Henegouwen (2021)

De kalender deze zomer is erg verbrokkeld, voor korte trips blijven we dus het begrip staycation telkens weer heruitvinden. Charleroi stond sinds lang op de shortlist, dus Charleroi wordt het!

We starten de trip eind juli in Bergen, culturele hoofdstad van 2015 en home town van Di Rupo. Deze heeft gezorgd voor een volledige metamorfose! We treffen een flink gerenoveerde, aantrekkelijke stad, met een goed werkend toeristisch infocenter. Een rondje must-sees volgt: het Belfort en het kasteelpark, de kleine straatjes in de bovenstad, het stadhuis met binnentuin, de secret garden van Arne Quinze, gezellige terrasjes en winkelstraten. Zoals in elk zichzelf respecterend oord vind je er ook een graffitiwandeling.

Na een frisse Papegaai op de markt fietsen we via de site van het voormalig slachthuis naar het oorlogskerkhof van Saint-Symphorien, waar Duitse en Engelse soldaten samen begraven liggen in een park. De gronden hiervoor werden geschonken door de lokale botanicus Jean Houzeau, die gespecialiseerd was in bamboe. Het nabijgelegen Silex museum sluit net als we passeren, dus gaat het terug naar de markt voor een lekkere schotel bij Le Carillon. We vervoegen onze blauwe bus die we achterlieten aan het winkelcentrum Les Grands Prés, en rijden naar B&B La Maison de Manon in Fontaine-Haute.

De volgende ochtend worden we getrakteerd op een super ontbijt met omelet, pancakes, fruitsla, versgebakken brood en huisbereide confituur! Goed voorzien van de nodige energie vertrekken we naar Cerfontaine van waaruit we een fietslus maken rondom de meren van l’Eau D’Heure. Het is er overal bijzonder kalm: het mindere weer, de recente overstromingen, corona, staycation-moeheid, wie zal het zeggen. Terug in Cerfontaine weigert het enige terras om de fietsaccu eventjes bij de laden. Daar blijven we dus niet eten! Aan de mentaliteit rond toerisme is nog niet veel veranderd sinds onze vorige Henegouwen trip… Ik fiets nog even langs het voormalig station maar dan rijden we met de bus richting Ragnies, één van de mooiste dorpen van Wallonië. We vatten post bij de indrukwekkende herenboerderij van de Distillerie de Biercée. Caroline is uitgeteld en blijft in de bus lezen terwijl ik nog op verkenning ga in het dorp. Het kleine centrum etaleert heel wat grote landhuizen. En de grote pastorij staat er te koop – voor wie droomt van een project!

’s Morgen rijden we via Thuin naar de abdij van Aulne. Onderweg passeren we het bizarre Chateau d’Hourpes, een tip van Paul en Anelise “Blue Moon”. Vanop de parking, een prima camperplek, fietsen we knooppuntgewijs langs de Samber naar Charleroi. De Belgische zomer trakteert op een afwisseling van veel grijs, een streepje zon en een fikse stortbui. Onderweg zijn we getuige van verlaten sites. De aangeduide fietsroutes zijn niet overal even goed onderhouden – nu en dan moeten we afstappen voor sluikstorten, opslag van bouwmaterialen of gewoon weelderig onkruid. We ketenen onze stalen ros vast aan de poort van de voormalige mijnsite Saint-Théodore; deze sloot als laatste van alle putten die geëxploiteerd werden door les Charbonnages de Sacré-Madame. We volgen de promenade entre fer, charbon et eau en krijgen een inkijk in de bloei én het verval van de mijnactiviteit, wandelend over de terrils St-Charles, Bayemont en St-Théodore.

Op de terugweg worden nog extra kiekjes genomen van de zogeheten rustbelt, de verlaten sites van de zware industrie die intussen helemaal lijkt verdwenen.Terwijl delen nu worden ontmanteld om plaats te maken voor nieuwe plannen, is de buurt een mekka voor wie van urban graffiti houdt. Terug in Aulne wandelen we even rond de abdijruïne en verken ik nog wat leegstaande panden voor een mini urbex. Na een babbel met onze buren-voor-één-nacht op de parking, gaan we lekker dineren aan het oude sas n° 8, in La Guignette. Ondanks een feestje aan de andere kant van de abdij, wordt het een rustige nacht.

Op vrijdag parkeren we aan Expo Charleroi en rijden vandaar per fiets door de bovenstad. We volgen een folder over de Art Nouveau en Art Deco huizen, velen staan in de buitenwijk en worden nauwelijks onderhouden, ondanks de pareltjes die het soms zijn. Maar ook het centrum zelf blijkt een bouwwerf, met veel leegstand en zwerfvuil, tot op het centrale stadsplein. Dat komt toch even binnen, ook dit is België. De benedenstad aan de kade van de Samber is dan weer hip en opgepoetst, met het mooie gebouw De Heug en de nabijgelegen Passage de la Bourse, gebouwd naar het voorbeeld van de Sint-Hubertusgalerij in Brussel. We volgen een andere tip en eten iets op het terras van La Maison de 8 Heures. Een coöperatief café met bijzondere verhaal én een lekker eigen Scotch ETS biertje. Een ommetje rond het art deco belfort en de St-Christoffelkerk met haar indrukkende mozaïek maken de dag rond. Tijd om de terugweg naar huis aan te vatten.

Antwerpse Kempen (2021)

Een eerder weekendje staycation smaakte naar meer, en als we een week later in mei enkele dagen kinderloos zijn bekijken we aandachtig de weerkaart. Keuze nr 1 is Charleroi, maar daar staat 100% regen bij. Dan maar de andere kant uit, richting Kalmthoutse Heide, het grootste en oudste natuurpark van Vlaanderen. We posten ons op parking De Vroente en fietsen richting uitkijktoren aan het Stappersven. Van daaruit maken we een lus over Essen, Huijbergen en Putte Kapellen. In Driehoeven treffen we voorwaar een terrasje in de zon – wat een feest na maanden van strikte regeltjes. Een drankje wordt een etentje en we moeten onszelf overtuigen om terug te fietsen naar de bus. Omdat de camperparking vol staat trekken we verder.

Op de lijst van CamperstopsBelgium staat een adresje nabij natuurgebied De Maatjes. We staan er in de wei, met uitzicht op het groen, en genieten van een rustige nacht. De volgende ochtend vertrekken we voor een wandeling door het natuurpark maar halfweg worden we volledig uitgeregend… Ook de reeën die we ’s avond hadden gezien, lijken te schuilen. Na de middag rijden we terug richting Kalmthout en fietsen we rond het fort van Brasschaat. Deze werd begin vorige eeuw gebouwd als onderdeel van de fortengordel Stelling van Antwerpen maar kwam nooit in actie. Een poging om het op te blazen in de jaren ’70 mislukte, nu is het vooral de fotogenieke schuilplaats van duizenden vleermuizen.

Een “slimme” doorsteek op de weg terug strandt in een modderbad en blijkt uiteindelijk een omweg te zijn. We laten het niet aan ons hart komen, plunderen nog even de lokale supermarkt en installeren ons op “onze” wei. Lam met witloof, glas wijn, film Nomadland als dessert, er zijn slechtere avonden denkbaar.

Na het ontbijt verlaten we onze stek en rijden naar de molen van Minderhout vanwaar we een fietstocht maken die deels de Aardbeienroute volgt. We passeren de Laermolen, Wortelkolonie, flirten even met de Schrikdraad uit WO1 en kruisen een stukje Nederland; picknicken doen we langs het water bij de molen van Meersel Dreef. De terugrit wordt nog lastig wanneer de accu van Caro haar fiets het opgeeft. We leggen een B&B vast en stoppen vooraf even in Hoogstraten. Dat blijkt een verrassing: de gerestaureerde Katharinakerk, het gave Begijnhof met oorsprong in de 14de eeuw… en een lekker adresje bij ’t Oud Hoogstraete.

B&B De Grote Plaats verwelkomt ons hartelijk in Wortel, en maakt ons warm voor de bijzondere geschiedenis van deze Kolonies van Weldadigheid. Te voet verkennen we ditmaal Merksplas kolonie en laven ons aan het boeiende bezoekerscentrum. Enkele weken later zouden deze instellingen voor landlopers erkend worden als Unesco werelderfgoed.

Bij de terugrit flirten we met de grens. De zon schijnt en door de harde wind razen er dikke stofwolken over de akkers. We rekken ons weekendje nog met een campermaaltijd langs de Schipdonkvaart in Moerkerke, maar dan volgt onherroepelijk het thuisfront.

Westhoek proeven (2021)

Meimaand – corona regeert nog steeds het land, maar het kriebelt om de bus te testen na een grote klus. De vloerplaat diende te worden vervangen, waarbij ook de isolatie, elektriciteit en waterleidingen onder handen zijn genomen.

Intussen zijn we ook lid geworden van Camperstops Belgium, een initiatief in navolging van France Passion of Britstops, waarbij je voor een nachtje kan blijven staan bij landbouwbedrijven, fruit- en wijngaarden, landelijke horeca en andere. Gelet het korte weekend blijven we in de buurt, en vertrekken richting Veurne. Helaas willen de weergoden niet mee. Aan de jachthaven zitten we een plensbui uit, terwijl de lunch noodgedwongen binnen wordt verorberd. Wanneer het opklaart, volgen we de Erfgoedwandeling doorheen de stad, met een mix van oud en nieuw. We ontdekken dat Veurne onstond rond een motte, met een vluchtburcht uit de tijd van de Noormannen. Terug aan het water bewonderen we een prachtig stukje nostalgie, villa Belle View, dat wellicht helaas wacht op afbraak en vervanging door banale appartementen.

We houden Veurne voor gezien en snorren richting Poperinge met een tussenstop bij de lokale winkel van fruitboeren Frambosia y Besos. De zon komt er warempel door en Beauvoorde nodigt uit om even te kuieren in en rond haar kasteelpark. Het kasteel zelf heeft wortels in de 12de eeuw maar werd door de excentrieke Arthur Merghelynck “gerestaureerd” naar 17de-eeuws model. In het park is een beeld van Folon te bewonderen, een erg herkenbare man-met-hoed. Tenslotte rijden we door naar Gijverinckhove waar we ons installeren op de rabarberboerderij. We maken even kennis met de eigenaars en trakteren onszelf op lekkers uit de hoevewinkel, waaronder een speciaal biertje met de toepasselijke naam Barbertje.

De fietsen worden van stal gehaald en we toeren via het kleine kerkje, langs Izenberge om en dan terug naar de grote blauwe voor een goeie nachtrust. Na het ontbijt gaat het richting Oostduinkerke. We vliegeren wat op het strand en eten nog een hap vooraleer we familie opzoeken voor de obligate koffie en taart, en een wandeling langs enkele installaties van Beaufort. Op tijd gaat het wieder nach hause voor de BBQ van de jeugdbeweging. Even hadden we toch het gevoel van weg te zijn…

Staycation kust (2021)

Hoe creatief kan je bestemmingen blijven zoeken in de buurt? Dat blijkt reuze mee te vallen – wanneer je de blik op “microtoerisme” zet. Slapen onder de vuurtoren van Oostende? Veel dichter kan het niet, en toch is het wat we die eerste avond op 22 juli zullen doen.

Na de reva van Caroline springen we op de fiets voor een trip langsheen de dijk richting Nieuwpoort. Het is zonnig en druk, er valt “veel” te beleven onderweg, en te zien… We stillen onze honger aan de havengeul, helaas geven de zeehonden forfait. De terugweg gaat via het achterland, langsheen het Plassendale kanaal. Net voor Leffinge drinken we er nog eentje in de pop-up bar van het bizarre orgelmuseum. Dan gaat het via Stene terug naar onze Lange Nelle. ’s Avonds de mooie zonsondergang bewonderen vanop Oosteroever en een ex-collega komt nog zijn zelfbouwproject showen – wat een ruimte in zo’n verlengde en verhoogde Crafter!

Na een heerlijke nacht rijden we naar Diksmuide waar we gratis parking vinden aan het station. Er staat opnieuw een fietsdag op het menu: langsheen de IJzer terug richting Nieuwpoort. Halverwege lassen we een gezellige stop in in Stuivekenskerke en het Viconia kasteel met haar boeiende historie. Terugkeren doen we via de Frontzate en we eten iets aan de pop up bar in Kaaskerke, waar het kerkje een tijdelijke bestemming kreeg als champing, slapen in houten cabines in de kerk. Met de bus installeren we ons nadien aan het waterproductiecentrum van de Blankaart – tussen bieten en koeien, leuke plek! We vergapen ons bij hoeve ’t Madeliefje aan de vele ijssmaken: sinaas en bloedappelsien, meloen, gezouten caramel, perzikmango,… Uiteraard wordt er stevig geproefd!

Op zaterdag verkennen we – ditmaal te voet – het gebied van de Blankaart. Eerst langs de drinkwatersite, via een versnapering op ’t Hof van de Rhille, naar het natuurpark en met het kasteel als keerpunt. Een mooi stukje natuur dat we niet eerder hadden bezocht. En zo zit ook dit klein brokje staycation er weer op.

Wandelweekend Westhoek (2020)

Na enkele zware weken was er plots een window in de agenda. Het weekend van 24 oktober bood wat mogelijkheden om er even tussenuit te knijpen. Aline mocht op peterbezoek, en Caro zat in het UZ. Omdat we intussen de tweede coronagolf op ons dak kregen, werd een wandeltrip dichtbij gepland. Na wat rondlezen kies ik voor een stuk Kustroute van de GR5a. De knooppuntenkaart Wandelnetwerk Westkust wordt mijn compagnon en vermeldt netjes het tracé van deze GR.

De bus wordt kort na de middag achtergelaten aan de rand van het natuurreservaat De Westhoek; het pad verlaat onmiddellijk de woonwijk en een opeenvolging van prachtige stukken bos en duin dient zich aan: Calmeynbos, Oosthoekduinen, Noordduinen… Ik passeer de Zuidabdijmolen en de site van Ter Duinen, en vervolgens gaat het richting de Hoge Blekker, waar je een mooi uitzicht hebt op het natuurgebied en de infiltratievijvers van IWVA. Na Doornpanne komt het bezoekerscentrum als een welkome sanitaire stop. Helaas kunnen de drinkflessen niet worden bijgevuld – corona – en dat voor een watermaatschappij! We stappen dus koppig verder, doorheen Witte Burg tot aan de opvallende Sint-Niklaaskerk in Oostduinkerke. Intussen is de namiddag ver gevorderd, een ex-collega stelt voor om kort af te spreken aan het openluchtbad op de dijk. Ik wandel er via de Oostduinen heen.

Gewapend met de tramkaart vat ik de terugweg aan, eerst langsheen het strand, daarna langs de Koninklijke baan. Veel trams zijn er niet meer, en ik mis er ook nog eentje. Uiteindelijk maak ik de dagtrip rond via de Schipgatduinen, doorheen Koksijdebad, door de Houtsaegerduinen en zo tenslotte terug tot bij de bus. Het is intussen aan het donkeren, de teller staat op 24km…

De nacht wordt doorgebracht op de parking van het bezoekerscentrum Duinpanne, in gezelschap van een ander VW busje. ’s Morgens lijkt de hemel te twijfelen tussen droog en nat, maar na een stevig ontbijt klaart het op. Ik laat de bus achter aan de rand van Spelleplekke en start voor een wandeling richting Nieuwpoort doorheen Ter Yde. De bebouwde kom dient zich aan, het gaat richting strand en verder tot bij de havengeul om er met het veerpontje over te zetten naar het kleine reservaat waar meerdere zeehonden zich laten bewonderen. Verder gaat het, rond de IJzermonding, jachthaven, Albert I-monument en helemaal terug tot aan het veerpont. De terugkeer is minder spectaculair – via Groenendijk en door het Hanecartbos, en ik ben blij als ik de grote blauwe terug zie staan. Het rondje tikt in totaal zo’n 17 km aan.

De Westhoek is een erg mooi wandelgebied, en buiten de centra is er weinig volk. Vanuit Nieuwpoort kan je de GR 130 volgen, langs de IJzer, of verder gaan richting Oostende. Dit smaakt naar meer!

(G)een Elfstedentocht! (2020)

Nu de (eerste) corona-golf is gaan liggen mogen we – voorzichtig – toch iets verder van huis. We verwachten dat iedereen richting Zuiden trekt, dus gaan wij noordwaarts, om in te haken waar we 2 jaar geleden het pad verlieten.

De eerste dinsdag van augustus vertrekken we pas op de middag; het gaat traag door de buik van Nederland tot de omgeving van Amersfoort. In Terschuur installeren we ons op boerderij Groot Westerveld. Een groene plek met opdringerige kippen. Aline stelt ze voor aan Josette, een Barbie uit de kringwinkel, die de reis van haar leven te wachten staat.

De volgende dag vullen we onze eiervoorraad aan en rijden richting Schokland – dat waren we de vorige maal voorbijgereden. Het intrigerend verhaal van een voormalige zeehaven, eiland en schiereiland, dat na drooglegging van de Noordoostpolder verworden is tot vasteland. Er is een lusvormige fietsroute rond het gebied waar veel vogels zitten, waaronder witte reigers. Via onze camperapp komen we ’s avonds terecht op boerderijcamping De Tjasker in Wyckel. Het plein staat helaas vol, maar “als we zonder stroom kunnen” is er misschien een oplossing voor één nacht. We krijgen een gemaaid vak toegewezen midden een prachtige bloemenweide! Superplek!

Op donderdag staat een rustig dagje Sloten op de agenda; zonnen en zwemmen op het strandje Evert’s Dykje, wat struinen doorheen de kleine straatjes, molen De Kaai beklimmen, en fontein De Kievit. Dit is één van de vele fonteinen die de nieuwe Elfstedenroute markeren, nu ijzige winters op zich laten wachten voor het echte werk. We duiken nog een leuke brocante binnen, met een ruime collectie oud handwerk. De snipperdag ronden we af in Taveirne ’t Bolwerk, aan het water.

Nu we niet terug kunnen naar De Tjasker is het wat zoeken – het blijkt in Friesland onverwacht super druk te zijn. Nederland doet ook aan staycation… We vinden een plekje in de overvolle camperplaats aan de jachthaven van Sneek. Sneek is zo’n typische waterplek, met een indrukwekkende Waterpoort waar we de volgende fontein treffen: Fortuna. Op het terras van Royaal Belegd kijken we naar de talloze plezierbootjes die voorbijvaren. Dolce far niente. Aline zoekt een vervolg op haar boekenreeks “Woodwalkers” maar de onafhankelijke boekhandel heeft ze niet. We informeren bij een leuk hotel naar beschikbaarheid, maar er wordt alleen maar bevestigd dat de hele streek volgeboekt is.

De volgende ochtend doen we een korte détour naar IJlst; op het plein naast de indrukwekkende houtzagerij-molen, staat een kleurrijke fontein “Bloemen” van de Japanse kunstenaar Shinji Ohmaki.

We vervolgen onze weg richting kust, met een wandeling in Hallum en omliggende dorpen, en komen uiteindelijk terecht op de kaasboerderij Johanna Hoeve in Ryptjerk, waar nog enkele ruime plekken in het groen vrij zijn. We besluiten om het boek nog te gaan zoeken in Leeuwarden maar niet nadat we eerst lekker zwemmen en zonnen aan de Groote Wielen. Bij terugkeer eten we in Doarpshûs Yn’e Mande in Tietjerk, een gezellige lokale tent.

We informeren naar een wateractiviteit en worden verwezen naar Dûke Lûk. Per fiets is het een halfuurtje door de velden tot Feanwaldsterwal, waar het hotel annex eetcafé ook kajaks verhuurt. Met een bleek doorslagje van een plan gaan we het water op, over de Veenwoudsterwalvaart en de Vaer tot aan de Swarte Vaer, en terug. Eerst missen we nog de afslag naar Loddehel die ons moet terugbrengen. Onderweg is er tijd voor een zwemmertje, de loden zon brandt op onze schouders. Het water is heerlijk, maar de magen knorren wanneer we het vertrekpunt terugzien. We doen de keuken eer aan en genieten nog wat na op het terras.

Na een verkwikkende nacht vertrekken we richting Dokkum. Weer een waterverhaal, wat had je gedacht. We bezoeken het lokale museum maar vergapen ons ook aan mooie huizen en werven uit vervlogen tijd, zoals Erven Brouwerij. Als we ons neervlijen voor een picknick vinden we een GSM hoes met diverse (bank)kaarten. Er zit ook een klantenkaart van een brillenzaak tussen, dus gaan we padvindergewijs op zoek. De winkel belooft om alles aan de eigenares terug te bezorgen. En er is ook hier een fontein- door de hitte werkt het ijzelsysteem niet goed, maar we snappen de bedoeling. Afkoelen doen we in Moddergat, en dat mag je letterlijk nemen! s’ Avonds krijgen we nog een telefoontje van een gelukkige Dokkumer die haar kaarten terug heeft.

Het is tijd om op te schuiven, we toeren via Ternaard en Wierum naar camperplaats Old Huystra State in Morra. Die camping wordt met strakke hand geregeerd. Het wordt een luie avond waarbij we de prachtige Friese paarden gaan bewonderen bij zonsondergang.

Fietsdag! Een strak plan is er niet, maar we rijden naar de afsluitdijk van het Lauwersmeer en vervolgens door Lauwersoog. We passeren diverse werken waarbij de dijken worden opgehoogd in het kader van de klimaatswijziging. Strandpaviljoen Meerzicht biedt ruimte voor een broodje, een zwemsessie verdrijft het eerste zweet en de hitte. We besluiten verder te fietsen tot in Zoutkamp, waar we ons aan de kade vergapen aan de Noors aandoende, bont geverfde loodsen. Nu we zover geraakt zijn, besluiten we de cirkel rond te maken. Vol goesting en honger komen we toe in Anjum bij het lokale hotel/restaurant, maar die geven niet thuis: ondanks dat er maar 4 tafels bezet zijn, kunnen we er niet blijven eten. Het wordt dan maar de Itery by de Mûne, een ronkende naam voor een friethuis met terras. Iedereen is blij als we ’s avonds terug op de camping zijn.

Friesland is ook: Waddenzee. In alle drukte lukt het ons nog om plaatsen te reserveren voor Ameland. In Holwerd schepen we in, met fietsen, op de veerboot richting Nes. De boot voert een dronkenmansrit doorheen de ondiepe geulen. Eenmaal op het eiland trappen we richting west; picknick nemen we aan de rand van een bos, met een zwevende buizerd boven ons. Het gaat verder richting Ballum en vervolgens Hollum, waar we rondstruinen door het mooie kerkhof dat op een terp hoog in het landschap ligt rond de kerk. We proberen er de Friese teksten te ontcijferen. Door duin en duinbos fietsen we naar het uiterste punt, met het bunkermuseum en de opvallende vuurtoren. We vleien ons even neer op het drukke badstrand, ontdekken er de lokale specialiteit “schijfijs” en keren vervolgens terug via de vogelspothut naar Nes. Er is nog tijd voor een verfrissing en wat lekkers op het terras met de heerlijke naam “Zee van tijd”. Terug op het vasteland richten we het kompas op Leeuwarden. We krijgen een warm welkom op de stadscamping. Later die avond vervoegen nog twee T4 Cali’s het terrein.

We zijn intussen 10 dagen op stap en nemen een snipperdag in Leeuwarden. We doen boodschappen, luieren en gaan op verkenning. Die leidt ons tot het grote stadsplein, waar we neervlijen op het terras van stadsherberg Bellevue. We informeren ook hier nog even naar een hotel, maar alles vol – corona en staycation, weet je wel.

De dag erop gaan we doelgerichter op pad: we verkennen de binnenstad, de stationsomgeving en de hippe buurt in het westen van de stad. Leeuwarden biedt heel wat alternatieve winkels, zoals Hardwerk Fogeltje en Ouderwets Gezellig. Uiteraard staat ook hier een fontein, genaamd “Love”. De oude gevangenis is nu een creatief broeinest annex museum annex hotel (Blokhuispoort); we steunen de lokale kunstenaars via een leuk initiatief: een oude sigarettenautomaat bevat kleine pakjes met een kunstwerkje, “kunst uit doosje”. Op de oude, parkachtige begraafplaats doen we een fotoshoot met Josette; we hebben er ook een aangename babbel met een local over de geschiedenis van het park en de stad. Leeuwarden bevalt heel hard, en graag komen we in de toekomst hier nog eens terug.

Maar nu moeten we langzaam huiswaarts. De volgende stop wordt Franeker, waar we genieten van een corona-proof optreden bij de kerk vooraleer we het vernuft van het Eise Eisinga planeterium mogen bewonderen. Ook hier mag een fontein niet ontbreken, op het dorpsplein staat de Oortwolk, een nevelbrakende constructie. Omdat er regen verwacht wordt, zoeken we onderdak voor de laatste nacht. We vinden uiteindelijk een kamer in Sextbierum, in hotel De Harmonie – al zou de nacht niet zo harmonieus of comfortabel verlopen. Eten doen we in Harlingen, waar net de Tall Ship race halt houdt. We komen ogen te kort in de haven, die vol ligt met oude twee- en driemasters. Daar ligt ook nog een laatste fontein – een betonnen, water spuitende walvis.

De laatste dag houden we nog even halt in Harlingen, en zwaaien we de vele zeilboten uit, én onze walvis. Tegen de avond zijn we terug op vertrouwde bodem. Een ontspannen en deugddoend verlof temidden de corona-gekte. Twee dagen later krijgen we het slechte nieuws dat Caroline hervallen is. Friesland nemen ze ons gelukkig niet meer af.

Staycation: van Leie tot Noordzee (2020)

Staycation: modewoord van 2020. Met de kinderen op reis/kamp en een extra lang (ouderschaps)verlof kunnen we er als koppel zowaar een kleine week op uit. Corona regeert het land, maar iedereen beseft dit jaar hoeveel er wel te ontdekken valt in eigen regio. Caro heeft als start een nachtje geboekt in B&B Mooiwater aan de Leie in Deinze.

Eenmaal aangekomen laden we de fietsen af voor een “rondje Leie”: via Vosselare naar het veer van Baarle, vervolgens via Deurle en het pontje naar Bachte-Maria-Leerne, en de verplichte stop bij ’t Oud Sashuis aan Astene-Sas. De cafébaas heeft er alle tijd voor een gezellige babbel tot de hemelsluizen open gaan. We zitten de bui uit en rijden door naar het mooie Machelen-aan-de-Leie, waar zich ook het Roger Raveel museum bevindt. Daar hebben we helaas geen tijd meer voor, maar de plek krijgt een plaatsje op de (heel ruime) bucketlist. ’s Avonds kunnen we bij Bistro Bruno, aan de overkant van onze slaapplek, lekker en coronavrij eten. De nacht valt wat tegen – met het warme zomerweer is het lastig slapen op een plastic beschermhoes, met een winterdons en zoemende muggen op de kamer!

Na een lekker ontbijt verkennen we nog even Deinze city en vervolgens tuffen we richting Melle waar we bij vrienden hebben afgesproken voor BBQ-in-the-garden. Het wordt laat… daardoor zijn we pas tegen 21u bij B&B Den Ast in Wervik. De zaak zit nog in “proeftijd” en dat merken we aan de vriendelijke maar rommelige ontvangst. We slapen wél als roosjes en na het ontbijt zoeken we een uitvalsbasis aan de Balokken. De camperplaats negeren we: wat een vreselijke sardineblik zonder enige charme!

We vertrekken op de fiets voor een toer rond Menen en Wervik, waar we – eerlijk – meer van verwacht hadden. Gelukkig zijn er onderweg nog enkele installaties te bewonderen van kunstenparcours Contrei Live. In de vroege avond zoeken we een plekje in Het Vredig Gerecht voor een lekkere hap en lokaal gerstenat.

Via Park4Night vinden we een spot in Comines, net over de grens. Het blijkt een groene plek op een kwekerij van… slakken (Lesaffre Escargots). De liefhebbers kunnen een rondgang krijgen of zich wat lekkers aanschaffen in het winkeltje. De spot wordt nog verder uitgebreid en is een aanrader. We genieten van de rust en een boek in de avondzon.

Op maandag staat een flinke tocht op het programma: we vertrekken van de sluis aan het begin van het kanaal Bossuit – Kortrijk. Tot onze verbazing zit een oude arm van het kanaal vol waterschilpadden, die rustig zonnen op een omgevallen boom. Wellicht ooit begonnen als een cadeautje voor de kinderen en vervolgens gedumpt in de vrije natuur.

Ook vandaag passeren we sites van Contrei Live, zoals de leuke kunstzwanen. Het gaat verder richting Transfo in Zwevegem waar we op verkenning gaan. Jammer genoeg is de zomerbar niet open. We verlaten het water en rijden binnendoor naar Kortrijk, waar we ons nestelen op een terras aan het Buda eiland. Kortrijk is enorm veranderd de laatste 10 jaar, en de boorden van de Leie zijn erg aantrekkelijk geworden. Ook hier moeten we nog es uitgebreid terugkeren.

We rijden grotendeels via dezelfde route terug naar Bossuit en bezoeken er nog het kerkje-zonder-dak: nadat het gebouw in 2008 bouwvallig was verklaard, werd het volgens een ontwerp van kunstenares Ellen Harvey gedeeltelijk afgebroken en omgevormd tot een socio-culturele locatie. We kunnen alleen maar vaststellen dat het een geslaagde transformatie is.

Met de grote blauwe rijden we door naar Kluisbergen waar we een plekje zoeken op camping Panorama – mét uitzicht. Het lijkt een prima keuze tot dronken ouders tot middernacht luid roepen en zingen, terwijl hun jonge kinderen op het speelplein net boven onze plek het kot afbreken. Niemand die ingrijpt, ondanks de avondklok inzake corona. Caroline gaat ze aanspreken maar dan duurt het nog een halfuur voor ze vertrekken. Jammer dat een uitbater hier niet ingrijpt… de locatie is anders wel top.

De Panoramawandeling wordt ons aangeraden en we vertrekken vanaf de oude molen op de Hotond voor een kortere variant die ons door velden met weidse uitzichten voert en tenslotte via het bos terug tot bij de camper brengt. Een mooie dag die leidt tot de vraag: waarheen nu? Ik heb zin in fruit de mer, wat een ritje richting Franse kust impliceert. Het voordeel van een bus – langs kleine wegen kronkelen we binnendoor tot in Bergues (Sint-Winoksbergen) waar we ons nestelen op de grote, gratis camperplaats net buiten de omwalling.

Naast ons staat een gepensioneerde dame, die permanent in haar camper woont, en op terugweg is van enkele maanden Spanje en Frankrijk. Na een vlotte babbel springen we op onze stalen ros en verkennen de indrukwekkende verdediging van het stadje – met dank aan Vauban. Panelen geven een beeld van de omvang en functies van de diverse onderdelen.

Ook het centrum is de moeite waard met de oude poorten en de site van de voormalige abdij. Op het marktplein lonken terrassen, onmogelijk om te weerstaan aan een lokale picon maison! Na een zeer rustige nacht vertrekken we alweer. De zee vinden we in Malo-les-Bains. Hier geen rij lelijke hoogbouw zoals in België, maar veel ongedwongen beweging en de sfeer van vroegere tijden. Met de fiets rijden we de kust af, via de Voie Verte waar zwaar in geïnvesteerd wordt. Wat een schitterend fietspad! Het voert doorheen de duinen op het tracé van een voormalige spoorlijn. We stoppen even aan het indrukwekkende Ferme Nord, de voormalige boerderij die moest voorzien in het levensonderhoud van het sanatorium, het huidige Hôpital Maritime Vancauwenberghe.

Op de terugweg vergapen we ons aan de spiegelbunker in Leffrincoucke. De verhoopte beloning, Fruit de Mer, volgt helaas niet – wegens corona hadden we moeten reserveren. Zelfs take away zit er niet in. Vrijheid blijheid, dan maar de kust afrijden richting homebase. In Nieuwpoort vinden we nog een plekje op het terras van Café de Paris. We houden het bij lekkere visgerechten, het echte werk… juist: de bucket list.

Tijdens deze week rondden we de kaap van 200.000km op te teller; net de helft van wat de groene bus had toen we ze van de hand deden. Er is nog marge voor die bucket list!

Vader-dochter trip (2020)

Een lange zomer! Nog voordat we weken aan huis gekluisterd werden door de eerste Corona-golf, had ik beslist om tijdens de zomer een maand ouderschapsverlof te nemen. We mochten ons vanaf juli wat vrij bewegen, en dat deden we – beperkt, maar met volle teugen. Vorig jaar was het uitstapje met ons tweetjes heel erg meegevallen, dus besloten we tot een herhaling (en ik hoop stiekem op een traditie). Net zoals vorig jaar zetten we begin juli koers richting Shorebreak surfclub in Oostduinkerke, bij Dieter en Sofie. We komen toe op het spitsuur van de kampjes en besluiten om eerst lekker te gaan vliegeren op het strand. Oefening baart kunst, de loops en scheervluchten volgen elkaar op. Even later huren we planken, en gaan vol goede moed de zee op. De golven laten het wat afweten, dus we dobberen, drijven en glijden een uur of twee in de brave branding. Een warme douche en lekker drankje later springen we op de fiets om een eettent te zoeken.

Dat valt tegen: alles vol en lange wachtrijen. We trappen verder naar de supermarkt om daar te beseffen dat we geen mondmaskers bij hebben – corona, weet je wel. Dan maar terug en de bus nemen. De zin om uitgebreid te koken is intussen voorbij maar hé, we maken een superdeluxe heerlijke eetsalade met sla, zalm, feta, olijven, tomaat, komkommer, en we kunnen buiten in het avondzonnetje eten. We sluiten de avond af met een traditioneel potje Mens-erger-je-niet en een stuk Twilight film.

We slapen als rozen en worden pas wakker als er verzameld wordt voor het sportkamp. Na een ontbijt verkennen we per fiets het natuurgebied Doornpanne en de Passendalevaart.  We rijden verder naar Koksijde waar we tickets hebben voor het Ter Duinen museum. Via de Virtual Reality toer krijg je er een goed zicht op het dagelijks leven in de abdij. Daarna bezoeken we de site en de tentoonstelling. Boeiend! Op de terugweg lopen we nog binnen in de speciale kerk van Sint-Idesbald, met haar vreemd dak en moderne brandglazen. Intussen is de middag op z’n eind, en we bestellen garnaalkroketten bij een take-away in Oostduinkerke. Na het eten terug vliegeren op het strand en tenslotte de rest van Twilight. Voorwaar een gevulde dag!

Woensdag opnieuw een slome start met uitgebreid ontbijt. We nemen afscheid van onze spot en rijden tegen de middag naar De Zonnegloed – dit is een zoo/opvangcentrum voor dieren die nergens anders meer terecht kunnen. We kijken de ogen uit naar het bont allegaartje van vertrouwde en meer exotische soorten, van mini-aapjes over sneeuwvossen tot bizons. Een absolute aanrader! Een hongertje wordt verdreven met een broodje en dessert. In de late namiddag toeren we nog naar Diksmuide waar de leuke speelplek van de IJzerboomgaard wordt verkend. Het uitje wordt nog wat gerekt met lekker eten op de markt maar uiteindelijk zijn we rond 21u terug thuis. Voor herhaling vatbaar zo’n vader-dochter momentje.

Sneeuw zoeken in de Vogezen (2019)

Kerstvakantie. Een tijd voor familiefeesten, etentjes, shopping, … maar ook om even uit te blazen na weken hard werken, en verlangen naar andere horizonten. Vermits we de voorbije jaren geen echte winter meer kregen op het thuisfront, was het plan: sneeuw opzoeken. Geen drukke pistes. Niet te ver. Gewoon een wit laagje en wat fun; en Aline voor de eerste keer op de latten zetten.

Wintercamperen, daar heb ik nog niet iedereen van overtuigd, dus werd een leuk onderdak gezocht in de Vogezen. Vrouwlief had tijdens de zomer overnacht in Motohotel Bussang, maar dat was gesloten. Het werd Auberge de la Bouloie, aan een kleine skilift. Dachten we.

In de grote blauwe rijden we op een dikke 6 uren naar Bussang. Met nieuwe winterbanden én een setje sneeuwkettingen, nog tijdig gescoord op internet. Onderweg stoppen we in Chatelle sur Moselle, waar de resten van een imposante burcht zich laten bewonderen. Wat betreft sneeuw wordt het wishful thinking: zwart asfalt tot aan de receptie van de herberg, waar bovendien blijkt dat de bewuste skilift die op de website prijkt, reeds jaren ontmanteld is. Wegens te weinig zekerheid op sneeuw. Die kettingen vliegen onderin de kast…

Niet getreurd, de streek biedt prachtige wandelingen, en met de poepsleetjes is het leuk balanceren op het dunne laagje sneeuwijs boven de auberge. We eten ’s avonds in het restaurant, waar de geur van gesmolten kaas heel indringend is.

De volgende dag trekken we de bottines aan en wandelen we de Sentier Evrard – mooie wandeling door een bos vol ijskristallen. Eénmaal terug rijden we naar beneden en bezoeken we de bron van de Moezel, met een muur waarop de hele loop van de rivier uitgebeeld staat. Het start allemaal hier met een minuscuul straaltje water. We rijden door naar de Chaume de Drumont voor een drankje, maar de keet blijkt gesloten. We wandelen wat rond, kijken naar de paragliders, en lezen op het aanwezige monument over de vreselijke gebeurtenissen die hier plaatsvonden tijdens WO II.

Om inspiratie op te doen gaan we naar het Maison du Tourisme. De vriendelijke dame verwijst ons voor lekker eten naar de lokale camping, en voor een wandeling naar de Ballon d’Alsace. We reserveren ons avondmaal en rijden de Ballon op. De poepsleetjes worden bovengehaald en we blijven nog lang genieten van een fantastische zonsondergang, samen met vele anderen. Het avondeten is superlekker Chez Jean-Mi op camping Domain de Champé.

Op zondag rijden we ’s morgens door ijsbomen, net als in een tekenfilm. We zijn op weg naar Thann. In de mooie Eglise St Theobald ontbreekt Jeanne D’Arc niet; de rivier La Thur staat vol na een nacht regen maar we laten ons niet afschrikken en steken over om door de mist naar het Chateau d’Engelbourg te klimmen. Bij de ontmanteling van het kasteel probeerde men de meestertoren te slopen; het ding brak in stukken en nog steeds ligt een segment op zijn zijde, als het oog van een heks.

In de late namiddag rijden we naar de Grand Ballon. Op glibberige ijspaadjes proberen we een toer te wandelen rond de witte bol van de radar, maar evident is het niet. Als beloning kunnen we wel weer genieten van een prachtige zonsondergang boven de wolken. In de verte liggen de Alpen, met de Mont Blanc als eindpunt in het rijtje.

Na een uitgebreid ontbijt rijden we via Urbès richting skigebied van Bresse; er ligt maar weinig sneeuw en de piste lijkt overvol. We rijden terug weg en volgen de Route des Crêtes tot op de Col de Hohneck. Daar waren we enkele jaren geleden ook al eens, toen we na een wandeling iets wilden eten en drinken in de brasserie. Er brak een giga onweer los, en na een zoveelste blikseminslag viel de elektriciteit volledig uit. Ditmaal is het rustig en zonnig, de poepsleetjes gaan mee, terwijl we in de verte de skipiste op de Kastelberg kunnen zien.

In de namiddag vertrekken we huiswaarts. We slapen nog een nachtje in de camper op een trieste camping in Luxemburg. Onze honger stillen we met een bedenkelijke spaghetti voor we onder zeil gaan. Soms zit het eens tegen…

 

Zomertrip Slovenië 2 (2019)

We zijn intussen dinsdag 13 augustus en laten camping Podgrad Vransko achter ons; we stellen de lange lijst to do’s bij en besluiten om niet verder oostwaarts te trekken, maar nu reeds richting kust te rijden. Voorbij Ljubljana verlaten we de snelweg voor een uitgebreid bezoek aan het mooie rotskasteel Predjama Grad, en heus roversnest. In de late middag rijden we naar camp Dujceva bij Vremski Britof: een ruim grasveld op een eiland in de Reka, met een erg steile toegangsweg, een randje gedateerd – blijkt later dat het te koop staat.

Een Nederlands meisje, Kaline, komt meteen nieuwsgierig kijken – vriendjes! Niet veel later plonsen ze samen in het koude water en tot laat worden spelletjes gespeeld. We stellen dan ook voor dat ze woensdag mee op stap gaat. De trip gaat richting Skocjan, een gezellig dorp, even verwijderd van het drukke bezoekerscentrum voor de grotten. We verkennen de buurt via een “ontdekkingswandeling” waarbij we een mooi zicht krijgen op het typisch karstenlandschap. Onderweg zien we een waterslang in een vijver, bizar. De wandelingen door de grotten zelf doen we niet, die lijken wel interessant maar druk, en met die hitte…

Terug op de camping nemen we een frisse duik en eten we bij de eigenaars op het terras “typisch Sloveens” eten: goulash, gevulde pasta, opgerolde desserten.

Op donderdag wordt er uitgebreid afscheid genomen: Kaline vertrekt met haar broer en ouders richting Nederland (in hun T4 busje), wij gaan richting kust met een eerste stop in het zonnige Izola, tussen de drukke havenstad Koper en het toeristische Piran. Het oude centrum doet Venetiaans aan, Italië lonkt aan de overkant van de baai. We vinden een plekje voor de bus, aan het diepblauwe water. Even verderop ligt de zeedijk vol zonnende mensen, op het… gras.

Na een verkwikkend zwemmertje in zee rijden we verder naar de zoutpannen van Secovlje, maar zonder fiets en in de verzengende zon passen we voor een bezoek. We keren terug richting Piran, maar alle parkings staan vol. Plots staan we aan het casino Portoroz – de parkeerwachter wil wel iets bijverdienen, in ruil voor een briefje van 10 krijgen we een ticket wat we absoluut niet zichtbaar in de wagen mogen leggen – tja. Het hotelcomplex straalt pure luxe uit, en wat een uitzicht; op het binnenplein staat ook nog es een Venetiaans kerkje als landmark. We kuieren verder op de dijk en ontdekken een gratis shuttle helemaal tot in het centrum van Piran. Daar is het best druk, we verkennen het stadje en klimmen tot aan de kerk boven voor een fantastisch uitzicht. De oude stadsmuren bekijken we van ver, iedereen heeft last van de warmte en we zoeken een terras op voor het avondeten.

’s Vrijdags rijden we richting Soca vallei, nog zo’n uitgangsbord voor Slovenië, en dat zullen we geweten hebben: camping Koren, op papier 4 sterren, maar zeker niet in de drukke zomerperiode: overvol, onvriendelijk, we eindigen op de parking van het boventerras. De regio is wel prachtig: de smaragdgroene (en ijskoude!) Soca, pure natuur. We maken een wandeling die eerst naar de Kozjak waterval voert, maar na een stop aan en in de rivier loopt het mis – we verlaten de route en via hete asfaltbaantjes komen we in Kobarid terecht, Caro heeft het gehad met de warmte, ik wil nog het Italiaans herdenkingsmonument zien van de zware strijd die hier speelde tijdens WO I: een slechte match en einde van de dag in mineur! Bovendien is het nu nog drukker op die parking, hier blijven we niet…

Intussen is het zondag 17 augustus en we rijden een eindje verder naar camp Vodenca in Bovec, een uitvalsbasis voor de vele outdoor activiteiten in de streek. De uitbaters houden strikt het maximumaantal kampeerders in de gaten, we staan rustig op een groen terras, wat een verademing! Het dorp is gezellig druk, veel jong volk, en we verkennen nog de samenloop van de Soca en de Koritnica, waw! We boeken bij Eurotrekking voor de volgende dag een canyoning op de Susec en ronden af met een partijtje badminton.

DSC_3507

Fun fun fun op maandag: een andere omschrijving is er niet. Na een lastige wandeling steil bergop – met je uitrusting op de rug – springen, klauteren en glijden we langs het riviertje naar beneden. Een leuke afsluiter van ons verblijf in Slovenië.

canyoning

Dinsdag is het tijd om de terugreis aan te vatten, we laten de uitdagende Vrsic pas rechts liggen en rijden via Treviso, Villach, Salzburg en verder richting München. Het regent intussen pijpenstelen, na veel discussie en een doorverwijzing komen we in hotel A10 in Augsburg terecht. Op de parking staat een veredeld frietkraam, dat wordt ons avondeten. Gelukkig is het ontbijt ruim en goed, zo kunnen we het laatste rechte eind naar huis aanvatten. Ergens rond Geel verlaten we nog even de snelweg voor een pizza bij een lokale Italiaan, maar die avond slapen we terug in eigen huis.

Deze reis was een hele brok: aangenaam verrast door de nieuwe bus, de prachtige natuur in Slovenië, en de vele mooie en behapbare bezienswaardigheden. Maar… met temperaturen tot 35° en meer is het voor Caro te warm. Maar bovenal: de regio tussen de Italiaanse grens en Ljubljana is in de zomer echt wel veel te druk, toerisme wordt volop gepromoot maar de capaciteit en kwaliteit staan zwaar onder druk. We komen graag nog eens terug naar het rustige noorden en oosten, maar voor de Soca zal het toch buiten de zomermaanden moeten zijn!