Zomertrip Slovenië 2 (2019)

We zijn intussen dinsdag 13 augustus en laten camping Podgrad Vransko achter ons; we stellen de lange lijst to do’s bij en besluiten om niet verder oostwaarts te trekken, maar nu reeds richting kust te rijden. Voorbij Ljubljana verlaten we de snelweg voor een uitgebreid bezoek aan het mooie rotskasteel Predjama Grad, en heus roversnest. In de late middag rijden we naar camp Dujceva bij Vremski Britof: een ruim grasveld op een eiland in de Reka, met een erg steile toegangsweg, een randje gedateerd – blijkt later dat het te koop staat.

Een Nederlands meisje, Kaline, komt meteen nieuwsgierig kijken – vriendjes! Niet veel later plonsen ze samen in het koude water en tot laat worden spelletjes gespeeld. We stellen dan ook voor dat ze woensdag mee op stap gaat. De trip gaat richting Skocjan, een gezellig dorp, even verwijderd van het drukke bezoekerscentrum voor de grotten. We verkennen de buurt via een “ontdekkingswandeling” waarbij we een mooi zicht krijgen op het typisch karstenlandschap. Onderweg zien we een waterslang in een vijver, bizar. De wandelingen door de grotten zelf doen we niet, die lijken wel interessant maar druk, en met die hitte…

Terug op de camping nemen we een frisse duik en eten we bij de eigenaars op het terras “typisch Sloveens” eten: goulash, gevulde pasta, opgerolde desserten.

Op donderdag wordt er uitgebreid afscheid genomen: Kaline vertrekt met haar broer en ouders richting Nederland (in hun T4 busje), wij gaan richting kust met een eerste stop in het zonnige Izola, tussen de drukke havenstad Koper en het toeristische Piran. Het oude centrum doet Venetiaans aan, Italië lonkt aan de overkant van de baai. We vinden een plekje voor de bus, aan het diepblauwe water. Even verderop ligt de zeedijk vol zonnende mensen, op het… gras.

Na een verkwikkend zwemmertje in zee rijden we verder naar de zoutpannen van Secovlje, maar zonder fiets en in de verzengende zon passen we voor een bezoek. We keren terug richting Piran, maar alle parkings staan vol. Plots staan we aan het casino Portoroz – de parkeerwachter wil wel iets bijverdienen, in ruil voor een briefje van 10 krijgen we een ticket wat we absoluut niet zichtbaar in de wagen mogen leggen – tja. Het hotelcomplex straalt pure luxe uit, en wat een uitzicht; op het binnenplein staat ook nog es een Venetiaans kerkje als landmark. We kuieren verder op de dijk en ontdekken een gratis shuttle helemaal tot in het centrum van Piran. Daar is het best druk, we verkennen het stadje en klimmen tot aan de kerk boven voor een fantastisch uitzicht. De oude stadsmuren bekijken we van ver, iedereen heeft last van de warmte en we zoeken een terras op voor het avondeten.

’s Vrijdags rijden we richting Soca vallei, nog zo’n uitgangsbord voor Slovenië, en dat zullen we geweten hebben: camping Koren, op papier 4 sterren, maar zeker niet in de drukke zomerperiode: overvol, onvriendelijk, we eindigen op de parking van het boventerras. De regio is wel prachtig: de smaragdgroene (en ijskoude!) Soca, pure natuur. We maken een wandeling die eerst naar de Kozjak waterval voert, maar na een stop aan en in de rivier loopt het mis – we verlaten de route en via hete asfaltbaantjes komen we in Kobarid terecht, Caro heeft het gehad met de warmte, ik wil nog het Italiaans herdenkingsmonument zien van de zware strijd die hier speelde tijdens WO I: een slechte match en einde van de dag in mineur! Bovendien is het nu nog drukker op die parking, hier blijven we niet…

Intussen is het zondag 17 augustus en we rijden een eindje verder naar camp Vodenca in Bovec, een uitvalsbasis voor de vele outdoor activiteiten in de streek. De uitbaters houden strikt het maximumaantal kampeerders in de gaten, we staan rustig op een groen terras, wat een verademing! Het dorp is gezellig druk, veel jong volk, en we verkennen nog de samenloop van de Soca en de Koritnica, waw! We boeken bij Eurotrekking voor de volgende dag een canyoning op de Susec en ronden af met een partijtje badminton.

DSC_3507

Fun fun fun op maandag: een andere omschrijving is er niet. Na een lastige wandeling steil bergop – met je uitrusting op de rug – springen, klauteren en glijden we langs het riviertje naar beneden. Een leuke afsluiter van ons verblijf in Slovenië.

canyoning

Dinsdag is het tijd om de terugreis aan te vatten, we laten de uitdagende Vrsic pas rechts liggen en rijden via Treviso, Villach, Salzburg en verder richting München. Het regent intussen pijpenstelen, na veel discussie en een doorverwijzing komen we in hotel A10 in Augsburg terecht. Op de parking staat een veredeld frietkraam, dat wordt ons avondeten. Gelukkig is het ontbijt ruim en goed, zo kunnen we het laatste rechte eind naar huis aanvatten. Ergens rond Geel verlaten we nog even de snelweg voor een pizza bij een lokale Italiaan, maar die avond slapen we terug in eigen huis.

Deze reis was een hele brok: aangenaam verrast door de nieuwe bus, de prachtige natuur in Slovenië, en de vele mooie en behapbare bezienswaardigheden. Maar… met temperaturen tussen 30° en 35° is het voor Caro te warm, daar zullen we in de toekomst moeten op letten. En bovenal: de regio tussen de Italiaanse grens en Ljubljana is in de zomer echt wel veel te druk, toerisme wordt volop gepromoot maar de capaciteit en kwaliteit staan zwaar onder druk. We komen graag nog eens terug naar het rustige noorden en oosten, maar voor de Soca zal het toch buiten de zomermaanden moeten zijn!

Zomertrip Slovenië 1 (2019)

Spannend!

Voor het eerst hebben we bijna 3 weken samen verlof. En het wordt de eerste reis met de nieuwe blauwe. We hebben genoeg tijd gehad om alle tips over Slovenië te verzamelen, en met die bagage vertrekken we op zaterdag 3 augustus via Aken en Koblenz, voor een eerste picknick-stop aan de Moezel. We rijden verder onder luid gezang op de achterbank (Ghostrockers rules!) tot in Augsburg, waar we een nachtje boeken op de prima doorgangscamping Bella Augusta. De uitbaters wijzen ons op een nieuwe eterij aan het meer, net open: bestelling en bediening zijn nog wat verwarrend, het eten vettig Duits… Weten we meteen ook wat Käsespätle is!

De volgende dag vertrekken we tijdig richting München, maar door de drukte en de vele wegenwerken schiet het niet op. We verlaten de snelweg op de middag en zoeken de Chiemsee op bij Seebruck voor een verfrissende duik en zomerse picknick. In de late middag hernemen we de snelweg en rijden tot Salzburg waar we een groen plekje vinden op camping Aigen.

 

Vroeg in de ochtend rijden we tot de P+R aan de stadsrand, en vervolgens met de bus naar het centrum van Salzburg. We kuieren wat door de oude kern en stille achterafstraatjes, kopen brood in de oudste bakkerij, bewonderen het ambacht van  messenfabriek Kappeller, laten ons entertainen door een straatgitarist. Voor musea is het te warm, en de tijd te kort. In de late namiddag rijden we door naar Slovenia, via Villach en de oude – steile – Würzenpas. We installeren ons op Camp Spik in Kranjska Gora, met zicht op de indrukwekkende Triglav (2864m).

 

Dinsdag staat de Vintgar Gorje op het programma: supermooie kloof en natuur, maar even super toeristisch (“klein Blankenberge”). Op de terugweg van boodschappen in Jesenice komen we in een giga onweer terecht: bakken water, de bliksems slaan in rondom de bus. Terug op de camping blijkt ons plekje onder water te staan… we zoeken een hogere stek op.

 

Na een droge nacht overwegen we om toch even via Bled te rijden: the place to see, maar is het echt zo druk? En ja hoor, 4km voor het dorp staat het verkeer al vast. We schieten een zijweg in en komen via een groen baantje bij de ruïnes van Kamen Grad, letterlijk het stenen kasteel. We lopen er helemaal alleen rond en kunnen alle hoekjes verkennen! Even later blijkt het subliem ogende camp Trnovc helaas volzet, we placeren ons op camp Smlednik, een mooie plek maar zo slecht uitgebaat…

 

Op donderdag bezoeken we het middeleeuws Sofja Lokan, een pittoresk handelsstadje met verkeersvrij centrum. In de kerk komen we de eerste keer architect Plecnik tegen: er hangen meerdere grote lusters van zijn hand. We klimmen ook tot aan de burcht, maar passen voor de grote wandeling rond het stadje wegens de hitte. Wel rijden we buiten het centrum nog even naar het kerkje van Crngrob, bekend voor haar kleurrijke muurschilderingen. Terug op de camping trotseren we het ijskoude water van de Sava; ’s avonds gaat Aline nog op Pokemon jacht.

 

Op dag zeven rijden we naar een P+R aan de rand van Ljubljana waar we de bus nemen. De hoofdstad blijkt zeer behapbaar en niet groter dan pakweg Brugge. Het aanbod aan bezienswaardigheden is wel erg divers en ruim: aantrekkelijke pleintjes, de kathedraal, Jugendstil gevels, de onvermijdelijke Plecnik (3-voudige brug, drakenbrug, sublieme bibliotheek), de resten van het Romeinse castrum Emona, maar ook de betonnen blokken uit de periode van de Koude Oorlog rond het plein van de Republiek.

 

De campercontact app prijst een camping aan in Vransko, waar we van de ene verbazing in de andere vallen: het blijkt de waargemaakte droom van gastvrouw Renate, na een carrièreswitch. Ruime afgebakende plekken, huurchalets in het groen, een kleine tentenplaats rond een vijver, veel gemeenschappelijke ruimtes (buitenkeukens, overdekte eetruimte, luxueuze afwasruimte, regendouches met vloerverwarming,…), en een spotprijs: genoeg om te “blijven hangen”. We krijgen trouwens het gezelschap van Belgen op de terugweg van een 2CV Raid rond 100 jaar Citroën in Kroatië. Nu wordt duidelijk waarom we al zoveel oude “geitjes” waren tegengekomen!

Op zaterdag luieren we wat: boekje lezen in de schaduw, wat pingpong spelen, ijsje eten… Het lokale Grom Motorcycle Museum is helaas niet open.  ’s Avonds zoeken we – na enige omwegen – verkoeling in een zwemmeer nabij de industriestad Velenje. Het is donker wanneer we terug op de camping arriveren. Daardoor vertrekken we zondag eigenlijk te laat naar het mijnmuseum van Mezica: blijkt dat de rondleiding al bezig is. We nemen wat kleine baantjes verder de bergen in en krijgen tips van een Sloveen die er aan hillclimbing komt doen: hij raadt een mooi uitzicht aan op de Topla.

 

Uiteindelijk zullen we uren door de bergen rijden, op kleine onverharde wegen. De bus wordt stevig gebruikt, maar de verlaten vergezichten, kleurrijke bijenkasten en speciale houten parket-daken maken indruk. We eindigen de rit in Solcava, waar we blijven eten (27 euro all-in voor ons drieën). Onder de route enkel gesloten tankstations – dat breekt ons de volgende ochtend zuur op: net als we de camping afrijden slaat de motor af! Gelukkig rijdt Renate ons meteen naar een station waar we een kleine bidon diesel kunnen halen…

Eénmaal en route rijden we naar Jama Pekel, een kleiner grottencomplex met grappige druipstenen (de hagedis, de inktvis, de chocoladefontein…) en een mini waterval. Buiten kruisen we het pad van een mooie vuursalamander. Van daaruit gaat het richting Mozirje en Radegunda, waar we de skilift nemen naar het hooggelegen Goje, een recent skioord. Daar zijn diverse wandelingen aangegeven, de hitte maakt het best pittig! We zijn zo moe dat we een snelle hap improviseren bij thuiskomst.

 

Vreemdgaan rond het IJsselmeer (2019)

Het is beslist: we proberen eindelijk die T4 California Exclusive van op Goboony. We bollen met onze bus richting Amsterdam en springen nog even op de fiets voor een rondje parken en grachten. Intussen krijgen we bericht dat de spiegel van de huurbus is afgereden, en de overdracht pas later kan. Geen probleem, vlak in de buurt vinden we een lekkere eettent, “de Radijs”. We halen de bus op en rijden naar camping de Badhoeve, waar we een heuse verhuis organiseren tussen beide bussen… Vanaf de camping sta je met de fiets op minder dan een halfuur in het centrum van Amsterdam. Ideaal als uitvalsbasis dus. Onze bus kan op de parking blijven staan, en zelf vinden we een plekje aan het water. Best spannend, zo’n eerste nacht vreemdgaan!

Op dinsdag rijden we langs het Kinselmeer en verder via Uitdam naar het pittoreske Marken. Na het verplicht bezoek aan de klompenmakerij en poffertjes aan het haventje keren we om. Onderweg wordt er vaak gestopt voor wat vogelspotting. Binnendoor langs Purmerend en Beemster volgen we de oude dijk richting Wieringerwerf, waar we plaats zoeken op De Tulpentuin, een grote tulpenkwekerij. Wie overnacht krijgt de volgende ochtend een korte rondleiding doorheen het bedrijf – best interessant!

Minder interessant is dat de kranen in de bus het niet doen… en we na ruggespraak terugkeren naar Amsterdam voor herstelling. Kan gebeuren. In de late namiddag nemen we alsnog de Afsluitdijk, maar voor Harlingen is het te laat. We slaan rechtsaf en installeren ons op camping It Soal in Workum. Héél rustig: Nederland is nog niet in verlof. Tijd om de keuken uit te testen, die staat best handig zo achter de zitbank.

Het blijft flink waaien en grijzen, maar donderdags gaan we toch fietsen. Bij het ene pontje staat de veerman enkele dagen van zijn pensioen, bij het andere pontje is het dan weer de eerste rit van een koppel vrijwilligers. Ach, veel volk is er niet op de baan. We doen een rondje tot in Gaastmeer, waar we ons opwarmen in “d’Ald Herberch”. De eigenaar verrast ons met een kookboek in het Fries, een oefening voor je taalknobbel! Fries blijkt een mengelmoes te zijn van Nederlands, Engels en woorden uit Scandinavische talen, ontstaan in de hoogdagen van maritieme handel. Op de tocht rijden we nog langs de historische scheepswerf, vol mooie platbodems in diverse staat van opbouw.

Terug in Workum slenteren we rond in twee “brocante” zaken, waar we de lokale economie even steunen. ’s Avonds eten we op de camping en proberen nog even de nieuwe stuntvlieger uit – helaas gaat de wind liggen, dus doet de vlieger hetzelfde.

DSC_2645

Op vrijdag rijden we verder, via Hindeloopen en Stavoren, en veel kijkhutten, naar Lemmer. Daar staat het Woudagemaal al een poos op mijn verlanglijstje: een imposant, met stoom aangedreven pompgemaal uit de jaren 1920, nog steeds operationeel en glimmend van goede zorgen. Het kan 4 miljoen liter water per minuut verpompen vanuit de boezem naar het IJselmeer. Een bezoek méér dan waard!

DSC_2690DSC_2698DSC_2703

Verderop, halfweg richting Zwolle, ligt Schokland: wellicht het enige dorp op het vasteland met een weiland als haven – door de inpoldering lag het plots niet meer aan het water. We installeren ons iets verder, in Epe. ’s Nachts draait de temperatuur rond het vriespunt, maar de kachel doet geruisloos haar werk.

Zaterdag verkennen we letterlijk en figuurlijk andere opties: we rijden naar het zelfbouwtreffen van het Weetjewel-forum, op camping Warnstee in Wichmond. Er wordt volop gegluurd in knap uitgedokterde interieurs en hoogstaande huisvlijt – veel inspiratie om zelf aan de slag te gaan met een VW bus. We zien enkele ooievaars rondcirkelen en met Aline ga ik op zoek: uiteindelijk vinden we een groep van een twaalftal vogels, die als meeuwen achter een ploeg lopen op de akker. Ze laten zich van dichtbij bewonderen. Na de brunch op zondag nemen we afscheid en rijden terug richting Amsterdam. Op de fiets maken we nog een rondje Holysloot – helaas is het pontje daar nog niet open, maar het treft: de lokale ijsjeskar passeert net. Ook nu zien we onderweg veel scholeksters, kieviten, reigers, grutto’s maar ook een grote kolonie brandganzen. We eten ’s avonds in de campingbistro en maken ons op voor een laatste nachtje in de huurbus.

DSC_2747DSC_2755DSC_2718

’s Morgens opnieuw verhuis: alle spullen terug in onze camper, fietsen op de huurbus en zo naar Amsterdam. We leveren de bus in en verkennen nog even de buurt rond de bloemenmarkt en het Waterlooplein met zijn vlooienmarkt. Tenslotte nemen we het pontje aan het Centraal Station en fietsen terug naar de camping.

Conclusie: een positieve kennismaking (toilet aan boord!) met de Exclusive. De weken erop verkennen we nog andere pistes (zelfbouw, Ford Nugget, …) maar we zullen midden mei uiteindelijk een Exclusive op de kop tikken in Rijssen. Onze kleine groene krijgt een volgend leven, wij starten een nieuw hoofdstuk.

Vulkanen in Frankrijk (2018)

Waar naartoe? De vraag hangt voorzichtig al enkele weken in de lucht. En de vraag op zich is al een klein mirakel na de “nooit meer in die schoendoos” van vorige zomer. De korte tripjes dit jaar zijn meegevallen, het weer is mooi, en er zijn al enkele rustdagen ingebouwd voor we vertrekken. Het vage plan is richting Albi/Carcaçonne, of via Bordeaux richting noorden van Spanje. We vertrekken rond 5u en voorbij Parijs ontbijten we op de leuke stop in Etampes. Van daaruit gaat het verder richting Orlèans. Helaas, lange file… geen zin in gedoe, dus hou ik links aan, de Loire dan maar. We stoppen in Chambord en bezoeken het paleis met de duizend schoorstenen. In de lokale VVV halen we info op, waaronder een fietskaart, en onze app suggereert een leuke camping in Cheverny: camping Les Saules. Dat blijkt een super plek! We zetten de camper onder de bomen en springen snel het zwembad in.

De dag nadien wordt ongegeneerd luieren: zwembad, boekje, beetje frisbee en pluimpje slaan, een korte wandeling in de omgeving – het is dan ook snikheet. ’s Avonds wordt een groot scherm buiten geplaatst: finale van het WK voetbal, en tot vreugde van de lokale medemens wint Frankrijk de cup.

Op maandag gaan we fietsen – de camping verhuurt goede tweewielers, de hitte noopt ons wel om unterwegs de ambities wat bij te stellen. De flessen water zijn snel leeg, gelukkig zijn er nog terrasjes. ’s Avonds zoeken we opnieuw verkoeling in het zwembad. Dolce far niente….

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We vertrekken dinsdag pas op de middag. We bezoeken, nabij Amboise, het domein Clos Lucé, de laatste woonplaats van Leonardo Da Vinci. In diverse paviljoenen, maar ook in het park, kun je de vooruitstrevende ideeën bewonderen van deze unieke kunstenaar annex uitvinder annex wetenschapper. Na het uitgebreid bezoek rijden we binnendoor richting Chateauroux, waar we ons tegen de avond installeren op de stadscamping Du Rochat bij het Lac de Belle Isle. Mmh, veel drukte, en een grote groep “gitanes” met enorme caravans, bestelwagens met wasmachines en droogkas, grote BBQ… het is toch een aparte way of life. We lopen nog even langs het stadspark, waar je ook kunt zwemmen.

Er is niks dat uitnodigt om te blijven, dus volgende dag richting Montluçon. Een leuke stop is Boussac, een rustig oud dorp-met-kasteel met een centrum dat luchtvaartgeschiedenis uitademt: ene Georges Lannet was een lokale vliegpionier. Terug op de snelweg plots het gevoel dat de bus inhoudt – even terugschakelen, flink optrekken en weer in z’n vijf. Vreemd, veel toerental, maar niks trekkracht: vijfde versnelling doet het niet meer. Nu ja, we rijden nog en het gaat richting Clermont. Onderweg stoppen we nog even aan een kerkhof – altijd speciaal maar hier toch bizar: het staat er vol glazen mini-serres die over de graven gezet zijn. ’s Avonds zoeken we een plekje in Murat, camping Panoramique. Mooi uitzicht, dat wel, maar helaas ook DJ-night aan het zwembad die avond… Ook deze camping wordt geen blijvertje.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We rijden de volgende dag daarom naar Mont Dore, met in het achterhoofd het voornemen om een garage op te zoeken. Een vriendelijke dame van de VVV verwijst ons naar “haar” Garage du Centre. We worden super vriendelijk ontvangen, en de garagist belooft om nog dezelfde dag de boîte na te zien. Omdat we niet goed weten wat ons te wachten staat boeken we alvast een nacht in aparthotel Le Wilson, dat beschikt over een ondergronds zwembad, onder de tuin. Ook speciaal… We verkennen kort het skidorp, met een welnesscenter uit vervlogen tijd, geheel opgetrokken in Byzantijnse stijl.  Na een heerlijk diner in l’Estavou kruipen we tijdig onder de wol.

We krijgen vrijdag meteen bevestiging: tandwiel n° 5 is kapot gedraaid. De garage belooft om de nodige stukken te zoeken. We laten het niet aan ons hart komen en schuimen de lokale markt af. In de namiddag stijgen we met de oude funiculaire tot boven het dorp en vertrekken van daar naar Puy de Sancy. Een uitdagende wandeltocht met fantastisch mooie uitzichten. Van tegenliggers horen we evenwel dat de laatste cabinelift naar beneden vertrekt om 18u15. Ik zet een sprintje in en kan nog net de opzichter overtuigen om te wachten op vrouw en kind… Eénmaal in het skistation beneden stellen we vast dat de laatste bus naar het dorp al weg is. Ach, dan toch maar eerst een terrasje doen. Als we te voet vertrekken begint het te regenen, en onderweg worden we opgepikt door een vriendelijke dienster die ons netjes afzet in Mont Dore. Soms komen de dingen vanzelf in orde…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Op zaterdag zetten we de verkenning verder en wandelen we ook nog naar La Grande Cascade. We halen de bus terug op, in de garage heeft men het kapotte tandwiel terug gemonteerd, zodat we met een “vierbak” kunnen rijden.

Zo vertrekken we de volgende dag naar Vulcania nabij Puy de Dôme, een educatief park over de vulkaanstreek waar we zitten. De tijd vliegt in de prima infozalen, afgewisseld met experimenten en leuke 3D-films. Aline houdt er nog enkele dagen een “uitbarstingsschrik” aan over. We keren binnendoor terug, via Orcival en het mooie Lac de Guery; in de buurt kan je ook les roches Tuillière et Sanadoire bewonderen, granietrotsen naast een oude breuklijn tussen 2 vulkanen. Terug in Mont Dore beslissen we dat we het langzamerhand wel gezien hebben.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We spreken af met de garage dat we enkele dagen verder zullen trekken. Zuidwaarts wordt het, via het Massif Sancy, col de Serre richting Condat en via de Gorges de la Santoire richting Murat. Aantrekkelijk stadje waar we een verrassende ontmoeting hebben met streekgenoot en artiest Pieter Lonneville die rondrijdt met een salle de concert, inclusief piano en rode pluchen zetels, in een …. T4! We raken aan de praat en de barvrouw vertelt ons over haar broer die een soortement logies annex muziekbar aan het uitbouwen is in een oude watermolen. In stoet vertrekken we naar Moulin de Gaspard – leuke plek. De piano wordt duchtig onderhanden genomen, net als het lokale gerstenat. Een oudere Duitse dame, en route in een bestelwagen, vertelt ons over een wonderlijk plekje om wild te camperen – waarom niet? We rijden terug naar het Luc du Pêcher, waar we ons tussen de bomen zetten. ’s Avonds kunnen we genieten van de vlieg- en jachtkunsten van een koppel Rode Wouwen. We worden ook nog es beloond met een wondermooie zonsondergang. Wat een plek!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We besluiten om toch nog wat zuidwaarts te rijden, tot Truyère Lanau. We zoeken een stil plekje op camping Belvédère, wandelen even rond de barrage de Grandval en worden ’s avonds opnieuw getrakteerd op vliegkunsten – ditmaal van talrijke vleermuizen.

Op woensdag huren we kajaks in de base nautique; het wordt een leuke namiddag zon, zwemmen, bootje varen… dolle pret. Moe maar voldaan genieten we nog even op het terras van een fris glas. Terugrijden is absoluut geen optie meer – we verwittigen de garagist dat we een dag later zullen zijn maar horen dat hij er niet in geslaagd is om stukken te vinden… Helaas moeten we wel nog langskomen want de beschermplaat van de motor ligt er nog!

We rijden op donderdag dus terug richting Mont Dore. Onderweg stoppen we in Antignac, waar we heerlijk eten op het terras van Auberge de la Sumène. Na het bezoekje aan de garage settelen we ons op camping Plage Verte, een eenvoudige wandelcamping met mooi uitzicht (maar toch tweede keus na camping La Grande Cascade dat helaas volzet is). Tijd voor familieraad: hoe keren we terug huiswaarts? We nemen geen risico’s en laten de snelweg links liggen.

DSC_2409

old memories

Via secundaire wegen (véél leuker!) rijden we naar Lormes, waar we eerder als stonden op camping Etang du Goulot. We leggen ons lui naast het meer, Aline is niet uit het water te krijgen, maar het is dan ook 35°C! Zelfs het water is haast te warm…

Veel meer dan het stadje en de markthal verkennen, en lui-lekkeren doen we niet meer. Huiswaarts nemen we alsnog de snelweg – op een kwartier van thuis begint de bak te ratelen en vibreren: met dat tandwiel is het niet meer goed gekomen!

 

Bretagne (2017)

Bretagne, here we come! Nu we begin dit jaar eindelijk Normandië hadden veroverd, wilden we graag een stapje verder reizen; wél nog even starten met een kleine détour langs de stranden van de débarquement. Als uitvalsbasis nemen we de heerlijk idyllische camping Au Manoir de l’Abbaye – een plekje onder de appelbomen.  We fietsen ’s avonds naar het nabije Creully waar we in de schaduw van het chateau verwend worden met een typisch Frans menu (denk: lapin, cidre, terrine, tarte au pomme,… mmmh). Op de terugweg plukken we nog kleine gele pruimpjes als extra dessert.

Op maandag fietsen we, op basis van prima lokale fietskaarten en vanuit Magny-en-Bessin, naar de caissons in Arromanches. Dit zijn de betonnen pontons die werden afgezonken om er een tijdelijke haven te creëren op D-Day. Een nieuw fietspad doorheen de duinen voert uiteindelijk naar Longues-sur-Mer, waar de indrukwekkende Batterie Allemande te bezoeken is. Aan het water blijkt een super camperplek te liggen, maar wij vervolgen naar het drukke Bayeux. Opmerkelijk ginds: rond de kerk staan verschillende mensen met telelens en verrekijker: blijkt dat er een koppel torenvalken zit met jongen, die zich nu en dan laten bewonderen. Om het beroemde wandtapijt te bewonderen is het helaas te laat.

De volgende dag rijden we door naar de baai van de Mont St-Michel waar we ons installeren op camping Le Balcon de la Baie. Leuke plek, zwembad voor Aline, uitzicht… We fietsen naar de kust en volgen stukjes van verschillende aangeduide fietsroutes. De regio is wat dat betreft een flinke inhaalbeweging bezig. Terug op de camping worden we overvallen door een giga onweer – we krijgen net op tijd de bustent opgezet als shelter.

Woensdag bezoeken we de Mont Saint-Michel; we moeten de fiets achterlaten, enkel voetgangers en de shuttlebussen blijken nog de brug over te mogen. De site is druk maar toch een indrukwekkende must-see. Op de camping vindt Aline vriendjes – bovendien wordt ze getrakteerd op een WAP (worst, appelmoes, puree): feest !

Tijd om erop uit te trekken: we vertrekken ’s morgens op tijd naar Plage Verger voor een wandeling op de Sentier des Douaniers (GR 34). Dit is een fantastisch wandelpad dat langs de kust rondom Bretagne voert, en vroeger werd gebruikt door de grenswachters op hun ronde tegen smokkelaars. Kliffen en kleine strandjes wisselen af, betoverende vergezichten, fotogenieke tafereeltjes. Op Cap Grouin houden we even halt, om vervolgens verder naar Cancale te stappen waar we de zee in ons bord nemen – fruit de mer! Tenslotte steken we terug door naar ons vertrekpunt.

Vrijdag start als een “dol” dagje: kathedraal kijken in Dol de Bretagne, de molen en kleine prehistorische site op Mont Dol, en de vreemde menhir van Champs Dol… We tuffen verder naar Saint-Mâlo dat ons erg kan bekoren. We kuieren doorheen de straatjes en over de remparts. Tegen de avond gaan de hemelsluizen terug open – op de camping maken we een quick favorite: chili con carne.

We besluiten een stuk op te schuiven naar Cap Frehel. Helaas blijft het grijs en nat, en we informeren in de lokale VVV naar een kamer. Die vinden we in Maison Bellevue, boven de crêperie Petite Galette. De oudere eigenaars zijn volbloed Bretoenen, en dat zullen we geweten hebben – het hangt er vol met posters van (oude) coryfeeën en de traditionele muziek schalt uit de luidsprekers. Maar het is een prima adres, vlak bij het fort La Latte (op de parking blijven ’s nachts diverse campers staan). Het fort zelf is een bezoekje meer dan waard; al gehoord over kanonballen die werden verhit om meer schade aan te richten? Je kunt er de unieke oven hiervoor bewonderen. ’s Avonds rijden we nog even naar Cap Frehel, maar intussen is het hard aan het waaien en regenen. Met Aline bouw ik nog snel wat stenen torentjes, maar dan hebben we het toch gehad en vluchten naar onze knusse kamer.

Op zondag wil de zon evenmin – op de kaart van Frankrijk is er in de wijde omgeving geen beterschap te zien, dus springen we na enige discussie toch op de fiets richting Cap d’Erquin; de route is niet goed aangegeven en we stranden aan zee een flink eind voor de eigenlijke cap. Van daaruit maken we een wandeling naar het Îlot St Michel, dat je enkel bij laag water kan bereiken. Bij het kapelletje schrijven we een boodschap op een grote schelp, die aan de buitenmuur wordt gehangen. Een mooi plekje… maar dan begint het weer te regenen. Met het weer slaat ook het humeur langzaam om.

We rijden naar het kustplaatsje Biniz en komen net voor sluitingstijd in de VVV aan. We worden doorverwezen naar een private B&B – dat blijkt een volledig appartement te zijn boven het huis van de eigenares! We doen snel boodschappen en testen uitgebreid de keuken uit. Caroline heeft het intussen wel gehad met het weer, maar de Granite Rose staat nog op het verlanglijstje.

Maandag start zonnig, dus rijden we toch door naar Lannion waar we ons aan de kust installeren op camping Les Capucines, met zwembad. Gelukkig is dat overdekt… na de middag stormt het, de regen houdt niet op. Het humeur zakt onder nul. Verder dan een korte wandeling en wat boodschappen doen, gebeurt er weinig. Leve het zwembad!

Toch wagen we ons de volgende dag aan de boottrip naar Les Sept Îles vanuit Trestraou, waar we ’s middags nog kunnen lunchen in het zonneke. Eigenlijk gaat het om vijf eilanden, en betekent het gelijkklinkende Bretoense woord ‘Monnikeneilanden”. Op het grootste hebben effectief monniken gewoond en kan je een mooie wandeling maken. Maar het meest indrukwekkende van dit natuurreservaat is wel de enorme kolonie Jan-van-Genten die er broedt en leeft, niet minder dan 23.000 koppels! Vroeger op het jaar is daarnaast ook de kolonie Papegaaiduikers te bewonderen. Op de terugweg varen we ook nog langs de beroemde roze graniet kust. Helaas vergezelt de regen ons naar de camping…

Woensdag: bewolkt, regen, wind – hé, ’t is wel zomer hoor! Tijd voor een dagje indoor: we trekken naar Pleumeur-Bodou waar een bizarre constructie te ontdekken valt: le Radôme. Een witte paddenstoel met binnenin een enorme hoornvormige antenne, waarmee in de jaren ’60 televisiebeelden werden uitgewisseld met een identiek station in Amerika. Er is een museum aan verbonden over de geschiedenis van de moderne communicatie. Even buiten deze site ligt een pretpark onder de vorm van een Gallisch dorp, met leuke uitdagingen én nog eens voor het goede doel (projecten in Togo). Wellicht nòg leuker bij zonnig zomerweer (zucht).

We beslissen om een totale crash van het humeur én elke verdere huwelijkscrisis te vermijden, en vertrekken donderdag na de middag huiswaarts waar we tegen middernacht toekomen – in een droog, warm en windvrij huis!

 

 

 

Korte tripjes (2018)

Lang weekend begin mei start in de duinen van Oostduinkerke op de parking van Surfschool.be, in de voormalige vakantie”kolonie” De Zeebries. Vermits we geen toilet aan boord hebben gebruiken we voor het eerst de app “Hoge Nood” – handig! Volgende dag nog even koffie met nicht Sofie van de surfschool en dan richting Vlaamse Bergen – of zijn het toch heuvels – we nestelen ons op de Zwarte Berg in een gîte met “la tête dans les etoiles”. De camping vlakbij ziet er een aanrader uit, en er is ruim aanbod aan activiteiten: het zetelliftje, een bezoekje aan één van de lokale wijndomeinen, de typische Vlaamse Estaminets net over de grens, … We maken enkele van de vele uitgestippelde wandeltochten, en keren terug via de Catsberg. Heerlijk, zo’n tussendoortje!

DSC_1830DSC_1833DSC_1841DSC_1844

Aline kreeg van haar peter een bijzonder weekend cadeau eind mei: overnachten in een boomhut! Vergeet veredelde koterijen op hoogte of samengespijkerde palletten achter in de tuin: we talk serious business! We hebben afspraak in St Germain des Essourts, bij “les cabanes de Fontaine”. Geen lopend water of elektriciteit, maar wat een ervaring en een absolute hit for kids! Mits wat stilte in acht te nemen ontdek je ook klein wild in en rond het bos. We rijden ’s anderendaags door naar een gekend adres, camping Chateau des Tillieuls tussen Abbeville en St Valéry. Heerlijk ruime plek en prima zwembad met ligweide. We genieten even van de luxe. Waarna we wat verder het Parc Solomon opzoeken – een waanzinnig domein met meerdere klimparcours tussen de bomen, voor alle leeftijden en met diverse graden van moeilijkheid. We starten rustig, maar uiteindelijk doen we met drie de rode piste uit – chapeau Aline! Aan de kust slenteren we nog even langs het strand en door de kleine straatjes van Le Crotoy.

Het eerste weekend van juli intussen staat een “moeder – (oudste) dochter weekendje” naar Sevilla op het programma. Aline en ik beslissen om eveneens op stap te gaan. Het is prachtig weer, dus denken we zand – zee – strand en bellen nicht Sofie op met de vraag of we nog eens een nachtje op de Surfschool in Oostduinkerke kunnen staan. Geen probleem. We huren longboards en amuseren ons gedurende enkele uren te pletter in de branding. Oef, wel vermoeiend! We slapen die nacht dan ook als roosjes, tot ik plots een knal hoor en brandlucht ruik – het blijkt de lader te zijn die er de brui aan geeft. Dit wordt een klusje voor Henk-van-Weetjewel. De volgende dag fietsen we doorheen het natuurgebied St.-André en over de Hoge Blekker, om bij terugkeer nog het Visserijmuseum te verkennen. Een geslaagd weekend, het hoeft niet altijd ver van huis te zijn.

IMAG0153

stoere schipper

IMAG0156

eeuwenoud spel…

IMAG0165

de zee wint altijd

IMAG0183

geslaagd weekend !

Zweden en Denemarken 2 (2016)

Eénmaal The Bridge veilig overgestoken, draaien we af naar de luchthaven van Kopenhagen. Ons Liesbeth neemt er met een klein hartje – eerste keer alleen vliegen – een vlucht naar Perpignan, via Charleroi. Wij zoeken in Kopenhagen het gezelschap op van familie, die er toevallig verblijven. Na heerlijke koffie en koeken huren we (bak)fietsen om de stad te verkennen.

We proppen ons vol met indrukken: de Ronde Toren, Nyhavn, Christiana vrijstaat, Amalienborg, de waterkant met Kastellet en de Kleine Zeemermin, de nieuwe studentenbuurt, Tivoli… Kopenhagen blijkt dé ultieme fietsstad. ’s Middags genieten we van een heerlijke visschotel in Faergecafé (Strandgaden). Moe en voldaan zoals dat heet doen we in de terugkeer nog een terraske op een ponton langs Peblinge Lake. Aline neemt er een onvrijwillige duik in het water, zo fascinerend waren die kleine visjes!

Na het drukke Kopenhagen beslissen we een rustige plek te zoeken voor de nacht en stoppen op Stevn Camping in Strodby. Vreemde plek, en geen aanrader: hondenpoep voor de deur, gasten die zakjes afval gewoon in de haag dumpen en een opzichter die daarbij de schouders ophaalt… De frigo van de bus laat het intussen definitief afweten, dus het wordt wat behelpen met vrieselementen. We rijden langs de kust naar beneden via de klif van Hojerup, waar begin vorige eeuw een deel van de kerk samen met de afbrokkelende klif in zee verdween. Het gaat verder rondom Praesto Fjord naar het eiland Mon. Om vervolgens te beseffen dat onze identiteitskaart nog bij de receptie ligt van Stevn Camping – de uitbaters daar lijken er echt geen zin meer in te hebben!

Het verschil met Keldby Camping kan niet groter zijn: vriendelijk onthaal, ruime plek, een speeltuintje met een massa bierkratten om leuke torens mee te bouwen. Papa mag meteen aan het werk. We verkennen nog even Stege waar we lekker eten bij de restaurantketen van de lokale Jeroen Meus – die daar gewoon David heet.

De laatste volle dag spenderen we aan het ronduit schitterende Geocenter Mons Klint: een toegankelijk museum over geologie en dino’s, met leuke experimenten en 3D films. We wandelen eerst boven op de indrukwekkende witte kliffen, om vervolgens 400+ trappen naar beneden te nemen. We hebben geen succes in onze zoektocht naar fossielen, en ik voel me “naakt” zonder goed fototoestel. Terugkeren doen we via enkele spannende boswegels. ’s Avonds eten we krullend verse pladijs in het kleine Klintholm Havn. Eigenlijk verdient Mon een langer verblijf: het lijkt een heerlijk fiets- en wandelparadijs, en naast enkele kastelen heeft het ook een aantal oude kerkjes met mooie fresco’s.

IMG_20160715_160819

IMG_20160715_162724

IMG_20160715_173830

Helaas moeten we de daags nadien reeds terug. Via Bogo en Lolland schuiven we aan in Rodby Havn, waar we de middagferry nemen naar Puttgarden. Vervolgens haspelen we de laatste 800 km af op een drafje, we komen net voor middernacht thuis.

We houden aan de reis gemengde gevoelens over: bepaalde stukken moesten te snel, en het slechte weer confronteert ons met de beperkingen van een kleine camperbus: met vier kamperen vraagt echt wel om mooi en vooral droog weer!!! Moe op reis vertrekken was ook al geen slimme zet. Een volgende trip naar Zweden en/of Noorwegen zal alvast de goedkeuring van de weergoden vereisen… maar terugkomen willen we zeker.