Categorie archief: Slovenië

Zomertrip Slovenië 2 (2019)

We zijn intussen dinsdag 13 augustus en laten camping Podgrad Vransko achter ons; we stellen de lange lijst to do’s bij en besluiten om niet verder oostwaarts te trekken, maar nu reeds richting kust te rijden. Voorbij Ljubljana verlaten we de snelweg voor een uitgebreid bezoek aan het mooie rotskasteel Predjama Grad, en heus roversnest. In de late middag rijden we naar camp Dujceva bij Vremski Britof: een ruim grasveld op een eiland in de Reka, met een erg steile toegangsweg, een randje gedateerd – blijkt later dat het te koop staat.

Een Nederlands meisje, Kaline, komt meteen nieuwsgierig kijken – vriendjes! Niet veel later plonsen ze samen in het koude water en tot laat worden spelletjes gespeeld. We stellen dan ook voor dat ze woensdag mee op stap gaat. De trip gaat richting Skocjan, een gezellig dorp, even verwijderd van het drukke bezoekerscentrum voor de grotten. We verkennen de buurt via een “ontdekkingswandeling” waarbij we een mooi zicht krijgen op het typisch karstenlandschap. Onderweg zien we een waterslang in een vijver, bizar. De wandelingen door de grotten zelf doen we niet, die lijken wel interessant maar druk, en met die hitte…

Terug op de camping nemen we een frisse duik en eten we bij de eigenaars op het terras “typisch Sloveens” eten: goulash, gevulde pasta, opgerolde desserten.

Op donderdag wordt er uitgebreid afscheid genomen: Kaline vertrekt met haar broer en ouders richting Nederland (in hun T4 busje), wij gaan richting kust met een eerste stop in het zonnige Izola, tussen de drukke havenstad Koper en het toeristische Piran. Het oude centrum doet Venetiaans aan, Italië lonkt aan de overkant van de baai. We vinden een plekje voor de bus, aan het diepblauwe water. Even verderop ligt de zeedijk vol zonnende mensen, op het… gras.

Na een verkwikkend zwemmertje in zee rijden we verder naar de zoutpannen van Secovlje, maar zonder fiets en in de verzengende zon passen we voor een bezoek. We keren terug richting Piran, maar alle parkings staan vol. Plots staan we aan het casino Portoroz – de parkeerwachter wil wel iets bijverdienen, in ruil voor een briefje van 10 krijgen we een ticket wat we absoluut niet zichtbaar in de wagen mogen leggen – tja. Het hotelcomplex straalt pure luxe uit, en wat een uitzicht; op het binnenplein staat ook nog es een Venetiaans kerkje als landmark. We kuieren verder op de dijk en ontdekken een gratis shuttle helemaal tot in het centrum van Piran. Daar is het best druk, we verkennen het stadje en klimmen tot aan de kerk boven voor een fantastisch uitzicht. De oude stadsmuren bekijken we van ver, iedereen heeft last van de warmte en we zoeken een terras op voor het avondeten.

’s Vrijdags rijden we richting Soca vallei, nog zo’n uitgangsbord voor Slovenië, en dat zullen we geweten hebben: camping Koren, op papier 4 sterren, maar zeker niet in de drukke zomerperiode: overvol, onvriendelijk, we eindigen op de parking van het boventerras. De regio is wel prachtig: de smaragdgroene (en ijskoude!) Soca, pure natuur. We maken een wandeling die eerst naar de Kozjak waterval voert, maar na een stop aan en in de rivier loopt het mis – we verlaten de route en via hete asfaltbaantjes komen we in Kobarid terecht, Caro heeft het gehad met de warmte, ik wil nog het Italiaans herdenkingsmonument zien van de zware strijd die hier speelde tijdens WO I: een slechte match en einde van de dag in mineur! Bovendien is het nu nog drukker op die parking, hier blijven we niet…

Intussen is het zondag 17 augustus en we rijden een eindje verder naar camp Vodenca in Bovec, een uitvalsbasis voor de vele outdoor activiteiten in de streek. De uitbaters houden strikt het maximumaantal kampeerders in de gaten, we staan rustig op een groen terras, wat een verademing! Het dorp is gezellig druk, veel jong volk, en we verkennen nog de samenloop van de Soca en de Koritnica, waw! We boeken bij Eurotrekking voor de volgende dag een canyoning op de Susec en ronden af met een partijtje badminton.

DSC_3507

Fun fun fun op maandag: een andere omschrijving is er niet. Na een lastige wandeling steil bergop – met je uitrusting op de rug – springen, klauteren en glijden we langs het riviertje naar beneden. Een leuke afsluiter van ons verblijf in Slovenië.

canyoning

Dinsdag is het tijd om de terugreis aan te vatten, we laten de uitdagende Vrsic pas rechts liggen en rijden via Treviso, Villach, Salzburg en verder richting München. Het regent intussen pijpenstelen, na veel discussie en een doorverwijzing komen we in hotel A10 in Augsburg terecht. Op de parking staat een veredeld frietkraam, dat wordt ons avondeten. Gelukkig is het ontbijt ruim en goed, zo kunnen we het laatste rechte eind naar huis aanvatten. Ergens rond Geel verlaten we nog even de snelweg voor een pizza bij een lokale Italiaan, maar die avond slapen we terug in eigen huis.

Deze reis was een hele brok: aangenaam verrast door de nieuwe bus, de prachtige natuur in Slovenië, en de vele mooie en behapbare bezienswaardigheden. Maar… met temperaturen tussen 30° en 35° is het voor Caro te warm, daar zullen we in de toekomst moeten op letten. En bovenal: de regio tussen de Italiaanse grens en Ljubljana is in de zomer echt wel veel te druk, toerisme wordt volop gepromoot maar de capaciteit en kwaliteit staan zwaar onder druk. We komen graag nog eens terug naar het rustige noorden en oosten, maar voor de Soca zal het toch buiten de zomermaanden moeten zijn!

Zomertrip Slovenië 1 (2019)

Spannend!

Voor het eerst hebben we bijna 3 weken samen verlof. En het wordt de eerste reis met de nieuwe blauwe. We hebben genoeg tijd gehad om alle tips over Slovenië te verzamelen, en met die bagage vertrekken we op zaterdag 3 augustus via Aken en Koblenz, voor een eerste picknick-stop aan de Moezel. We rijden verder onder luid gezang op de achterbank (Ghostrockers rules!) tot in Augsburg, waar we een nachtje boeken op de prima doorgangscamping Bella Augusta. De uitbaters wijzen ons op een nieuwe eterij aan het meer, net open: bestelling en bediening zijn nog wat verwarrend, het eten vettig Duits… Weten we meteen ook wat Käsespätle is!

De volgende dag vertrekken we tijdig richting München, maar door de drukte en de vele wegenwerken schiet het niet op. We verlaten de snelweg op de middag en zoeken de Chiemsee op bij Seebruck voor een verfrissende duik en zomerse picknick. In de late middag hernemen we de snelweg en rijden tot Salzburg waar we een groen plekje vinden op camping Aigen.

 

Vroeg in de ochtend rijden we tot de P+R aan de stadsrand, en vervolgens met de bus naar het centrum van Salzburg. We kuieren wat door de oude kern en stille achterafstraatjes, kopen brood in de oudste bakkerij, bewonderen het ambacht van  messenfabriek Kappeller, laten ons entertainen door een straatgitarist. Voor musea is het te warm, en de tijd te kort. In de late namiddag rijden we door naar Slovenia, via Villach en de oude – steile – Würzenpas. We installeren ons op Camp Spik in Kranjska Gora, met zicht op de indrukwekkende Triglav (2864m).

 

Dinsdag staat de Vintgar Gorje op het programma: supermooie kloof en natuur, maar even super toeristisch (“klein Blankenberge”). Op de terugweg van boodschappen in Jesenice komen we in een giga onweer terecht: bakken water, de bliksems slaan in rondom de bus. Terug op de camping blijkt ons plekje onder water te staan… we zoeken een hogere stek op.

 

Na een droge nacht overwegen we om toch even via Bled te rijden: the place to see, maar is het echt zo druk? En ja hoor, 4km voor het dorp staat het verkeer al vast. We schieten een zijweg in en komen via een groen baantje bij de ruïnes van Kamen Grad, letterlijk het stenen kasteel. We lopen er helemaal alleen rond en kunnen alle hoekjes verkennen! Even later blijkt het subliem ogende camp Trnovc helaas volzet, we placeren ons op camp Smlednik, een mooie plek maar zo slecht uitgebaat…

 

Op donderdag bezoeken we het middeleeuws Sofja Lokan, een pittoresk handelsstadje met verkeersvrij centrum. In de kerk komen we de eerste keer architect Plecnik tegen: er hangen meerdere grote lusters van zijn hand. We klimmen ook tot aan de burcht, maar passen voor de grote wandeling rond het stadje wegens de hitte. Wel rijden we buiten het centrum nog even naar het kerkje van Crngrob, bekend voor haar kleurrijke muurschilderingen. Terug op de camping trotseren we het ijskoude water van de Sava; ’s avonds gaat Aline nog op Pokemon jacht.

 

Op dag zeven rijden we naar een P+R aan de rand van Ljubljana waar we de bus nemen. De hoofdstad blijkt zeer behapbaar en niet groter dan pakweg Brugge. Het aanbod aan bezienswaardigheden is wel erg divers en ruim: aantrekkelijke pleintjes, de kathedraal, Jugendstil gevels, de onvermijdelijke Plecnik (3-voudige brug, drakenbrug, sublieme bibliotheek), de resten van het Romeinse castrum Emona, maar ook de betonnen blokken uit de periode van de Koude Oorlog rond het plein van de Republiek.

 

De campercontact app prijst een camping aan in Vransko, waar we van de ene verbazing in de andere vallen: het blijkt de waargemaakte droom van gastvrouw Renate, na een carrièreswitch. Ruime afgebakende plekken, huurchalets in het groen, een kleine tentenplaats rond een vijver, veel gemeenschappelijke ruimtes (buitenkeukens, overdekte eetruimte, luxueuze afwasruimte, regendouches met vloerverwarming,…), en een spotprijs: genoeg om te “blijven hangen”. We krijgen trouwens het gezelschap van Belgen op de terugweg van een 2CV Raid rond 100 jaar Citroën in Kroatië. Nu wordt duidelijk waarom we al zoveel oude “geitjes” waren tegengekomen!

Op zaterdag luieren we wat: boekje lezen in de schaduw, wat pingpong spelen, ijsje eten… Het lokale Grom Motorcycle Museum is helaas niet open.  ’s Avonds zoeken we – na enige omwegen – verkoeling in een zwemmeer nabij de industriestad Velenje. Het is donker wanneer we terug op de camping arriveren. Daardoor vertrekken we zondag eigenlijk te laat naar het mijnmuseum van Mezica: blijkt dat de rondleiding al bezig is. We nemen wat kleine baantjes verder de bergen in en krijgen tips van een Sloveen die er aan hillclimbing komt doen: hij raadt een mooi uitzicht aan op de Topla.

 

Uiteindelijk zullen we uren door de bergen rijden, op kleine onverharde wegen. De bus wordt stevig gebruikt, maar de verlaten vergezichten, kleurrijke bijenkasten en speciale houten parket-daken maken indruk. We eindigen de rit in Solcava, waar we blijven eten (27 euro all-in voor ons drieën). Onder de route enkel gesloten tankstations – dat breekt ons de volgende ochtend zuur op: net als we de camping afrijden slaat de motor af! Gelukkig rijdt Renate ons meteen naar een station waar we een kleine bidon diesel kunnen halen…

Eénmaal en route rijden we naar Jama Pekel, een kleiner grottencomplex met grappige druipstenen (de hagedis, de inktvis, de chocoladefontein…) en een mini waterval. Buiten kruisen we het pad van een mooie vuursalamander. Van daaruit gaat het richting Mozirje en Radegunda, waar we de skilift nemen naar het hooggelegen Goje, een recent skioord. Daar zijn diverse wandelingen aangegeven, de hitte maakt het best pittig! We zijn zo moe dat we een snelle hap improviseren bij thuiskomst.