Wandelweekend Westhoek (2020)

Na enkele zware weken was er plots een window in de agenda. Het weekend van 24 oktober bood wat mogelijkheden om er even tussenuit te knijpen. Aline mocht op peterbezoek, en Caro zat in het UZ. Omdat we intussen de tweede coronagolf op ons dak kregen, werd een wandeltrip dichtbij gepland. Na wat rondlezen kies ik voor een stuk Kustroute van de GR5a. De knooppuntenkaart Wandelnetwerk Westkust wordt mijn compagnon en vermeldt netjes het tracé van deze GR.

De bus wordt kort na de middag achtergelaten aan de rand van het natuurreservaat De Westhoek; het pad verlaat onmiddellijk de woonwijk en een opeenvolging van prachtige stukken bos en duin dient zich aan: Calmeynbos, Oosthoekduinen, Noordduinen… Ik passeer de Zuidabdijmolen en de site van Ter Duinen, en vervolgens gaat het richting de Hoge Blekker, waar je een mooi uitzicht hebt op het natuurgebied en de infiltratievijvers van IWVA. Na Doornpanne komt het bezoekerscentrum als een welkome sanitaire stop. Helaas kunnen de drinkflessen niet worden bijgevuld – corona – en dat voor een watermaatschappij! We stappen dus koppig verder, doorheen Witte Burg tot aan de opvallende Sint-Niklaaskerk in Oostduinkerke. Intussen is de namiddag ver gevorderd, een ex-collega stelt voor om kort af te spreken aan het openluchtbad op de dijk. Ik wandel er via de Oostduinen heen.

Gewapend met de tramkaart vat ik de terugweg aan, eerst langsheen het strand, daarna langs de Koninklijke baan. Veel trams zijn er niet meer, en ik mis er ook nog eentje. Uiteindelijk maak ik de dagtrip rond via de Schipgatduinen, doorheen Koksijdebad, door de Houtsaegerduinen en zo tenslotte terug tot bij de bus. Het is intussen aan het donkeren, de teller staat op 24km…

De nacht wordt doorgebracht op de parking van het bezoekerscentrum Duinpanne, in gezelschap van een ander VW busje. ’s Morgens lijkt de hemel te twijfelen tussen droog en nat, maar na een stevig ontbijt klaart het op. Ik laat de bus achter aan de rand van Spelleplekke en start voor een wandeling richting Nieuwpoort doorheen Ter Yde. De bebouwde kom dient zich aan, het gaat richting strand en verder tot bij de havengeul om er met het veerpontje over te zetten naar het kleine reservaat waar meerdere zeehonden zich laten bewonderen. Verder gaat het, rond de IJzermonding, jachthaven, Albert I-monument en helemaal terug tot aan het veerpont. De terugkeer is minder spectaculair – via Groenendijk en door het Hanecartbos, en ik ben blij als ik de grote blauwe terug zie staan. Het rondje tikt in totaal zo’n 17 km aan.

De Westhoek is een erg mooi wandelgebied, en buiten de centra is er weinig volk. Vanuit Nieuwpoort kan je de GR 130 volgen, langs de IJzer, of verder gaan richting Oostende. Dit smaakt naar meer!

Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

(G)een Elfstedentocht! (2020)

Nu de (eerste) corona-golf is gaan liggen mogen we – voorzichtig – toch iets verder van huis. We verwachten dat iedereen richting Zuiden trekt, dus gaan wij noordwaarts, om in te haken waar we 2 jaar geleden het pad verlieten.

De eerste dinsdag van augustus vertrekken we pas op de middag; het gaat traag door de buik van Nederland tot de omgeving van Amersfoort. In Terschuur installeren we ons op boerderij Groot Westerveld. Een groene plek met opdringerige kippen. Aline stelt ze voor aan Josette, een Barbie uit de kringwinkel, die de reis van haar leven te wachten staat.

De volgende dag vullen we onze eiervoorraad aan en rijden richting Schokland – dat waren we de vorige maal voorbijgereden. Het intrigerend verhaal van een voormalige zeehaven, eiland en schiereiland, dat na drooglegging van de Noordoostpolder verworden is tot vasteland. Er is een lusvormige fietsroute rond het gebied waar veel vogels zitten, waaronder witte reigers. Via onze camperapp komen we ’s avonds terecht op boerderijcamping De Tjasker in Wyckel. Het plein staat helaas vol, maar “als we zonder stroom kunnen” is er misschien een oplossing voor één nacht. We krijgen een gemaaid vak toegewezen midden een prachtige bloemenweide! Superplek!

Op donderdag staat een rustig dagje Sloten op de agenda; zonnen en zwemmen op het strandje Evert’s Dykje, wat struinen doorheen de kleine straatjes, molen De Kaai beklimmen, en fontein De Kievit. Dit is één van de vele fonteinen die de nieuwe Elfstedenroute markeren, nu ijzige winters op zich laten wachten voor het echte werk. We duiken nog een leuke brocante binnen, met een ruime collectie oud handwerk. De snipperdag ronden we af in Taveirne ’t Bolwerk, aan het water.

Nu we niet terug kunnen naar De Tjasker is het wat zoeken – het blijkt in Friesland onverwacht super druk te zijn. Nederland doet ook aan staycation… We vinden een plekje in de overvolle camperplaats aan de jachthaven van Sneek. Sneek is zo’n typische waterplek, met een indrukwekkende Waterpoort waar we de volgende fontein treffen: Fortuna. Op het terras van Royaal Belegd kijken we naar de talloze plezierbootjes die voorbijvaren. Dolce far niente. Aline zoekt een vervolg op haar boekenreeks “Woodwalkers” maar de onafhankelijke boekhandel heeft ze niet. We informeren bij een leuk hotel naar beschikbaarheid, maar er wordt alleen maar bevestigd dat de hele streek volgeboekt is.

De volgende ochtend doen we een korte détour naar IJlst; op het plein naast de indrukwekkende houtzagerij-molen, staat een kleurrijke fontein “Bloemen” van de Japanse kunstenaar Shinji Ohmaki.

We vervolgen onze weg richting kust, met een wandeling in Hallum en omliggende dorpen, en komen uiteindelijk terecht op de kaasboerderij Johanna Hoeve in Ryptjerk, waar nog enkele ruime plekken in het groen vrij zijn. We besluiten om het boek nog te gaan zoeken in Leeuwarden maar niet nadat we eerst lekker zwemmen en zonnen aan de Groote Wielen. Bij terugkeer eten we in Doarpshûs Yn’e Mande in Tietjerk, een gezellige lokale tent.

We informeren naar een wateractiviteit en worden verwezen naar Dûke Lûk. Per fiets is het een halfuurtje door de velden tot Feanwaldsterwal, waar het hotel annex eetcafé ook kajaks verhuurt. Met een bleek doorslagje van een plan gaan we het water op, over de Veenwoudsterwalvaart en de Vaer tot aan de Swarte Vaer, en terug. Eerst missen we nog de afslag naar Loddehel die ons moet terugbrengen. Onderweg is er tijd voor een zwemmertje, de loden zon brandt op onze schouders. Het water is heerlijk, maar de magen knorren wanneer we het vertrekpunt terugzien. We doen de keuken eer aan en genieten nog wat na op het terras.

Na een verkwikkende nacht vertrekken we richting Dokkum. Weer een waterverhaal, wat had je gedacht. We bezoeken het lokale museum maar vergapen ons ook aan mooie huizen en werven uit vervlogen tijd, zoals Erven Brouwerij. Als we ons neervlijen voor een picknick vinden we een GSM hoes met diverse (bank)kaarten. Er zit ook een klantenkaart van een brillenzaak tussen, dus gaan we padvindergewijs op zoek. De winkel belooft om alles aan de eigenares terug te bezorgen. En er is ook hier een fontein- door de hitte werkt het ijzelsysteem niet goed, maar we snappen de bedoeling. Afkoelen doen we in Moddergat, en dat mag je letterlijk nemen! s’ Avonds krijgen we nog een telefoontje van een gelukkige Dokkumer die haar kaarten terug heeft.

Het is tijd om op te schuiven, we toeren via Ternaard en Wierum naar camperplaats Old Huystra State in Morra. Die camping wordt met strakke hand geregeerd. Het wordt een luie avond waarbij we de prachtige Friese paarden gaan bewonderen bij zonsondergang.

Fietsdag! Een strak plan is er niet, maar we rijden naar de afsluitdijk van het Lauwersmeer en vervolgens door Lauwersoog. We passeren diverse werken waarbij de dijken worden opgehoogd in het kader van de klimaatswijziging. Strandpaviljoen Meerzicht biedt ruimte voor een broodje, een zwemsessie verdrijft het eerste zweet en de hitte. We besluiten verder te fietsen tot in Zoutkamp, waar we ons aan de kade vergapen aan de Noors aandoende, bont geverfde loodsen. Nu we zover geraakt zijn, besluiten we de cirkel rond te maken. Vol goesting en honger komen we toe in Anjum bij het lokale hotel/restaurant, maar die geven niet thuis: ondanks dat er maar 4 tafels bezet zijn, kunnen we er niet blijven eten. Het wordt dan maar de Itery by de Mûne, een ronkende naam voor een friethuis met terras. Iedereen is blij als we ’s avonds terug op de camping zijn.

Friesland is ook: Waddenzee. In alle drukte lukt het ons nog om plaatsen te reserveren voor Ameland. In Holwerd schepen we in, met fietsen, op de veerboot richting Nes. De boot voert een dronkenmansrit doorheen de ondiepe geulen. Eenmaal op het eiland trappen we richting west; picknick nemen we aan de rand van een bos, met een zwevende buizerd boven ons. Het gaat verder richting Ballum en vervolgens Hollum, waar we rondstruinen door het mooie kerkhof dat op een terp hoog in het landschap ligt rond de kerk. We proberen er de Friese teksten te ontcijferen. Door duin en duinbos fietsen we naar het uiterste punt, met het bunkermuseum en de opvallende vuurtoren. We vleien ons even neer op het drukke badstrand, ontdekken er de lokale specialiteit “schijfijs” en keren vervolgens terug via de vogelspothut naar Nes. Er is nog tijd voor een verfrissing en wat lekkers op het terras met de heerlijke naam “Zee van tijd”. Terug op het vasteland richten we het kompas op Leeuwarden. We krijgen een warm welkom op de stadscamping. Later die avond vervoegen nog twee T4 Cali’s het terrein.

We zijn intussen 10 dagen op stap en nemen een snipperdag in Leeuwarden. We doen boodschappen, luieren en gaan op verkenning. Die leidt ons tot het grote stadsplein, waar we neervlijen op het terras van stadsherberg Bellevue. We informeren ook hier nog even naar een hotel, maar alles vol – corona en staycation, weet je wel.

De dag erop gaan we doelgerichter op pad: we verkennen de binnenstad, de stationsomgeving en de hippe buurt in het westen van de stad. Leeuwarden biedt heel wat alternatieve winkels, zoals Hardwerk Fogeltje en Ouderwets Gezellig. Uiteraard staat ook hier een fontein, genaamd “Love”. De oude gevangenis is nu een creatief broeinest annex museum annex hotel (Blokhuispoort); we steunen de lokale kunstenaars via een leuk initiatief: een oude sigarettenautomaat bevat kleine pakjes met een kunstwerkje, “kunst uit doosje”. Op de oude, parkachtige begraafplaats doen we een fotoshoot met Josette; we hebben er ook een aangename babbel met een local over de geschiedenis van het park en de stad. Leeuwarden bevalt heel hard, en graag komen we in de toekomst hier nog eens terug.

Maar nu moeten we langzaam huiswaarts. De volgende stop wordt Franeker, waar we genieten van een corona-proof optreden bij de kerk vooraleer we het vernuft van het Eise Eisinga planeterium mogen bewonderen. Ook hier mag een fontein niet ontbreken, op het dorpsplein staat de Oortwolk, een nevelbrakende constructie. Omdat er regen verwacht wordt, zoeken we onderdak voor de laatste nacht. We vinden uiteindelijk een kamer in Sextbierum, in hotel De Harmonie – al zou de nacht niet zo harmonieus of comfortabel verlopen. Eten doen we in Harlingen, waar net de Tall Ship race halt houdt. We komen ogen te kort in de haven, die vol ligt met oude twee- en driemasters. Daar ligt ook nog een laatste fontein – een betonnen, water spuitende walvis.

De laatste dag houden we nog even halt in Harlingen, en zwaaien we de vele zeilboten uit, én onze walvis. Tegen de avond zijn we terug op vertrouwde bodem. Een ontspannen en deugddoend verlof temidden de corona-gekte. Twee dagen later krijgen we het slechte nieuws dat Caroline hervallen is. Friesland nemen ze ons gelukkig niet meer af.

Staycation: van Leie tot Noordzee (2020)

Staycation: modewoord van 2020. Met de kinderen op reis/kamp en een extra lang (ouderschaps)verlof kunnen we er als koppel zowaar een kleine week op uit. Corona regeert het land, maar iedereen beseft dit jaar hoeveel er wel te ontdekken valt in eigen regio. Caro heeft als start een nachtje geboekt in B&B Mooiwater aan de Leie in Deinze.

Eenmaal aangekomen laden we de fietsen af voor een “rondje Leie”: via Vosselare naar het veer van Baarle, vervolgens via Deurle en het pontje naar Bachte-Maria-Leerne, en de verplichte stop bij ’t Oud Sashuis aan Astene-Sas. De cafébaas heeft er alle tijd voor een gezellige babbel tot de hemelsluizen open gaan. We zitten de bui uit en rijden door naar het mooie Machelen-aan-de-Leie, waar zich ook het Roger Raveel museum bevindt. Daar hebben we helaas geen tijd meer voor, maar de plek krijgt een plaatsje op de (heel ruime) bucketlist. ’s Avonds kunnen we bij Bistro Bruno, aan de overkant van onze slaapplek, lekker en coronavrij eten. De nacht valt wat tegen – met het warme zomerweer is het lastig slapen op een plastic beschermhoes, met een winterdons en zoemende muggen op de kamer!

Na een lekker ontbijt verkennen we nog even Deinze city en vervolgens tuffen we richting Melle waar we bij vrienden hebben afgesproken voor BBQ-in-the-garden. Het wordt laat… daardoor zijn we pas tegen 21u bij B&B Den Ast in Wervik. De zaak zit nog in “proeftijd” en dat merken we aan de vriendelijke maar rommelige ontvangst. We slapen wél als roosjes en na het ontbijt zoeken we een uitvalsbasis aan de Balokken. De camperplaats negeren we: wat een vreselijke sardineblik zonder enige charme!

We vertrekken op de fiets voor een toer rond Menen en Wervik, waar we – eerlijk – meer van verwacht hadden. Gelukkig zijn er onderweg nog enkele installaties te bewonderen van kunstenparcours Contrei Live. In de vroege avond zoeken we een plekje in Het Vredig Gerecht voor een lekkere hap en lokaal gerstenat.

Via Park4Night vinden we een spot in Comines, net over de grens. Het blijkt een groene plek op een kwekerij van… slakken (Lesaffre Escargots). De liefhebbers kunnen een rondgang krijgen of zich wat lekkers aanschaffen in het winkeltje. De spot wordt nog verder uitgebreid en is een aanrader. We genieten van de rust en een boek in de avondzon.

Op maandag staat een flinke tocht op het programma: we vertrekken van de sluis aan het begin van het kanaal Bossuit – Kortrijk. Tot onze verbazing zit een oude arm van het kanaal vol waterschilpadden, die rustig zonnen op een omgevallen boom. Wellicht ooit begonnen als een cadeautje voor de kinderen en vervolgens gedumpt in de vrije natuur.

Ook vandaag passeren we sites van Contrei Live, zoals de leuke kunstzwanen. Het gaat verder richting Transfo in Zwevegem waar we op verkenning gaan. Jammer genoeg is de zomerbar niet open. We verlaten het water en rijden binnendoor naar Kortrijk, waar we ons nestelen op een terras aan het Buda eiland. Kortrijk is enorm veranderd de laatste 10 jaar, en de boorden van de Leie zijn erg aantrekkelijk geworden. Ook hier moeten we nog es uitgebreid terugkeren.

We rijden grotendeels via dezelfde route terug naar Bossuit en bezoeken er nog het kerkje-zonder-dak: nadat het gebouw in 2008 bouwvallig was verklaard, werd het volgens een ontwerp van kunstenares Ellen Harvey gedeeltelijk afgebroken en omgevormd tot een socio-culturele locatie. We kunnen alleen maar vaststellen dat het een geslaagde transformatie is.

Met de grote blauwe rijden we door naar Kluisbergen waar we een plekje zoeken op camping Panorama – mét uitzicht. Het lijkt een prima keuze tot dronken ouders tot middernacht luid roepen en zingen, terwijl hun jonge kinderen op het speelplein net boven onze plek het kot afbreken. Niemand die ingrijpt, ondanks de avondklok inzake corona. Caroline gaat ze aanspreken maar dan duurt het nog een halfuur voor ze vertrekken. Jammer dat een uitbater hier niet ingrijpt… de locatie is anders wel top.

De Panoramawandeling wordt ons aangeraden en we vertrekken vanaf de oude molen op de Hotond voor een kortere variant die ons door velden met weidse uitzichten voert en tenslotte via het bos terug tot bij de camper brengt. Een mooie dag die leidt tot de vraag: waarheen nu? Ik heb zin in fruit de mer, wat een ritje richting Franse kust impliceert. Het voordeel van een bus – langs kleine wegen kronkelen we binnendoor tot in Bergues (Sint-Winoksbergen) waar we ons nestelen op de grote, gratis camperplaats net buiten de omwalling.

Naast ons staat een gepensioneerde dame, die permanent in haar camper woont, en op terugweg is van enkele maanden Spanje en Frankrijk. Na een vlotte babbel springen we op onze stalen ros en verkennen de indrukwekkende verdediging van het stadje – met dank aan Vauban. Panelen geven een beeld van de omvang en functies van de diverse onderdelen.

Ook het centrum is de moeite waard met de oude poorten en de site van de voormalige abdij. Op het marktplein lonken terrassen, onmogelijk om te weerstaan aan een lokale picon maison! Na een zeer rustige nacht vertrekken we alweer. De zee vinden we in Malo-les-Bains. Hier geen rij lelijke hoogbouw zoals in België, maar veel ongedwongen beweging en de sfeer van vroegere tijden. Met de fiets rijden we de kust af, via de Voie Verte waar zwaar in geïnvesteerd wordt. Wat een schitterend fietspad! Het voert doorheen de duinen op het tracé van een voormalige spoorlijn. We stoppen even aan het indrukwekkende Ferme Nord, de voormalige boerderij die moest voorzien in het levensonderhoud van het sanatorium, het huidige Hôpital Maritime Vancauwenberghe.

Op de terugweg vergapen we ons aan de spiegelbunker in Leffrincoucke. De verhoopte beloning, Fruit de Mer, volgt helaas niet – wegens corona hadden we moeten reserveren. Zelfs take away zit er niet in. Vrijheid blijheid, dan maar de kust afrijden richting homebase. In Nieuwpoort vinden we nog een plekje op het terras van Café de Paris. We houden het bij lekkere visgerechten, het echte werk… juist: de bucket list.

Tijdens deze week rondden we de kaap van 200.000km op te teller; net de helft van wat de groene bus had toen we ze van de hand deden. Er is nog marge voor die bucket list!

Vader-dochter trip (2020)

Een lange zomer! Nog voordat we weken aan huis gekluisterd werden door de eerste Corona-golf, had ik beslist om tijdens de zomer een maand ouderschapsverlof te nemen. We mochten ons vanaf juli wat vrij bewegen, en dat deden we – beperkt, maar met volle teugen. Vorig jaar was het uitstapje met ons tweetjes heel erg meegevallen, dus besloten we tot een herhaling (en ik hoop stiekem op een traditie). Net zoals vorig jaar zetten we begin juli koers richting Shorebreak surfclub in Oostduinkerke, bij Dieter en Sofie. We komen toe op het spitsuur van de kampjes en besluiten om eerst lekker te gaan vliegeren op het strand. Oefening baart kunst, de loops en scheervluchten volgen elkaar op. Even later huren we planken, en gaan vol goede moed de zee op. De golven laten het wat afweten, dus we dobberen, drijven en glijden een uur of twee in de brave branding. Een warme douche en lekker drankje later springen we op de fiets om een eettent te zoeken.

Dat valt tegen: alles vol en lange wachtrijen. We trappen verder naar de supermarkt om daar te beseffen dat we geen mondmaskers bij hebben – corona, weet je wel. Dan maar terug en de bus nemen. De zin om uitgebreid te koken is intussen voorbij maar hé, we maken een superdeluxe heerlijke eetsalade met sla, zalm, feta, olijven, tomaat, komkommer, en we kunnen buiten in het avondzonnetje eten. We sluiten de avond af met een traditioneel potje Mens-erger-je-niet en een stuk Twilight film.

We slapen als rozen en worden pas wakker als er verzameld wordt voor het sportkamp. Na een ontbijt verkennen we per fiets het natuurgebied Doornpanne en de Passendalevaart.  We rijden verder naar Koksijde waar we tickets hebben voor het Ter Duinen museum. Via de Virtual Reality toer krijg je er een goed zicht op het dagelijks leven in de abdij. Daarna bezoeken we de site en de tentoonstelling. Boeiend! Op de terugweg lopen we nog binnen in de speciale kerk van Sint-Idesbald, met haar vreemd dak en moderne brandglazen. Intussen is de middag op z’n eind, en we bestellen garnaalkroketten bij een take-away in Oostduinkerke. Na het eten terug vliegeren op het strand en tenslotte de rest van Twilight. Voorwaar een gevulde dag!

Woensdag opnieuw een slome start met uitgebreid ontbijt. We nemen afscheid van onze spot en rijden tegen de middag naar De Zonnegloed – dit is een zoo/opvangcentrum voor dieren die nergens anders meer terecht kunnen. We kijken de ogen uit naar het bont allegaartje van vertrouwde en meer exotische soorten, van mini-aapjes over sneeuwvossen tot bizons. Een absolute aanrader! Een hongertje wordt verdreven met een broodje en dessert. In de late namiddag toeren we nog naar Diksmuide waar de leuke speelplek van de IJzerboomgaard wordt verkend. Het uitje wordt nog wat gerekt met lekker eten op de markt maar uiteindelijk zijn we rond 21u terug thuis. Voor herhaling vatbaar zo’n vader-dochter momentje.

Sneeuw zoeken in de Vogezen (2019)

Kerstvakantie. Een tijd voor familiefeesten, etentjes, shopping, … maar ook om even uit te blazen na weken hard werken, en verlangen naar andere horizonten. Vermits we de voorbije jaren geen echte winter meer kregen op het thuisfront, was het plan: sneeuw opzoeken. Geen drukke pistes. Niet te ver. Gewoon een wit laagje en wat fun; en Aline voor de eerste keer op de latten zetten.

Wintercamperen, daar heb ik nog niet iedereen van overtuigd, dus werd een leuk onderdak gezocht in de Vogezen. Vrouwlief had tijdens de zomer overnacht in Motohotel Bussang, maar dat was gesloten. Het werd Auberge de la Bouloie, aan een kleine skilift. Dachten we.

In de grote blauwe rijden we op een dikke 6 uren naar Bussang. Met nieuwe winterbanden én een setje sneeuwkettingen, nog tijdig gescoord op internet. Onderweg stoppen we in Chatelle sur Moselle, waar de resten van een imposante burcht zich laten bewonderen. Wat betreft sneeuw wordt het wishful thinking: zwart asfalt tot aan de receptie van de herberg, waar bovendien blijkt dat de bewuste skilift die op de website prijkt, reeds jaren ontmanteld is. Wegens te weinig zekerheid op sneeuw. Die kettingen vliegen onderin de kast…

Niet getreurd, de streek biedt prachtige wandelingen, en met de poepsleetjes is het leuk balanceren op het dunne laagje sneeuwijs boven de auberge. We eten ’s avonds in het restaurant, waar de geur van gesmolten kaas heel indringend is.

De volgende dag trekken we de bottines aan en wandelen we de Sentier Evrard – mooie wandeling door een bos vol ijskristallen. Eénmaal terug rijden we naar beneden en bezoeken we de bron van de Moezel, met een muur waarop de hele loop van de rivier uitgebeeld staat. Het start allemaal hier met een minuscuul straaltje water. We rijden door naar de Chaume de Drumont voor een drankje, maar de keet blijkt gesloten. We wandelen wat rond, kijken naar de paragliders, en lezen op het aanwezige monument over de vreselijke gebeurtenissen die hier plaatsvonden tijdens WO II.

Om inspiratie op te doen gaan we naar het Maison du Tourisme. De vriendelijke dame verwijst ons voor lekker eten naar de lokale camping, en voor een wandeling naar de Ballon d’Alsace. We reserveren ons avondmaal en rijden de Ballon op. De poepsleetjes worden bovengehaald en we blijven nog lang genieten van een fantastische zonsondergang, samen met vele anderen. Het avondeten is superlekker Chez Jean-Mi op camping Domain de Champé.

Op zondag rijden we ’s morgens door ijsbomen, net als in een tekenfilm. We zijn op weg naar Thann. In de mooie Eglise St Theobald ontbreekt Jeanne D’Arc niet; de rivier La Thur staat vol na een nacht regen maar we laten ons niet afschrikken en steken over om door de mist naar het Chateau d’Engelbourg te klimmen. Bij de ontmanteling van het kasteel probeerde men de meestertoren te slopen; het ding brak in stukken en nog steeds ligt een segment op zijn zijde, als het oog van een heks.

In de late namiddag rijden we naar de Grand Ballon. Op glibberige ijspaadjes proberen we een toer te wandelen rond de witte bol van de radar, maar evident is het niet. Als beloning kunnen we wel weer genieten van een prachtige zonsondergang boven de wolken. In de verte liggen de Alpen, met de Mont Blanc als eindpunt in het rijtje.

Na een uitgebreid ontbijt rijden we via Urbès richting skigebied van Bresse; er ligt maar weinig sneeuw en de piste lijkt overvol. We rijden terug weg en volgen de Route des Crêtes tot op de Col de Hohneck. Daar waren we enkele jaren geleden ook al eens, toen we na een wandeling iets wilden eten en drinken in de brasserie. Er brak een giga onweer los, en na een zoveelste blikseminslag viel de elektriciteit volledig uit. Ditmaal is het rustig en zonnig, de poepsleetjes gaan mee, terwijl we in de verte de skipiste op de Kastelberg kunnen zien.

In de namiddag vertrekken we huiswaarts. We slapen nog een nachtje in de camper op een trieste camping in Luxemburg. Onze honger stillen we met een bedenkelijke spaghetti voor we onder zeil gaan. Soms zit het eens tegen…

 

Zomertrip Slovenië 2 (2019)

We zijn intussen dinsdag 13 augustus en laten camping Podgrad Vransko achter ons; we stellen de lange lijst to do’s bij en besluiten om niet verder oostwaarts te trekken, maar nu reeds richting kust te rijden. Voorbij Ljubljana verlaten we de snelweg voor een uitgebreid bezoek aan het mooie rotskasteel Predjama Grad, en heus roversnest. In de late middag rijden we naar camp Dujceva bij Vremski Britof: een ruim grasveld op een eiland in de Reka, met een erg steile toegangsweg, een randje gedateerd – blijkt later dat het te koop staat.

Een Nederlands meisje, Kaline, komt meteen nieuwsgierig kijken – vriendjes! Niet veel later plonsen ze samen in het koude water en tot laat worden spelletjes gespeeld. We stellen dan ook voor dat ze woensdag mee op stap gaat. De trip gaat richting Skocjan, een gezellig dorp, even verwijderd van het drukke bezoekerscentrum voor de grotten. We verkennen de buurt via een “ontdekkingswandeling” waarbij we een mooi zicht krijgen op het typisch karstenlandschap. Onderweg zien we een waterslang in een vijver, bizar. De wandelingen door de grotten zelf doen we niet, die lijken wel interessant maar druk, en met die hitte…

Terug op de camping nemen we een frisse duik en eten we bij de eigenaars op het terras “typisch Sloveens” eten: goulash, gevulde pasta, opgerolde desserten.

Op donderdag wordt er uitgebreid afscheid genomen: Kaline vertrekt met haar broer en ouders richting Nederland (in hun T4 busje), wij gaan richting kust met een eerste stop in het zonnige Izola, tussen de drukke havenstad Koper en het toeristische Piran. Het oude centrum doet Venetiaans aan, Italië lonkt aan de overkant van de baai. We vinden een plekje voor de bus, aan het diepblauwe water. Even verderop ligt de zeedijk vol zonnende mensen, op het… gras.

Na een verkwikkend zwemmertje in zee rijden we verder naar de zoutpannen van Secovlje, maar zonder fiets en in de verzengende zon passen we voor een bezoek. We keren terug richting Piran, maar alle parkings staan vol. Plots staan we aan het casino Portoroz – de parkeerwachter wil wel iets bijverdienen, in ruil voor een briefje van 10 krijgen we een ticket wat we absoluut niet zichtbaar in de wagen mogen leggen – tja. Het hotelcomplex straalt pure luxe uit, en wat een uitzicht; op het binnenplein staat ook nog es een Venetiaans kerkje als landmark. We kuieren verder op de dijk en ontdekken een gratis shuttle helemaal tot in het centrum van Piran. Daar is het best druk, we verkennen het stadje en klimmen tot aan de kerk boven voor een fantastisch uitzicht. De oude stadsmuren bekijken we van ver, iedereen heeft last van de warmte en we zoeken een terras op voor het avondeten.

’s Vrijdags rijden we richting Soca vallei, nog zo’n uitgangsbord voor Slovenië, en dat zullen we geweten hebben: camping Koren, op papier 4 sterren, maar zeker niet in de drukke zomerperiode: overvol, onvriendelijk, we eindigen op de parking van het boventerras. De regio is wel prachtig: de smaragdgroene (en ijskoude!) Soca, pure natuur. We maken een wandeling die eerst naar de Kozjak waterval voert, maar na een stop aan en in de rivier loopt het mis – we verlaten de route en via hete asfaltbaantjes komen we in Kobarid terecht, Caro heeft het gehad met de warmte, ik wil nog het Italiaans herdenkingsmonument zien van de zware strijd die hier speelde tijdens WO I: een slechte match en einde van de dag in mineur! Bovendien is het nu nog drukker op die parking, hier blijven we niet…

Intussen is het zondag 17 augustus en we rijden een eindje verder naar camp Vodenca in Bovec, een uitvalsbasis voor de vele outdoor activiteiten in de streek. De uitbaters houden strikt het maximumaantal kampeerders in de gaten, we staan rustig op een groen terras, wat een verademing! Het dorp is gezellig druk, veel jong volk, en we verkennen nog de samenloop van de Soca en de Koritnica, waw! We boeken bij Eurotrekking voor de volgende dag een canyoning op de Susec en ronden af met een partijtje badminton.

DSC_3507

Fun fun fun op maandag: een andere omschrijving is er niet. Na een lastige wandeling steil bergop – met je uitrusting op de rug – springen, klauteren en glijden we langs het riviertje naar beneden. Een leuke afsluiter van ons verblijf in Slovenië.

canyoning

Dinsdag is het tijd om de terugreis aan te vatten, we laten de uitdagende Vrsic pas rechts liggen en rijden via Treviso, Villach, Salzburg en verder richting München. Het regent intussen pijpenstelen, na veel discussie en een doorverwijzing komen we in hotel A10 in Augsburg terecht. Op de parking staat een veredeld frietkraam, dat wordt ons avondeten. Gelukkig is het ontbijt ruim en goed, zo kunnen we het laatste rechte eind naar huis aanvatten. Ergens rond Geel verlaten we nog even de snelweg voor een pizza bij een lokale Italiaan, maar die avond slapen we terug in eigen huis.

Deze reis was een hele brok: aangenaam verrast door de nieuwe bus, de prachtige natuur in Slovenië, en de vele mooie en behapbare bezienswaardigheden. Maar… met temperaturen tussen 30° en 35° is het voor Caro te warm, daar zullen we in de toekomst moeten op letten. En bovenal: de regio tussen de Italiaanse grens en Ljubljana is in de zomer echt wel veel te druk, toerisme wordt volop gepromoot maar de capaciteit en kwaliteit staan zwaar onder druk. We komen graag nog eens terug naar het rustige noorden en oosten, maar voor de Soca zal het toch buiten de zomermaanden moeten zijn!

Zomertrip Slovenië 1 (2019)

Spannend!

Voor het eerst hebben we bijna 3 weken samen verlof. En het wordt de eerste reis met de nieuwe blauwe. We hebben genoeg tijd gehad om alle tips over Slovenië te verzamelen, en met die bagage vertrekken we op zaterdag 3 augustus via Aken en Koblenz, voor een eerste picknick-stop aan de Moezel. We rijden verder onder luid gezang op de achterbank (Ghostrockers rules!) tot in Augsburg, waar we een nachtje boeken op de prima doorgangscamping Bella Augusta. De uitbaters wijzen ons op een nieuwe eterij aan het meer, net open: bestelling en bediening zijn nog wat verwarrend, het eten vettig Duits… Weten we meteen ook wat Käsespätle is!

De volgende dag vertrekken we tijdig richting München, maar door de drukte en de vele wegenwerken schiet het niet op. We verlaten de snelweg op de middag en zoeken de Chiemsee op bij Seebruck voor een verfrissende duik en zomerse picknick. In de late middag hernemen we de snelweg en rijden tot Salzburg waar we een groen plekje vinden op camping Aigen.

 

Vroeg in de ochtend rijden we tot de P+R aan de stadsrand, en vervolgens met de bus naar het centrum van Salzburg. We kuieren wat door de oude kern en stille achterafstraatjes, kopen brood in de oudste bakkerij, bewonderen het ambacht van  messenfabriek Kappeller, laten ons entertainen door een straatgitarist. Voor musea is het te warm, en de tijd te kort. In de late namiddag rijden we door naar Slovenia, via Villach en de oude – steile – Würzenpas. We installeren ons op Camp Spik in Kranjska Gora, met zicht op de indrukwekkende Triglav (2864m).

 

Dinsdag staat de Vintgar Gorje op het programma: supermooie kloof en natuur, maar even super toeristisch (“klein Blankenberge”). Op de terugweg van boodschappen in Jesenice komen we in een giga onweer terecht: bakken water, de bliksems slaan in rondom de bus. Terug op de camping blijkt ons plekje onder water te staan… we zoeken een hogere stek op.

 

Na een droge nacht overwegen we om toch even via Bled te rijden: the place to see, maar is het echt zo druk? En ja hoor, 4km voor het dorp staat het verkeer al vast. We schieten een zijweg in en komen via een groen baantje bij de ruïnes van Kamen Grad, letterlijk het stenen kasteel. We lopen er helemaal alleen rond en kunnen alle hoekjes verkennen! Even later blijkt het subliem ogende camp Trnovc helaas volzet, we placeren ons op camp Smlednik, een mooie plek maar zo slecht uitgebaat…

 

Op donderdag bezoeken we het middeleeuws Sofja Lokan, een pittoresk handelsstadje met verkeersvrij centrum. In de kerk komen we de eerste keer architect Plecnik tegen: er hangen meerdere grote lusters van zijn hand. We klimmen ook tot aan de burcht, maar passen voor de grote wandeling rond het stadje wegens de hitte. Wel rijden we buiten het centrum nog even naar het kerkje van Crngrob, bekend voor haar kleurrijke muurschilderingen. Terug op de camping trotseren we het ijskoude water van de Sava; ’s avonds gaat Aline nog op Pokemon jacht.

 

Op dag zeven rijden we naar een P+R aan de rand van Ljubljana waar we de bus nemen. De hoofdstad blijkt zeer behapbaar en niet groter dan pakweg Brugge. Het aanbod aan bezienswaardigheden is wel erg divers en ruim: aantrekkelijke pleintjes, de kathedraal, Jugendstil gevels, de onvermijdelijke Plecnik (3-voudige brug, drakenbrug, sublieme bibliotheek), de resten van het Romeinse castrum Emona, maar ook de betonnen blokken uit de periode van de Koude Oorlog rond het plein van de Republiek.

 

De campercontact app prijst een camping aan in Vransko, waar we van de ene verbazing in de andere vallen: het blijkt de waargemaakte droom van gastvrouw Renate, na een carrièreswitch. Ruime afgebakende plekken, huurchalets in het groen, een kleine tentenplaats rond een vijver, veel gemeenschappelijke ruimtes (buitenkeukens, overdekte eetruimte, luxueuze afwasruimte, regendouches met vloerverwarming,…), en een spotprijs: genoeg om te “blijven hangen”. We krijgen trouwens het gezelschap van Belgen op de terugweg van een 2CV Raid rond 100 jaar Citroën in Kroatië. Nu wordt duidelijk waarom we al zoveel oude “geitjes” waren tegengekomen!

Op zaterdag luieren we wat: boekje lezen in de schaduw, wat pingpong spelen, ijsje eten… Het lokale Grom Motorcycle Museum is helaas niet open.  ’s Avonds zoeken we – na enige omwegen – verkoeling in een zwemmeer nabij de industriestad Velenje. Het is donker wanneer we terug op de camping arriveren. Daardoor vertrekken we zondag eigenlijk te laat naar het mijnmuseum van Mezica: blijkt dat de rondleiding al bezig is. We nemen wat kleine baantjes verder de bergen in en krijgen tips van een Sloveen die er aan hillclimbing komt doen: hij raadt een mooi uitzicht aan op de Topla.

 

Uiteindelijk zullen we uren door de bergen rijden, op kleine onverharde wegen. De bus wordt stevig gebruikt, maar de verlaten vergezichten, kleurrijke bijenkasten en speciale houten parket-daken maken indruk. We eindigen de rit in Solcava, waar we blijven eten (27 euro all-in voor ons drieën). Onder de route enkel gesloten tankstations – dat breekt ons de volgende ochtend zuur op: net als we de camping afrijden slaat de motor af! Gelukkig rijdt Renate ons meteen naar een station waar we een kleine bidon diesel kunnen halen…

Eénmaal en route rijden we naar Jama Pekel, een kleiner grottencomplex met grappige druipstenen (de hagedis, de inktvis, de chocoladefontein…) en een mini waterval. Buiten kruisen we het pad van een mooie vuursalamander. Van daaruit gaat het richting Mozirje en Radegunda, waar we de skilift nemen naar het hooggelegen Goje, een recent skioord. Daar zijn diverse wandelingen aangegeven, de hitte maakt het best pittig! We zijn zo moe dat we een snelle hap improviseren bij thuiskomst.

 

Vreemdgaan rond het IJsselmeer (2019)

Het gaat eindelijk gebeuren: we proberen die T4 California Exclusive van op Goboony. We bollen met onze bus richting Amsterdam en springen nog even op de fiets voor een rondje parken en grachten. Intussen krijgen we bericht dat de spiegel van de huurbus is afgereden, en de overdracht pas later kan. Geen probleem, vlak in de buurt vinden we een lekkere eettent, “de Radijs”. Later halen we de bus op en rijden naar camping de Badhoeve, waar een heuse verhuis plaatsvindt tussen beide bussen… Vanaf de camping sta je met de fiets op minder dan een halfuur in het centrum van Amsterdam. Ideaal als uitvalsbasis dus. Onze bus kan op de parking blijven staan, en zelf vinden we een plekje aan het water. Best spannend, zo’n eerste nacht vreemdgaan!

Op dinsdag rijden we langs het Kinselmeer en verder via Uitdam naar het pittoreske Marken. Na het verplicht bezoek aan de klompenmakerij en poffertjes aan het haventje keren we om. Onderweg wordt er vaak gestopt voor wat vogelspotting. Binnendoor langs Purmerend en Beemster volgen we de oude dijk richting Wieringerwerf, waar we plaats zoeken op De Tulpentuin, een grote tulpenkwekerij. Wie overnacht krijgt de volgende ochtend een korte rondleiding doorheen het bedrijf – best interessant!

Minder interessant is dat de kranen in de bus het niet doen… en we na ruggespraak terugkeren naar Amsterdam voor herstelling. Kan gebeuren. In de late namiddag nemen we alsnog de Afsluitdijk, maar voor Harlingen is het te laat. We slaan rechtsaf en installeren ons op camping It Soal in Workum. Héél rustig: Nederland is nog niet in verlofmodus. Tijd om de keuken uit te testen, die staat best handig zo achter de zitbank.

Het blijft flink waaien en grijzen, maar donderdags gaan we toch fietsen. Bij het ene pontje staat de veerman enkele dagen van zijn pensioen, bij het andere pontje is het dan weer de eerste rit van een koppel vrijwilligers. Ach, veel volk is er niet op de baan. We doen een rondje tot in Gaastmeer, waar we ons opwarmen in “d’Ald Herberch”. De eigenaar verrast ons met een kookboek in het Fries, een oefening voor je taalknobbel! Fries blijkt een mengelmoes te zijn van Nederlands, Engels en woorden uit Scandinavische talen, ontstaan in de hoogdagen van maritieme handel. Op de tocht rijden we nog langs de historische scheepswerf, vol mooie platbodems in diverse staat van opbouw.

Terug in Workum slenteren we rond in twee “brocante” zaken, waar we de lokale economie even steunen. ’s Avonds eten we op de camping en proberen nog even de nieuwe stuntvlieger uit – helaas gaat de wind liggen, dus doet die vlieger hetzelfde.

DSC_2645

Op vrijdag rijden we verder, via Hindeloopen en Stavoren, en veel kijkhutten, naar Lemmer. Daar staat het Woudagemaal al een poos op mijn verlanglijstje: een imposant, met stoom aangedreven pompgemaal uit de jaren 1920, nog steeds operationeel en glimmend van goede zorgen. Het kan 4 miljoen liter water per minuut verpompen vanuit de boezem naar het IJselmeer. Een bezoek méér dan waard!

DSC_2690DSC_2698DSC_2703

Verderop, halfweg richting Zwolle, ligt Schokland: wellicht het enige dorp op het vasteland met een weiland als haven – door de inpoldering lag het plots niet meer aan het water. We rijden voorbij en installeren ons in Epe. ’s Nachts zakt de temperatuur naar het vriespunt, maar de kachel doet geruisloos haar werk.

Op zaterdag verkennen we letterlijk en figuurlijk andere opties: we rijden naar het zelfbouwtreffen van het Weetjewel-forum, op camping Warnstee in Wichmond. Er wordt volop gegluurd in knap uitgedokterde interieurs en hoogstaande huisvlijt – veel inspiratie om zelf aan de slag te gaan met een VW bus. We zien enkele ooievaars rondcirkelen en met Aline ga ik op zoek: uiteindelijk vinden we een groep van een twaalftal vogels, die als meeuwen op een akker achter de ploeg lopen. Ze laten zich van dichtbij bewonderen. Na de brunch op zondag nemen we afscheid en rijden terug richting Amsterdam. Op de fiets maken we nog een rondje Holysloot – helaas is het pontje daar nog niet open, maar het treft: de lokale ijskar passeert net. Ook nu zien we onderweg veel scholeksters, kieviten, reigers, grutto’s maar ook een grote kolonie brandganzen. We eten ’s avonds in de campingbistro en maken ons op voor een laatste nachtje in de huurbus.

DSC_2747DSC_2755DSC_2718

’s Morgens opnieuw verhuis: alle spullen terug in onze eigen camperbus, fietsen op de huurbus en zo naar Amsterdam. We leveren de bus in en verkennen nog even de buurt rond de bloemenmarkt en het Waterlooplein met zijn vlooienmarkt. Tenslotte nemen we het pontje aan het Centraal Station en fietsen terug naar de camping.

Conclusie: een positieve kennismaking (toilet aan boord!) met de Exclusive. De weken erop verkennen we nog andere pistes (zelfbouw, Ford Nugget, …) maar we zullen midden mei uiteindelijk een Exclusive op de kop tikken in Rijssen. Onze kleine groene krijgt een volgend leven, wij starten een nieuw hoofdstuk.

Vulkanen in Frankrijk (2018)

Waar naartoe? De vraag hangt voorzichtig al enkele weken in de lucht. En de vraag op zich is al een klein mirakel na de “nooit meer in die schoendoos” van vorige zomer. De korte tripjes dit jaar zijn meegevallen, het weer is mooi, en er zijn al enkele rustdagen ingebouwd voor we vertrekken. Het vage plan is richting Albi/Carcaçonne, of via Bordeaux richting noorden van Spanje. We vertrekken rond 5u en voorbij Parijs ontbijten we op de leuke stop in Etampes. Van daaruit gaat het verder richting Orlèans. Helaas, lange file… geen zin in gedoe, dus hou ik links aan, de Loire dan maar. We stoppen in Chambord en bezoeken het paleis met de duizend schoorstenen. In de lokale VVV halen we info op, waaronder een fietskaart, en onze app suggereert een leuke camping in Cheverny: camping Les Saules. Dat blijkt een super plek! We zetten de camper onder de bomen en springen snel het zwembad in.

De dag nadien wordt ongegeneerd luieren: zwembad, boekje, beetje frisbee en pluimpje slaan, een korte wandeling in de omgeving – het is dan ook snikheet. ’s Avonds wordt een groot scherm buiten geplaatst: finale van het WK voetbal, en tot vreugde van de lokale medemens wint Frankrijk de cup.

Op maandag gaan we fietsen – de camping verhuurt goede tweewielers, de hitte noopt ons wel om unterwegs de ambities wat bij te stellen. De flessen water zijn snel leeg, gelukkig zijn er nog terrasjes. ’s Avonds zoeken we opnieuw verkoeling in het zwembad. Dolce far niente….

Deze diashow vereist JavaScript.

We vertrekken dinsdag pas op de middag. We bezoeken, nabij Amboise, het domein Clos Lucé, de laatste woonplaats van Leonardo Da Vinci. In diverse paviljoenen, maar ook in het park, kun je de vooruitstrevende ideeën bewonderen van deze unieke kunstenaar annex uitvinder annex wetenschapper. Na het uitgebreid bezoek rijden we binnendoor richting Chateauroux, waar we ons tegen de avond installeren op de stadscamping Du Rochat bij het Lac de Belle Isle. Mmh, veel drukte, en een grote groep “gitanes” met enorme caravans, bestelwagens met wasmachines en droogkas, grote BBQ… het is toch een aparte way of life. We lopen nog even langs het stadspark, waar je ook kunt zwemmen.

Er is niks dat uitnodigt om te blijven, dus volgende dag richting Montluçon. Een leuke stop is Boussac, een rustig oud dorp-met-kasteel met een centrum dat luchtvaartgeschiedenis uitademt: ene Georges Lannet was een lokale vliegpionier. Terug op de snelweg plots het gevoel dat de bus inhoudt – even terugschakelen, flink optrekken en weer in z’n vijf. Vreemd, veel toerental, maar niks trekkracht: vijfde versnelling doet het niet meer. Nu ja, we rijden nog en het gaat richting Clermont. Onderweg stoppen we nog even aan een kerkhof – altijd speciaal maar hier toch bizar: het staat er vol glazen mini-serres die over de graven gezet zijn. ’s Avonds zoeken we een plekje in Murat, camping Panoramique. Mooi uitzicht, dat wel, maar helaas ook DJ-night aan het zwembad die avond… Ook deze camping wordt geen blijvertje.

Deze diashow vereist JavaScript.

We rijden de volgende dag daarom naar Mont Dore, met in het achterhoofd het voornemen om een garage op te zoeken. Een vriendelijke dame van de VVV verwijst ons naar “haar” Garage du Centre. We worden super vriendelijk ontvangen, en de garagist belooft om nog dezelfde dag de boîte na te zien. Omdat we niet goed weten wat ons te wachten staat boeken we alvast een nacht in aparthotel Le Wilson, dat beschikt over een ondergronds zwembad, onder de tuin. Ook speciaal… We verkennen kort het skidorp, met een welnesscenter uit vervlogen tijd, geheel opgetrokken in Byzantijnse stijl.  Na een heerlijk diner in l’Estavou kruipen we tijdig onder de wol.

We krijgen vrijdag meteen bevestiging: tandwiel n° 5 is kapot gedraaid. De garage belooft om de nodige stukken te zoeken. We laten het niet aan ons hart komen en schuimen de lokale markt af. In de namiddag stijgen we met de oude funiculaire tot boven het dorp en vertrekken van daar naar Puy de Sancy. Een uitdagende wandeltocht met fantastisch mooie uitzichten. Van tegenliggers horen we evenwel dat de laatste cabinelift naar beneden vertrekt om 18u15. Ik zet een sprintje in en kan nog net de opzichter overtuigen om te wachten op vrouw en kind… Eénmaal in het skistation beneden stellen we vast dat de laatste bus naar het dorp al weg is. Ach, dan toch maar eerst een terrasje doen. Als we te voet vertrekken begint het te regenen, en onderweg worden we opgepikt door een vriendelijke dienster die ons netjes afzet in Mont Dore. Soms komen de dingen vanzelf in orde…

Deze diashow vereist JavaScript.

Op zaterdag zetten we de verkenning verder en wandelen we ook nog naar La Grande Cascade. We halen de bus terug op, in de garage heeft men het kapotte tandwiel terug gemonteerd, zodat we met een “vierbak” kunnen rijden.

Zo vertrekken we de volgende dag naar Vulcania nabij Puy de Dôme, een educatief park over de vulkaanstreek waar we zitten. De tijd vliegt in de prima infozalen, afgewisseld met experimenten en leuke 3D-films. Aline houdt er nog enkele dagen een “uitbarstingsschrik” aan over. We keren binnendoor terug, via Orcival en het mooie Lac de Guery; in de buurt kan je ook les roches Tuillière et Sanadoire bewonderen, granietrotsen naast een oude breuklijn tussen 2 vulkanen. Terug in Mont Dore beslissen we dat we het langzamerhand wel gezien hebben.

Deze diashow vereist JavaScript.

We spreken af met de garage dat we enkele dagen verder zullen trekken. Zuidwaarts wordt het, via het Massif Sancy, col de Serre richting Condat en via de Gorges de la Santoire richting Murat. Aantrekkelijk stadje waar we een verrassende ontmoeting hebben met streekgenoot en artiest Pieter Lonneville die rondrijdt met een salle de concert, inclusief piano en rode pluchen zetels, in een …. T4! We raken aan de praat en de barvrouw vertelt ons over haar broer die een soortement logies annex muziekbar aan het uitbouwen is in een oude watermolen. In stoet vertrekken we naar Moulin de Gaspard – leuke plek. De piano wordt duchtig onderhanden genomen, net als het lokale gerstenat. Een oudere Duitse dame, en route in een bestelwagen, vertelt ons over een wonderlijk plekje om wild te camperen – waarom niet? We rijden terug naar het Luc du Pêcher, waar we ons tussen de bomen zetten. ’s Avonds kunnen we genieten van de vlieg- en jachtkunsten van een koppel Rode Wouwen. We worden ook nog es beloond met een wondermooie zonsondergang. Wat een plek!

Deze diashow vereist JavaScript.

We besluiten om toch nog wat zuidwaarts te rijden, tot Truyère Lanau. We zoeken een stil plekje op camping Belvédère, wandelen even rond de barrage de Grandval en worden ’s avonds opnieuw getrakteerd op vliegkunsten – ditmaal van talrijke vleermuizen.

Op woensdag huren we kajaks in de base nautique; het wordt een leuke namiddag zon, zwemmen, bootje varen… dolle pret. Moe maar voldaan genieten we nog even op het terras van een fris glas. Terugrijden is absoluut geen optie meer – we verwittigen de garagist dat we een dag later zullen zijn maar horen dat hij er niet in geslaagd is om stukken te vinden… Helaas moeten we wel nog langskomen want de beschermplaat van de motor ligt er nog!

We rijden op donderdag dus terug richting Mont Dore. Onderweg stoppen we in Antignac, waar we heerlijk eten op het terras van Auberge de la Sumène. Na het bezoekje aan de garage settelen we ons op camping Plage Verte, een eenvoudige wandelcamping met mooi uitzicht (maar toch tweede keus na camping La Grande Cascade dat helaas volzet is). Tijd voor familieraad: hoe keren we terug huiswaarts? We nemen geen risico’s en laten de snelweg links liggen.

DSC_2409

old memories

Via secundaire wegen (véél leuker!) rijden we naar Lormes, waar we eerder als stonden op camping Etang du Goulot. We leggen ons lui naast het meer, Aline is niet uit het water te krijgen, maar het is dan ook 35°C! Zelfs het water is haast te warm…

Veel meer dan het stadje en de markthal verkennen, en lui-lekkeren doen we niet meer. Huiswaarts nemen we alsnog de snelweg – op een kwartier van thuis begint de bak te ratelen en vibreren: met dat tandwiel is het niet meer goed gekomen!

 

Bretagne (2017)

Bretagne, here we come! Nu we begin dit jaar eindelijk Normandië hadden veroverd, wilden we graag een stapje verder reizen; wél nog even starten met een kleine détour langs de stranden van de débarquement. Als uitvalsbasis nemen we de heerlijk idyllische camping Au Manoir de l’Abbaye – een plekje onder de appelbomen.  We fietsen ’s avonds naar het nabije Creully waar we in de schaduw van het chateau verwend worden met een typisch Frans menu (denk: lapin, cidre, terrine, tarte au pomme,… mmmh). Op de terugweg plukken we nog kleine gele pruimpjes als extra dessert.

Op maandag fietsen we, op basis van prima lokale fietskaarten en vanuit Magny-en-Bessin, naar de caissons in Arromanches. Dit zijn de betonnen pontons die werden afgezonken om er een tijdelijke haven te creëren op D-Day. Een nieuw fietspad doorheen de duinen voert uiteindelijk naar Longues-sur-Mer, waar de indrukwekkende Batterie Allemande te bezoeken is. Aan het water blijkt een super camperplek te liggen, maar wij vervolgen naar het drukke Bayeux. Opmerkelijk ginds: rond de kerk staan verschillende mensen met telelens en verrekijker: blijkt dat er een koppel torenvalken zit met jongen, die zich nu en dan laten bewonderen. Om het beroemde wandtapijt te bewonderen is het helaas te laat.

De volgende dag rijden we door naar de baai van de Mont St-Michel waar we ons installeren op camping Le Balcon de la Baie. Leuke plek, zwembad voor Aline, uitzicht… We fietsen naar de kust en volgen stukjes van verschillende aangeduide fietsroutes. De regio is wat dat betreft een flinke inhaalbeweging bezig. Terug op de camping worden we overvallen door een giga onweer – we krijgen net op tijd de bustent opgezet als shelter.

Woensdag bezoeken we de Mont Saint-Michel; we moeten de fiets achterlaten, enkel voetgangers en de shuttlebussen blijken nog de brug over te mogen. De site is druk maar toch een indrukwekkende must-see. Op de camping vindt Aline vriendjes – bovendien wordt ze getrakteerd op een WAP (worst, appelmoes, puree): feest !

Tijd om erop uit te trekken: we vertrekken ’s morgens op tijd naar Plage Verger voor een wandeling op de Sentier des Douaniers (GR 34). Dit is een fantastisch wandelpad dat langs de kust rondom Bretagne voert, en vroeger werd gebruikt door de grenswachters op hun ronde tegen smokkelaars. Kliffen en kleine strandjes wisselen af, betoverende vergezichten, fotogenieke tafereeltjes. Op Cap Grouin houden we even halt, om vervolgens verder naar Cancale te stappen waar we de zee in ons bord nemen – fruit de mer! Tenslotte steken we terug door naar ons vertrekpunt.

Vrijdag start als een “dol” dagje: kathedraal kijken in Dol de Bretagne, de molen en kleine prehistorische site op Mont Dol, en de vreemde menhir van Champs Dol… We tuffen verder naar Saint-Mâlo dat ons erg kan bekoren. We kuieren doorheen de straatjes en over de remparts. Tegen de avond gaan de hemelsluizen terug open – op de camping maken we een quick favorite: chili con carne.

We besluiten een stuk op te schuiven naar Cap Frehel. Helaas blijft het grijs en nat, en we informeren in de lokale VVV naar een kamer. Die vinden we in Maison Bellevue, boven de crêperie Petite Galette. De oudere eigenaars zijn volbloed Bretoenen, en dat zullen we geweten hebben – het hangt er vol met posters van (oude) coryfeeën en de traditionele muziek schalt uit de luidsprekers. Maar het is een prima adres, vlak bij het fort La Latte (op de parking blijven ’s nachts diverse campers staan). Het fort zelf is een bezoekje meer dan waard; al gehoord over kanonballen die werden verhit om meer schade aan te richten? Je kunt er de unieke oven hiervoor bewonderen. ’s Avonds rijden we nog even naar Cap Frehel, maar intussen is het hard aan het waaien en regenen. Met Aline bouw ik nog snel wat stenen torentjes, maar dan hebben we het toch gehad en vluchten naar onze knusse kamer.

Op zondag wil de zon evenmin – op de weerkaart van Frankrijk is er in de wijde omgeving geen beterschap te zien, dus springen we na enige discussie toch op de fiets richting Cap d’Erquin; de route is niet goed aangegeven en we stranden aan zee, een flink eind voor de eigenlijke cap. Van daaruit maken we een wandeling naar het Îlot St Michel, dat je enkel bij laag water kan bereiken. Bij het kapelletje schrijven we een boodschap op een grote schelp, die aan de buitenmuur wordt gehangen. Een mooi plekje… maar dan begint het weer te regenen. En met het weer slaat ook het humeur langzaam om.

We rijden naar het kustplaatsje Biniz en komen net voor sluitingstijd in de VVV aan. We worden doorverwezen naar een private B&B – dat blijkt een volledig appartement te zijn boven het huis van de eigenares! We doen snel boodschappen en testen uitgebreid de keuken uit. Caroline heeft het intussen wel gehad met dat rotweer, maar de Granite Rose staat nog op het verlanglijstje.

Maandag start zonnig(!), dus rijden we toch door naar Lannion waar we ons aan de kust installeren op camping Les Capucines, met zwembad. Gelukkig is dat overdekt… na de middag stormt het, de regen houdt niet op. Het humeur zakt onder nul. Verder dan een korte wandeling en wat boodschappen doen, gebeurt er weinig. Leve het zwembad!

Toch wagen we ons de volgende dag aan de boottrip naar Les Sept Îles vanuit Trestraou, waar we ’s middags nog kunnen lunchen in het zonneke. Eigenlijk gaat het om vijf eilanden, en betekent het gelijkklinkende Bretoense woord ‘Monnikeneilanden”. Op het grootste hebben effectief monniken gewoond en kan je een mooie wandeling maken. Maar het meest indrukwekkende van dit natuurreservaat is wel de enorme kolonie Jan-van-Genten die er broedt en leeft, niet minder dan 23.000 koppels! Vroeger op het jaar is daarnaast ook de kolonie Papegaaiduikers te bewonderen. Op de terugweg varen we ook nog langs de beroemde roze graniet kust. Helaas vergezelt de regen ons naar de camping…

Woensdag: bewolkt, regen, wind – hé daarboven, ’t is wel zomer hoor! Tijd voor een dagje indoor: we trekken naar Pleumeur-Bodou waar een bizarre constructie te ontdekken valt: le Radôme. Een witte paddenstoel met binnenin een enorme hoornvormige antenne, waarmee in de jaren ’60 televisiebeelden werden uitgewisseld met een identiek station in Amerika. Er is een museum aan verbonden over de geschiedenis van de moderne communicatie. Even buiten deze site ligt een pretpark onder de vorm van een Gallisch dorp, met leuke uitdagingen én nog eens voor het goede doel (projecten in Togo). Wellicht nòg leuker bij zonnig zomerweer (zucht).

We beslissen om een totale crash van het humeur én elk verder risico op een ernstige  huwelijkscrisis te vermijden, en vertrekken donderdag na de middag huiswaarts waar we tegen middernacht toekomen – in een droog, warm en windvrij huis!