer fraaie gerestaureerde exemplaren, naast vermoeide afdankers wachtend op wat liefde (en héééél veel vrijwilligerswerk).

We reden verder naar Sudeley Castle, waar – eveneens een traditie – de kinderen zich in middeleeuws tenue konden verkleden. In de kerk ligt trouwens nog een echtgenote van Henry VIII, namelijk Katherine Parr, als enige koningin begraven op privé domein. Na een bijzonder interessante rondleiding verkenden we in de buurt nog wat kleine dorpjes.

De volgende dag (7) kwamen we terug voor een nieuwe wandeling uit ons boek van de Automobile Association. We verkenden de omgeving van Upper en Lower Slaughter, met heerlijk ijs bij de oude brouwerij, en eindigden onze dag in het net wat te “cleane” Bourton.

De laatste dag (8) besloten we om terug naar Oxford te gaan, maar dat viel uiteindelijk wat tegen, zodat we tijdig terugkeerden naar de camping voor een laatste avondje niksen.

De terugkeer naar Dover verliep vlot – de files waren intussen verdwenen – en zo stonden we de volgende avond terug in het vertrouwde Brugge.