Vulkanen in Frankrijk (2018)

Waar naartoe? De vraag hangt voorzichtig al enkele weken in de lucht. En de vraag op zich is al een klein mirakel na de “nooit meer in die schoendoos” van vorige zomer. De korte tripjes dit jaar zijn meegevallen, het weer is mooi, en er zijn al enkele rustdagen ingebouwd voor we vertrekken. Het vage plan is richting Albi/Carcaçonne, of via Bordeaux richting noorden van Spanje. We vertrekken rond 5u en voorbij Parijs ontbijten we op de leuke stop in Etampes. Van daaruit gaat het verder richting Orlèans. Helaas, lange file… geen zin in gedoe, dus hou ik links aan, de Loire dan maar. We stoppen in Chambord en bezoeken het paleis met de duizend schoorstenen. In de lokale VVV halen we info op, waaronder een fietskaart, en onze app suggereert een leuke camping in Cheverny: camping Les Saules. Dat blijkt een super plek! We zetten de camper onder de bomen en springen snel het zwembad in.

De dag nadien wordt ongegeneerd luieren: zwembad, boekje, beetje frisbee en pluimpje slaan, een korte wandeling in de omgeving – het is dan ook snikheet. ’s Avonds wordt een groot scherm buiten geplaatst: finale van het WK voetbal, en tot vreugde van de lokale medemens wint Frankrijk de cup.

Op maandag gaan we fietsen – de camping verhuurt goede tweewielers, de hitte noopt ons wel om unterwegs de ambities wat bij te stellen. De flessen water zijn snel leeg, gelukkig zijn er nog terrasjes. ’s Avonds zoeken we opnieuw verkoeling in het zwembad. Dolce far niente….

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We vertrekken dinsdag pas op de middag. We bezoeken, nabij Amboise, het domein Clos Lucé, de laatste woonplaats van Leonardo Da Vinci. In diverse paviljoenen, maar ook in het park, kun je de vooruitstrevende ideeën bewonderen van deze unieke kunstenaar annex uitvinder annex wetenschapper. Na het uitgebreid bezoek rijden we binnendoor richting Chateauroux, waar we ons tegen de avond installeren op de stadscamping Du Rochat bij het Lac de Belle Isle. Mmh, veel drukte, en een grote groep “gitanes” met enorme caravans, bestelwagens met wasmachines en droogkas, grote BBQ… het is toch een aparte way of life. We lopen nog even langs het stadspark, waar je ook kunt zwemmen.

Er is niks dat uitnodigt om te blijven, dus volgende dag richting Montluçon. Een leuke stop is Boussac, een rustig oud dorp-met-kasteel. Het centrum ademt ook luchtvaartgeschiedenis uit: ene Georges Lannet was een lokale vliegpionier. Terug op de snelweg plots het gevoel dat de bus inhoudt – even terugschakelen, flink optrekken en weer in z’n vijf. Vreemd, veel toerental, maar niks trekkracht: vijfde versnelling doet het niet meer. Nu ja, we rijden nog en het gaat richting Clermont. Onderweg stoppen we nog even aan een kerkhof – altijd speciaal maar hier toch bizar: het staat er vol glazen mini-serres die over de graven gezet zijn. ’s Avonds zoeken we een plekje in Murat, camping Panoramique. Mooi uitzicht, dat wel, maar helaas ook DJ-night aan het zwembad die avond… Ook deze camping wordt geen blijvertje.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We rijden de volgende dag daarom naar Mont Dore, met in het achterhoofd het voornemen om een garage op te zoeken. Een vriendelijke dame van de VVV verwijst ons naar “haar” Garage du Centre. We worden super vriendelijk ontvangen, en de garagist belooft om nog dezelfde dag de boîte na te zien. Omdat we niet goed weten wat ons te wachten staat boeken we alvast een nacht in aparthotel Le Wilson, dat beschikt over een ondergronds zwembad, onder de tuin. Ook speciaal… We verkennen kort het skidorp, met een welnesscenter uit vervlogen tijd, geheel opgetrokken in Byzantijnse stijl.  Na een heerlijk diner in l’Estavou kruipen we tijdig onder de wol.

We krijgen vrijdag meteen bevestiging: tandwiel n° 5 is kapot gedraaid. De garage belooft om de nodige stukken te zoeken. We laten het niet aan ons hart komen en verkennen de lokale markt. In de namiddag stijgen we met de oude funiculaire tot boven het dorp en vertrekken van daar naar Puy de Sancy. Een uitdagende wandeltoch met fantastisch mooie uitzichten. Van tegenliggers horen we evenwel dat de laatste cabinelift naar beneden vertrekt om 18u15. Ik zet een sprintje in en kan nog net de opzichter overtuigen om te wachten op vrouw en kind… Eénmaal in het skistation beneden stellen we vast dat de laatste bus naar het dorp al weg is. Ach, dan toch maar eerst nog een terrasje doen. Als we te voet vertrekken begint het te regenen, en onderweg worden we opgepikt door een vriendelijke dienster die ons netjes afzet in Mont Dore. Soms komen de dingen vanzelf in orde…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Op zaterdag zetten we de verkenning verder en wandelen we ook nog naar La Grande Cascade. We halen de bus terug op, in de garage heeft men het kapotte tandwiel terug gemonteerd, zodat we met een “vierbak” kunnen rijden.

Zo vertrekken we de volgende dag naar Vulcania nabij Puy de Dôme, een educatief park over de vulkaanstreek waar we zitten. De tijd vliegt in de prima info-zalen, afgewisseld met experimenten en leuke 3D-films. Aline houdt er enkele dagen een “uitbarstingschrik” aan over. We keren binnendoor terug, via Orcival en het mooie Lac de Guery; in de buurt kan je ook les roches Tuillière et Sanadoire bewonderen, granietrotsen naast een oude breuklijn tussen 2 vulkanen. Terug in Mont Dore beslissen we dat we het langzamerhand wel gezien hebben.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We spreken af met de garage dat we enkele dagen zullen verder trekken. Zuidwaarts wordt het, via het Massif Sancy, col de Serre richting Condat en via de Gorges de la Santoire richting Murat. Aantrekkelijk stadje waar we een verrassende ontmoeting hebben met een streekgenoot en artist (Pieter Lonneville) die rondrijdt met een salle de concert, inclusief piano en rode pluchen zetels, in een …. T4! We raken aan de praat en een dienster vertelt over haar broer die een soortement logies annex muziekbar aan het uitbouwen is in een oude watermolen. In stoet vertrekken we naar Moulin de Gaspard – leuke plek. De piano wordt duchtig onderhanden genomen, net als het lokale gerstenat. Een oudere Duitse dame, en route in een bestelwagen, vertelt ons over een wonderlijk plekje om wild te camperen – waarom niet? We rijden terug naar het Luc du Pêcher, waar we ons tussen de bomen zetten. ’s Avonds kunnen we genieten van de vlieg- en jachtkunsten van een koppel Rode Wouwen. We worden ook nog es beloond met een wondermooie zonsondergang. Wat een plek!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We besluiten om toch nog wat zuidwaarts te rijden, tot Truyère Lanau. We zoeken een stil plekje op camping Belvédère, wandelen even rond de barrage de Grandval en worden ’s avonds opnieuw getrakteerd op vliegkunsten – ditmaal van talrijke vleermuizen.

Op woensdag huren we kajaks in de base nautique; het wordt een leuke namiddag zon, zwemmen, bootje varen… dolle pret. Moe maar voldaan genieten we nog even op het terras van een fris glas. Terugrijden is absoluut geen optie meer – we verwittigen de garagist dat we een dag later zullen zijn maar horen dat hij er niet in geslaagd is om stukken te vinden… Helaas moeten we wel terug, want de beschermplaat van de motor ligt er nog!

We rijden op donderdag dus terug richting Mont Dore. Onderweg stoppen we in Antignac, waar we heerlijk eten op het terras van Auberge de la Sumène. Na het bezoekje aan de garage settelen we ons op camping Plage Verte, een eenvoudige wandelcamping met mooi uitzicht (maar toch tweede keus na camping La Grande Cascade dat helaas volzet is). Tijd voor familieraad: hoe keren we terug huiswaarts? We nemen geen risico’s en laten de snelweg links liggen.

DSC_2409

old memories

Via secundaire wegen (véél leuker!) rijden we naar Lormes, waar we eerder als stonden op camping Etang du Goulot. We leggen ons lui naast het meer, Aline is niet uit het water te krijgen, maar het is dan ook 35°C! Zelfs het water is haast te warm…

Veel meer dan het stadje en de markthal verkennen, en lui-lekkeren doen we niet meer. Huiswaarts nemen we alsnog de snelweg – op een kwartierke van thuis begint de bak te ratelen en vibreren: dat tandwiel is niet meer goed gekomen!

 

Advertenties

Bretagne (2017)

Bretagne, here we come! Nu we begin dit jaar eindelijk Normandië hadden veroverd, wilden we graag een stapje verder reizen; wél nog even starten met een kleine détour langs de stranden van de débarquement. Als uitvalsbasis nemen we de heerlijk idyllische camping Au Manoir de l’Abbaye – een plekje onder de appelbomen.  We fietsen ’s avonds naar het nabije Creully waar we in de schaduw van het chateau verwend worden met een typisch Frans menu (denk: lapin, cidre, terrine, tarte au pomme,… mmmh). Op de terugweg plukken we nog kleine gele pruimpjes als extra dessert.

Op maandag fietsen we, op basis van prima lokale fietskaarten en vanuit Magny-en-Bessin, naar de caissons in Arromanches. Dit zijn de betonnen pontons die werden afgezonken om er een tijdelijke haven te creëren op D-Day. Een nieuw fietspad doorheen de duinen voert uiteindelijk naar Longues-sur-Mer, waar de indrukwekkende Batterie Allemande te bezoeken is. Aan het water blijkt een super camperplek te liggen, maar wij vervolgen naar het drukke Bayeux. Opmerkelijk ginds: rond de kerk staan verschillende mensen met telelens en verrekijker: blijkt dat er een koppel torenvalken zit met jongen, die zich nu en dan laten bewonderen. Om het beroemde wandtapijt te bewonderen is het helaas te laat.

De volgende dag rijden we door naar de baai van de Mont St-Michel waar we ons installeren op camping Le Balcon de la Baie. Leuke plek, zwembad voor Aline, uitzicht… We fietsen naar de kust en volgen stukjes van verschillende aangeduide fietsroutes. De regio is wat dat betreft een flinke inhaalbeweging bezig. Terug op de camping worden we overvallen door een giga onweer – we krijgen net op tijd de bustent opgezet als shelter.

Woensdag bezoeken we de Mont Saint-Michel; we moeten de fiets achterlaten, enkel voetgangers en de shuttlebussen blijken nog de brug over te mogen. De site is druk maar toch een indrukwekkende must-see. Op de camping vindt Aline vriendjes – bovendien wordt ze getrakteerd op een WAP (worst, appelmoes, puree): feest !

Tijd om erop uit te trekken: we vertrekken ’s morgens op tijd naar Plage Verger voor een wandeling op de Sentier des Douaniers (GR 34). Dit is een fantastisch wandelpad dat langs de kust rondom Bretagne voert, en vroeger werd gebruikt door de grenswachters op hun ronde tegen smokkelaars. Kliffen en kleine strandjes wisselen af, betoverende vergezichten, fotogenieke tafereeltjes. Op Cap Grouin houden we even halt, om vervolgens verder naar Cancale te stappen waar we de zee in ons bord nemen – fruit de mer! Tenslotte steken we terug door naar ons vertrekpunt.

Vrijdag start als een “dol” dagje: kathedraal kijken in Dol de Bretagne, de molen en kleine prehistorische site op Mont Dol, en de vreemde menhir van Champs Dol… We tuffen verder naar Saint-Mâlo dat ons erg kan bekoren. We kuieren doorheen de straatjes en over de remparts. Tegen de avond gaan de hemelsluizen terug open – op de camping maken we een quick favoriet: chili con carne.

We besluiten een stuk op te schuiven naar Cap Frehel. Helaas blijft het grijs en nat, en we informeren in de lokale VVV naar een kamer. Die vinden we in Maison Bellevue, boven de crêperie Petite Galette. De oudere eigenaars zijn volbloed Bretoenen, en dat zullen we geweten hebben – het hangt er vol met posters van (oude) coryfeeën en de traditionele muziek schalt uit de luidsprekers. Maar het is een prima adres, vlak bij het fort La Latte (op de parking blijven ’s nachts diverse campers staan). Het fort zelf is een bezoekje meer dan waard; al gehoord over kanonkogels die werden verhit om meer schade aan te richten? Je ziet er de unieke oven hiervoor bewonderen. ’s Avonds rijden we nog even naar Cap Frehel, maar intussen is het hard aan het waaien en regenen. Met Aline bouw ik nog snel wat stenen torentjes, maar dan hebben we het toch gehad en vluchten naar onze knusse kamer.

Op zondag wil de zon evenmin – op de kaart van Frankrijk is er in de wijde omgeving geen beterschap te zien, dus springen we toch op de fiets richting Cap d’Erquin; de route is niet goed aangegeven en we stranden aan zee een flink eind voor de eigenlijke cap. Vandaaruit maken we een wandeling naar het Îlot St Michel, dat je enkel bij laag water kan bereiken. Bij het kapelletje schrijven we een boodschap op een grote schelp, die aan de buitenmuur wordt gehangen. Een mooi plekje… maar dan begint het weer te regenen. Met het weer slaat ook het humeur langzaam om.

We rijden naar het kustplaatsje Biniz en komen net voor sluitingstijd in de VVV aan. We worden doorverwezen naar een private B&B – dat blijkt een volledig appartement te zijn boven het huis van de eigenares! We doen snel boodschappen en testen uitgebreid de keuken uit. Caroline heeft het intussen wel gehad met het weer, maar de Granite Rose staat nog op het verlanglijstje.

Maandag start zonnig, dus rijden we toch door naar Lannion waar we ons aan de kust installeren op camping Les Capucines, met zwembad. Gelukkig is dat overdekt… na de middag stormt het, de regen houdt niet op. Het humeur zakt onder nul. Verder dan een korte wandeling en wat boodschappen doen, gebeurt er weinig. Leve het zwembad!

Toch wagen we ons de volgende dag aan de boottrip naar Les Sept Îles vanuit Trestraou, waar we ’s middags nog kunnen lunchen in het zonneke. Eigenlijk gaat het om vijf eilanden, en betekent het gelijkklinkende Bretoense woord ‘Monnikeneilanden”. Op het grootste hebben effectief monniken gewoond en kan je een mooie wandeling maken. Maar het meest indrukwekkende van dit natuurreservaat is wel de enorme kolonie Jan-van-Genten die er broedt en leeft, niet minder dan 23.000 koppels! Vroeger op het jaar is daarnaast ook de kolonie Papegaaiduikers te bewonderen. Op de terugweg varen we ook nog langs de beroemde roze graniet kust. Helaas vergezelt de regen ons terug naar de camping…

Woensdag: bewolkt, regen, wind – hé, ’t is wel zomer hoor! Tijd voor een dagje indoor: we trekken naar Pleumeur-Bodou waar een bizarre constructie te ontdekken valt: le Radôme. Een witte paddenstoel met binnenin een enorme hoornvormige antenne, waarmee in de jaren ’60 televisiebeelden werden uitgewisseld met een identiek station in Amerika. Er is een museum aan verbonden over de geschiedenis van de moderne communicatie. Even buiten deze site ligt een pretpark onder de vorm van een Gallisch dorp, met leuke uitdagingen én nog eens voor het goede doel (projecten in Togo). Wellicht nòg leuker bij zonnig zomerweer (zucht).

We beslissen om een totale crash van het humeur én elke mogelijke huwelijkscrisis verder te vermijden, en vertrekken donderdag na de middag huiswaarts waar we tegen middernacht toekomen – in een droog, warm en windvrij huis!

 

 

 

Korte tripjes (2018)

Lang weekend begin mei start in de duinen van Oostduinkerke op de parking van Surfschool.be, in de voormalige vakantie”kolonie” De Zeebries. Vermits we geen toilet aan boord hebben gebruiken we voor het eerst de app “Hoge Nood” – handig! Volgende dag nog even koffie met nicht Sofie van de surfschool en dan richting Vlaamse Bergen, afin, heuvels dan toch – we nestelen ons in een gîte met “la tête dans les etoiles”, op de Zwarte Berg. De camping vlakbij ziet er een aanrader uit, en er is ruim aanbod aan activiteiten: het zetelliftje, een bezoekje aan één van de lokale wijndomeinen, de typische Vlaamse Estaminets net over de grens, … We maken enkele van de vele uitgestippelde wandeltochten, en keren terug via de Catsberg. Heerlijk, zo’n tussendoortje!

DSC_1830DSC_1833DSC_1841DSC_1844

Aline kreeg van haar peter een bijzonder weekend cadeau eind mei: overnachten in een boomhut! Vergeet veredelde koterijen op hoogte of samengespijkerde palletten achter in de tuin: we talk serious business! We hebben afspraak in St Germain des Essourts, bij “les cabanes de Fontaine”. Geen lopend water of elektriciteit, maar wat een ervaring en een absolute hit for kids! Mits wat stilte in acht te nemen ontdek je ook klein wild in en rond het bos. We rijden ’s anderendaags door naar een gekend adres, camping Chateau des Tillieuls tussen Abbeville en St Valéry. Heerlijk ruime plek en prima zwembad met ligweide. We genieten even van de luxe. Waarna we wat verder het Parc Solomon opzoeken – een waanzinnig domein met meerdere klimparcours tussen de bomen, voor alle leeftijden en met diverse graden van moeilijkheid. We starten rustig, maar uiteindelijk doen we met drie de rode piste uit – chapeau Aline! Aan de kust slenteren we nog even langs het strand en door de kleine straatjes van Le Crotoy.

 

Het eerste weekend van juli intussen staat een “moeder – (oudste) dochter weekendje” naar Sevilla op het programma. Aline en ik beslissen om eveneens op stap te gaan. Het is prachtig weer, dus denken we zand – zee – strand en bellen nicht Sofie op met de vraag of we nog eens een nachtje op de Surfschool in Oostduinkerke kunnen staan. Geen probleem. We huren longboards en amuseren ons gedurende enkele uren te pletter in de branding. Oef, wel vermoeiend! We slapen die nacht dan ook als roosjes, tot ik plots een knal hoor en brandlucht ruik – het blijkt de lader te zijn die er de brui aan gegeven heeft. Dit wordt een klusje voor Henk-van-Weetjewel. De volgende dag fietsen we doorheen het natuurgebied St.-André en over de Hoge Blekker, om bij terugkeer nog het Visserijmuseum te verkennen. Een geslaagd weekend, het hoeft niet altijd ver van huis te zijn.

IMAG0153

stoere schipper

IMAG0156

eeuwenoud spel…

IMAG0165

de zee wint altijd

IMAG0183

geslaagd weekend !

Zweden en Denemarken 2 (2016)

Eénmaal The Bridge veilig overgestoken, draaien we af naar de luchthaven van Kopenhagen. Ons oudste neemt er met een klein hartje – eerste keer alleen vliegen – een vlucht naar Perpignan, via Charleroi. Wij zoeken in Kopenhagen het gezelschap op van familie, die er toevallig verblijven. Na heerlijke koffie en koeken huren we (bak)fietsen om de stad te verkennen.

We proppen ons vol met indrukken: de Ronde Toren, Nyhavn, Christiana vrijstaat, Amalienborg, de waterkant met Kastellet en de Kleine Zeemermin, de nieuwe studentenbuurt, Tivoli… Kopenhagen blijkt dé ultieme fietsstad. ’s Middags genieten we van een heerlijke visschotel in Faergecafé (Strandgaden). Moe en voldaan zoals dat heet doen we in de terugkeer nog een terraske op een ponton langs Peblinge Lake. Aline neemt er een onvrijwillige duik in het water, zo fascinerend waren die kleine visjes!

Na het drukke Kopenhagen beslissen we een rustige plek te zoeken voor de nacht en stoppen op Stevn Camping in Strodby. Vreemde plek, en geen aanrader: hondenpoep voor de deur, gasten die zakjes afval gewoon in de haag dumpen en een opzichter die daarbij de schouders ophaalt… De frigo van de bus laat het intussen definitief afweten, dus het wordt wat behelpen met vrieselementen. We rijden langs de kust naar beneden via de klif van Hojerup, waar begin vorige eeuw een deel van de kerk samen met de afbrokkelende klif in zee verdween. Het gaat verder rondom Praesto Fjord naar het eiland Mon. Om vervolgens te beseffen dat onze identiteitskaart nog bij de receptie ligt van Stevn Camping – de uitbaters daar lijken er echt geen zin meer in te hebben!

Het verschil met Keldby Camping kan niet groter zijn: vriendelijk onthaal, ruime plek, een speeltuintje met een massa bierkratten om leuke torens mee te bouwen. Papa mag meteen aan het werk. We verkennen nog even Stege waar we lekker eten bij de restaurantketen van de lokale Jeroen Meus – die daar gewoon David heet.

De laatste volle dag spenderen we aan het ronduit schitterende Geocenter Mons Klint: een toegankelijk museum over geologie en dino’s, met leuke experimenten en 3D films. We wandelen eerst boven op de indrukwekkende witte kliffen, om vervolgens 400+ trappen naar beneden te nemen. We hebben geen succes in onze zoektocht naar fossielen, en ik voel me “naakt” zonder goed fototoestel. Terugkeren doen we via enkele spannende boswegels. ’s Avonds eten we krullend verse pladijs in het kleine Klintholm Havn. Eigenlijk verdient Mon een langer verblijf: het lijkt een heerlijk fiets- en wandelparadijs, en naast enkele kastelen heeft het ook een aantal oude kerkjes met mooie fresco’s.

IMG_20160715_160819

IMG_20160715_162724

IMG_20160715_173830

Helaas moeten we de volgende dag reeds terug. Via Bogo en Lolland gaan we aanschuiven in Rodby Havn, waar we de middagferry nemen naar Puttgarden. Vervolgens haspelen we de laatste 800 km af op een drafje, we komen net voor middernacht thuis.

We houden aan de reis gemengde gevoelens over: bepaalde stukken moesten te snel, en het slechte weer confronteert ons met de beperkingen van een kleine camperbus: met vier kamperen vraagt echt wel om mooi en vooral droog weer!!! Moe op reis vertrekken was ook al geen slimme zet. Een volgende trip naar Zweden en/of Noorwegen zal alvast de goedkeuring van de weergoden vereisen…

 

 

 

Zweden en Denemarken 1 (2016)

De zomertrip gaat dit jaar naar Zweden, met een retourtje via Denemarken. Na een vlotte rit schepen we ’s avonds in Travemunde in voor de nachtboot naar Trelleborg. Heerlijk ontspannend is dat! Bij vertrek kunnen we de imposante driemaster “Passat” bewonderen in de haven.

Eénmaal in Zweden volgen we de kust tot in Ystad. Ja, dat stadje uit die serie. Oude vakwerkhuizen, gezellig centrum, en een nieuwe pier gesponsord door de bevolking. We zien er ook een plank met de naam van de bekendste inwoner: Wallander. Met een ovenvers donker roggebrood zoeken we ons een plekje in de jachthaven voor het ontbijt. Na de obligate “girl power” foto rijden we verder naar Kaseberga, waar ze zowaar de dorpsnaam op Hollywood-wijze tegen een klif hebben hangen. We wandelen van daaruit naar de imposante stenen kring van Ales Stenar.

We vervolgen naar het mooi middeleeuwse Glimminghus. Tegen de avond passen we voor vreselijke campings in Simrishamm, en stoten toevallig op een superplekje, een no-nonsense low budget plek aan de zee, in Baskemölla. Blijkt ook nog een eigen strandje en zeebad te hebben, dat prompt wordt uitgetest.

P1070197P1070200P1070203

De volgende ochtend bezoeken we Simrishamm, dat kleurrijk en aantrekkelijk blijkt. We eten lekkere vis in het drukke haventje, en kunnen naar hartenlust “aapjes kijken”. Terug op de camping wandelen we via het strand naar de lokale keramiste, die ook nog es lekkere koffie blijkt te zetten!

Die nacht worden we uitgeregend – 15 liter water valt uit de hemel. We beslissen om een wandeling in Stenshuvuds natuurpark over te slaan en rijden via Kivik en het prehistorische Kungagraven (grafheuvel) naar het Asnen meer. Op camping Urshult vinden we een goeie plek – de tent blijkt nog doornat, dus beslist grote zus dat ze de “bovenkamer” voortaan zal vervoegen. De ruimte in de bus wordt wat krap… We besluiten de dag in de lokale pizzeria. Intussen blijft het grijs en regenachtig…

P1070224P1070220P1070231P1070236P1070225

Met de auto naar Lunnabackens. We bezoeken er het open luchtmuseum (dorpje) en maken een flinke wandeling langs het meer. In het terugrijden stoppen we voor inkopen in Ryd en botsen per toeval op het bizarre autokerkhof, waar wrakken van de jaren ’50 en later opgaan in het bos. Het levert mooie plaatjes op. Terug op de camping doen we een dapper “zwemmertje” in het grijze koude water, en maken een campinggerechtje met… Zweedse balletjes!

P1070281

P1070282

Dag 6 intussen.  Liesbeth blijkt een teek op bezoek te hebben. We rijden daarom terug naar de lokale verpleegpost in Ryd, en bezoeken er nog een “brocante”. Nou ja… veel rommel. Bevrijd van teken gaan we in de namiddag kajakken vanuit camping Norraryd (die een absolute aanrader lijkt te zijn). We varen van Honshultefjorden naar Haubälesfjorden en terug, met best wat spannende stukjes.

Na een laatste nachtje in Urshult gaan we voor een stukje cult: het splinternieuwe IKEA museum in Almhult, pas open. Pure nostalgie, die we afronden met “gevarieerde balletjes” als lunch. In Markaryd vinden we een leuke slaapplek aan een meertje, waarna we nog het Alg en Bison Safari park bezoeken – met de auto tussen 10 verdwaasde elanden… een tourist trap dus. Aline geniet meer van het zandkastelen bouwen op de camping. De nacht wordt opnieuw koud en nat. Het humeur zakt terug een paar graden…

De dag erop bezoeken we het natuurpark Söderasen in een oud vulkaanlandschap. De ravijn is indrukwekkend – de val van het fototoestel dat uit mijn handen glipt evenzeer. Gelukkig slaag ik erin om het geheugenkaartje te recupereren na een spannende klauterpartij. Omdat intussen zowat de hele inboedel van de camper nat is, huren we een huisje op de camping in Rostanga. De droogkast doet overuren, en het verwarmde zwembad ook.

P1070425

P1070429

P1070435

P1070442

Met hernieuwde moed vertrekken we de volgende middag naar Lund – wat slenteren, de kathedraal en Kultura (Pettson & Findus!) bezoeken, maar ook shoppen en flink watertanden bij de vele design- en interieurwinkels. We nestelen ons ’s avonds op een camperplek naast het stedelijk zwembad. Helaas te koud en te winderig om ervan te kunnen genieten…

Na nog een korte shopping-stop in Lund rijden we door naar Malmö. Het oude stadsdeel verleidt ons met haar pleintjes en het behapbare Moderna Museet, en de terrasjes aan het water. We verkennen ook de nieuwe stadswijken Ankar Parken en Västra Hamm, met de indrukwekkende Turning Torso wolkenkrabber van Calatrava. We nestelen ons ’s avonds in de schaduw van de Sontbrug op een enorme camping, waar ze ons netjes een plaats geven in het rijtje van VW camperbusjes.

DSC02551DSC02546DSC02545

De volgende dag verlaten we voor dag en dauw de camping, en rijden van Zweden naar Denemarken via de beroemde “Bridge”, en dit op de luide tonen van de soundtrack!

 

Normandie (2017)

Let’s start the season! Ontiegelijk vroeg vertrekken we met de bus richting Normandië. Tweede poging – de laatste “strandde” aan de oevers van de Seine. Unterwegs ontbijten we in het mooie Aire de la Baie de la Somme, op weg van Calais naar Abbeville. In Le Havre verlaten we de snelweg voor een bezoekje aan de kliffen van Etretat. Even een plekje zoeken aan het oude kerkje, als plots – een klop, geratel, stilstand. Een oliespoor, dit ziet er niet goed uit!

Verzekering bellen, en Depannage Garage Simon komt de schade opnemen. Tja, ’t is weekend (zaterdagochtend!), dus veel is er niet mogelijk, de bus wordt weggesleept. We ervaren wat een goede reisbijstand betekent: binnen de 3u regelt Ethias een hotel met ontbijt, en een vervangwagen. Intussen maken we er het beste van: picknick op het strand, met zicht op de beroemde “olifantenklif”.

Na ophalen van de wagen in Le Havre installeren we ons in Fécamps. In het typisch Franse Hotel du Commerce krijgen we de zeer ruime familiekamer op zolder als prima uitvalsbasis. Mét zicht op de grote camperparking aan de haven… We gaan nog even een luchtje scheppen en nestelen ons voor een apero en heerlijk eten op het terras van La Taverne du Musée. De cider vloeit al rijkelijk!

Dag 2 doen we een groot stuk van de Ciderroute; we rijden een eerste maal over de prachtige Pont de Normandie en rijden vervolgens langs Pont l’Eveque, Bonnebosq, Beuvron met het pittoreske marktpleintje, Cambremert, en het middeleeuwse Chateau de Crèvecoeur. In de Manoir de Grandouet proeven we calvados, cider en appelsap. Een relevant aantal flessen wisselt vervolgens van eigenaar! s’ Avonds verkennen we nog het mooie Pont l’Eveque en eten er op een idyllisch terrasje (Auberge de la Touques) langs het water.

DSC_0153

Chateau de Crèvecoeur

DSC_0150

Iemand duifje gezien?

DSC_0160DSC_0163DSC_0124DSC_0129DSC_0131DSC_0137

DSC_0146

Beuvron – commerce pratique

Dag 3 worden we wakker gebeld door de verzekering: de lokale VW garage heeft geen zin om een inspanning te doen tenzij over 2 weken… dus wordt beslist om de bus te repatriëren. We halen er nog wat spullen uit en maken ons op voor een wandeldag: in het bureau van toerisme vinden we een uitstekend carte randonnée Les Hautes Falaises, en we starten met een fikse klim tot aan het pelgrimskerkje voor vermiste zeelieden. Via mooie vergezichten op de Cap Fagnet en diverse bunkers van de Mur Atlantique zwenken we naar het binnenland en volgen een oude spoorwegbedding terug naar Fécamp.DSC_0192DSC_0201DSC_0203DSC_0186DSC_0210

Dag 4 wordt een verplicht nummertje naar Honfleur. We rijden kort door de oude kern van Le Havre, die er verrassend mooi en parkachtig uitziet, maar steken al snel nogmaals de Pont de Normandie over. Honfleur valt ons wat tegen, de hype van het oude haventje ontgaat ons en we verkennen liever de kleine straatjes en steegjes in het centrum. We rijden wat verder langs de kust tot in Trouville, waar nostalgisch mooie huizen op het strand staan.

DSC_0248DSC_0251DSC_0256DSC_0260

Dag 5 is meteen de laatste: met de vervangwagen snorren we richting Abbeville waar we langs de National 1 nog even stoppen bij een typische Routier. We beleven er nog  grappige momenten wanneer een oude local in slaap valt tussen lunch en dessert. Terug thuis laden we de wagen uit, en ’s avonds volgt nog een retourtjes Rijsel voor het inleveren van de wagen. Op internet ontdekken we dat er net een nieuwe busverbinding is opgestart tussen Brugge en Rijssel – voor een prikje worden we met een luxecar terug thuis gebracht.

Epiloog: een week later wordt de bus afgezet bij de lokale garage; het vastzetten van de motorsteun blijkt op een halfuur gefikst… back on the road!

Rondje Voeren (2017)

De Voerstreek stond al een poos op ons verlanglijstje. In mei hangen we – macht der gewoonte? – de fietsen achterop en vertrekken richting Remersdaal waar we ons installeren op camping Natuurlijk Limburg. Beetje tegenvaller, tenzij je écht van honden houdt – er liepen meer honden dan campinggasten rond, en in de cafetaria mochten ze zonder probleem in andermans bord snuffelen. Toen iemand ook nog es een stoel van onze tafel vroeg om haar hond op te zetten, hadden we het wel gehad…

Gewapend met een fietskaart en wandelkaart trokken we op pad – om snel te ondervinden dat de fikse heuvels te pittig zijn voor gewone stadsfietsen. We besluiten dan maar te gaan stappen en duiken het Veursbos in waar we de GR128 vervoegen die ons tot in Teuven brengt. Tijd voor een pitstop, die nemen we in het prettig gestoorde biercafé De Zotte Lambik. Bijgetankt klimmen we de Teuvenerberg op, om vervolgens via het dal van de Gulp richting Remersdaal te wandelen en zo terug naar de plek waar we onze fietsen achterlieten.

De volgende dag rijden we naar s’ Gravensvoeren, waar we even het Toerismebureau induiken. We hebben Aline immers wat ”ontspanning” beloofd. Er blijkt een speelbos in de buurt te liggen, waar we ons uitleven (…) met het bouwen van een takkenkamp. Het terrein blijkt verder weinig om het lijf te hebben, dus gaan we op stap. Na een korte klim flirten we een tijdje met de landsgrens, die hier nog aangeduid wordt met de oude grenspalen uit 1843. We doorkruisen een stuk van het reservaat Altenbroek, waar we diverse dassenholen opmerken. De dieren zelf laten zich evenwel niet zien. Via het dal van de Voer lopen we terug naar de bus.

De eerste kennismaking met de streek ligt wat dubbel: een prachtige wandelstreek, maar volgende keer zoeken we ons alvast een andere plek om te overnachten.