Categorie archief: Frankrijk

Vulkanen in Frankrijk (2018)

Waar naartoe? De vraag hangt voorzichtig al enkele weken in de lucht. En de vraag op zich is al een klein mirakel na de “nooit meer in die schoendoos” van vorige zomer. De korte tripjes dit jaar zijn meegevallen, het weer is mooi, en er zijn al enkele rustdagen ingebouwd voor we vertrekken. Het vage plan is richting Albi/Carcaçonne, of via Bordeaux richting noorden van Spanje. We vertrekken rond 5u en voorbij Parijs ontbijten we op de leuke stop in Etampes. Van daaruit gaat het verder richting Orlèans. Helaas, lange file… geen zin in gedoe, dus hou ik links aan, de Loire dan maar. We stoppen in Chambord en bezoeken het paleis met de duizend schoorstenen. In de lokale VVV halen we info op, waaronder een fietskaart, en onze app suggereert een leuke camping in Cheverny: camping Les Saules. Dat blijkt een super plek! We zetten de camper onder de bomen en springen snel het zwembad in.

De dag nadien wordt ongegeneerd luieren: zwembad, boekje, beetje frisbee en pluimpje slaan, een korte wandeling in de omgeving – het is dan ook snikheet. ’s Avonds wordt een groot scherm buiten geplaatst: finale van het WK voetbal, en tot vreugde van de lokale medemens wint Frankrijk de cup.

Op maandag gaan we fietsen – de camping verhuurt goede tweewielers, de hitte noopt ons wel om unterwegs de ambities wat bij te stellen. De flessen water zijn snel leeg, gelukkig zijn er nog terrasjes. ’s Avonds zoeken we opnieuw verkoeling in het zwembad. Dolce far niente….

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We vertrekken dinsdag pas op de middag. We bezoeken, nabij Amboise, het domein Clos Lucé, de laatste woonplaats van Leonardo Da Vinci. In diverse paviljoenen, maar ook in het park, kun je de vooruitstrevende ideeën bewonderen van deze unieke kunstenaar annex uitvinder annex wetenschapper. Na het uitgebreid bezoek rijden we binnendoor richting Chateauroux, waar we ons tegen de avond installeren op de stadscamping Du Rochat bij het Lac de Belle Isle. Mmh, veel drukte, en een grote groep “gitanes” met enorme caravans, bestelwagens met wasmachines en droogkas, grote BBQ… het is toch een aparte way of life. We lopen nog even langs het stadspark, waar je ook kunt zwemmen.

Er is niks dat uitnodigt om te blijven, dus volgende dag richting Montluçon. Een leuke stop is Boussac, een rustig oud dorp-met-kasteel met een centrum dat luchtvaartgeschiedenis uitademt: ene Georges Lannet was een lokale vliegpionier. Terug op de snelweg plots het gevoel dat de bus inhoudt – even terugschakelen, flink optrekken en weer in z’n vijf. Vreemd, veel toerental, maar niks trekkracht: vijfde versnelling doet het niet meer. Nu ja, we rijden nog en het gaat richting Clermont. Onderweg stoppen we nog even aan een kerkhof – altijd speciaal maar hier toch bizar: het staat er vol glazen mini-serres die over de graven gezet zijn. ’s Avonds zoeken we een plekje in Murat, camping Panoramique. Mooi uitzicht, dat wel, maar helaas ook DJ-night aan het zwembad die avond… Ook deze camping wordt geen blijvertje.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We rijden de volgende dag daarom naar Mont Dore, met in het achterhoofd het voornemen om een garage op te zoeken. Een vriendelijke dame van de VVV verwijst ons naar “haar” Garage du Centre. We worden super vriendelijk ontvangen, en de garagist belooft om nog dezelfde dag de boîte na te zien. Omdat we niet goed weten wat ons te wachten staat boeken we alvast een nacht in aparthotel Le Wilson, dat beschikt over een ondergronds zwembad, onder de tuin. Ook speciaal… We verkennen kort het skidorp, met een welnesscenter uit vervlogen tijd, geheel opgetrokken in Byzantijnse stijl.  Na een heerlijk diner in l’Estavou kruipen we tijdig onder de wol.

We krijgen vrijdag meteen bevestiging: tandwiel n° 5 is kapot gedraaid. De garage belooft om de nodige stukken te zoeken. We laten het niet aan ons hart komen en schuimen de lokale markt af. In de namiddag stijgen we met de oude funiculaire tot boven het dorp en vertrekken van daar naar Puy de Sancy. Een uitdagende wandeltocht met fantastisch mooie uitzichten. Van tegenliggers horen we evenwel dat de laatste cabinelift naar beneden vertrekt om 18u15. Ik zet een sprintje in en kan nog net de opzichter overtuigen om te wachten op vrouw en kind… Eénmaal in het skistation beneden stellen we vast dat de laatste bus naar het dorp al weg is. Ach, dan toch maar eerst een terrasje doen. Als we te voet vertrekken begint het te regenen, en onderweg worden we opgepikt door een vriendelijke dienster die ons netjes afzet in Mont Dore. Soms komen de dingen vanzelf in orde…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Op zaterdag zetten we de verkenning verder en wandelen we ook nog naar La Grande Cascade. We halen de bus terug op, in de garage heeft men het kapotte tandwiel terug gemonteerd, zodat we met een “vierbak” kunnen rijden.

Zo vertrekken we de volgende dag naar Vulcania nabij Puy de Dôme, een educatief park over de vulkaanstreek waar we zitten. De tijd vliegt in de prima infozalen, afgewisseld met experimenten en leuke 3D-films. Aline houdt er nog enkele dagen een “uitbarstingsschrik” aan over. We keren binnendoor terug, via Orcival en het mooie Lac de Guery; in de buurt kan je ook les roches Tuillière et Sanadoire bewonderen, granietrotsen naast een oude breuklijn tussen 2 vulkanen. Terug in Mont Dore beslissen we dat we het langzamerhand wel gezien hebben.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We spreken af met de garage dat we enkele dagen verder zullen trekken. Zuidwaarts wordt het, via het Massif Sancy, col de Serre richting Condat en via de Gorges de la Santoire richting Murat. Aantrekkelijk stadje waar we een verrassende ontmoeting hebben met streekgenoot en artiest Pieter Lonneville die rondrijdt met een salle de concert, inclusief piano en rode pluchen zetels, in een …. T4! We raken aan de praat en de barvrouw vertelt ons over haar broer die een soortement logies annex muziekbar aan het uitbouwen is in een oude watermolen. In stoet vertrekken we naar Moulin de Gaspard – leuke plek. De piano wordt duchtig onderhanden genomen, net als het lokale gerstenat. Een oudere Duitse dame, en route in een bestelwagen, vertelt ons over een wonderlijk plekje om wild te camperen – waarom niet? We rijden terug naar het Luc du Pêcher, waar we ons tussen de bomen zetten. ’s Avonds kunnen we genieten van de vlieg- en jachtkunsten van een koppel Rode Wouwen. We worden ook nog es beloond met een wondermooie zonsondergang. Wat een plek!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We besluiten om toch nog wat zuidwaarts te rijden, tot Truyère Lanau. We zoeken een stil plekje op camping Belvédère, wandelen even rond de barrage de Grandval en worden ’s avonds opnieuw getrakteerd op vliegkunsten – ditmaal van talrijke vleermuizen.

Op woensdag huren we kajaks in de base nautique; het wordt een leuke namiddag zon, zwemmen, bootje varen… dolle pret. Moe maar voldaan genieten we nog even op het terras van een fris glas. Terugrijden is absoluut geen optie meer – we verwittigen de garagist dat we een dag later zullen zijn maar horen dat hij er niet in geslaagd is om stukken te vinden… Helaas moeten we wel nog langskomen want de beschermplaat van de motor ligt er nog!

We rijden op donderdag dus terug richting Mont Dore. Onderweg stoppen we in Antignac, waar we heerlijk eten op het terras van Auberge de la Sumène. Na het bezoekje aan de garage settelen we ons op camping Plage Verte, een eenvoudige wandelcamping met mooi uitzicht (maar toch tweede keus na camping La Grande Cascade dat helaas volzet is). Tijd voor familieraad: hoe keren we terug huiswaarts? We nemen geen risico’s en laten de snelweg links liggen.

DSC_2409

old memories

Via secundaire wegen (véél leuker!) rijden we naar Lormes, waar we eerder als stonden op camping Etang du Goulot. We leggen ons lui naast het meer, Aline is niet uit het water te krijgen, maar het is dan ook 35°C! Zelfs het water is haast te warm…

Veel meer dan het stadje en de markthal verkennen, en lui-lekkeren doen we niet meer. Huiswaarts nemen we alsnog de snelweg – op een kwartier van thuis begint de bak te ratelen en vibreren: met dat tandwiel is het niet meer goed gekomen!

 

Bretagne (2017)

Bretagne, here we come! Nu we begin dit jaar eindelijk Normandië hadden veroverd, wilden we graag een stapje verder reizen; wél nog even starten met een kleine détour langs de stranden van de débarquement. Als uitvalsbasis nemen we de heerlijk idyllische camping Au Manoir de l’Abbaye – een plekje onder de appelbomen.  We fietsen ’s avonds naar het nabije Creully waar we in de schaduw van het chateau verwend worden met een typisch Frans menu (denk: lapin, cidre, terrine, tarte au pomme,… mmmh). Op de terugweg plukken we nog kleine gele pruimpjes als extra dessert.

Op maandag fietsen we, op basis van prima lokale fietskaarten en vanuit Magny-en-Bessin, naar de caissons in Arromanches. Dit zijn de betonnen pontons die werden afgezonken om er een tijdelijke haven te creëren op D-Day. Een nieuw fietspad doorheen de duinen voert uiteindelijk naar Longues-sur-Mer, waar de indrukwekkende Batterie Allemande te bezoeken is. Aan het water blijkt een super camperplek te liggen, maar wij vervolgen naar het drukke Bayeux. Opmerkelijk ginds: rond de kerk staan verschillende mensen met telelens en verrekijker: blijkt dat er een koppel torenvalken zit met jongen, die zich nu en dan laten bewonderen. Om het beroemde wandtapijt te bewonderen is het helaas te laat.

De volgende dag rijden we door naar de baai van de Mont St-Michel waar we ons installeren op camping Le Balcon de la Baie. Leuke plek, zwembad voor Aline, uitzicht… We fietsen naar de kust en volgen stukjes van verschillende aangeduide fietsroutes. De regio is wat dat betreft een flinke inhaalbeweging bezig. Terug op de camping worden we overvallen door een giga onweer – we krijgen net op tijd de bustent opgezet als shelter.

Woensdag bezoeken we de Mont Saint-Michel; we moeten de fiets achterlaten, enkel voetgangers en de shuttlebussen blijken nog de brug over te mogen. De site is druk maar toch een indrukwekkende must-see. Op de camping vindt Aline vriendjes – bovendien wordt ze getrakteerd op een WAP (worst, appelmoes, puree): feest !

Tijd om erop uit te trekken: we vertrekken ’s morgens op tijd naar Plage Verger voor een wandeling op de Sentier des Douaniers (GR 34). Dit is een fantastisch wandelpad dat langs de kust rondom Bretagne voert, en vroeger werd gebruikt door de grenswachters op hun ronde tegen smokkelaars. Kliffen en kleine strandjes wisselen af, betoverende vergezichten, fotogenieke tafereeltjes. Op Cap Grouin houden we even halt, om vervolgens verder naar Cancale te stappen waar we de zee in ons bord nemen – fruit de mer! Tenslotte steken we terug door naar ons vertrekpunt.

Vrijdag start als een “dol” dagje: kathedraal kijken in Dol de Bretagne, de molen en kleine prehistorische site op Mont Dol, en de vreemde menhir van Champs Dol… We tuffen verder naar Saint-Mâlo dat ons erg kan bekoren. We kuieren doorheen de straatjes en over de remparts. Tegen de avond gaan de hemelsluizen terug open – op de camping maken we een quick favorite: chili con carne.

We besluiten een stuk op te schuiven naar Cap Frehel. Helaas blijft het grijs en nat, en we informeren in de lokale VVV naar een kamer. Die vinden we in Maison Bellevue, boven de crêperie Petite Galette. De oudere eigenaars zijn volbloed Bretoenen, en dat zullen we geweten hebben – het hangt er vol met posters van (oude) coryfeeën en de traditionele muziek schalt uit de luidsprekers. Maar het is een prima adres, vlak bij het fort La Latte (op de parking blijven ’s nachts diverse campers staan). Het fort zelf is een bezoekje meer dan waard; al gehoord over kanonballen die werden verhit om meer schade aan te richten? Je kunt er de unieke oven hiervoor bewonderen. ’s Avonds rijden we nog even naar Cap Frehel, maar intussen is het hard aan het waaien en regenen. Met Aline bouw ik nog snel wat stenen torentjes, maar dan hebben we het toch gehad en vluchten naar onze knusse kamer.

Op zondag wil de zon evenmin – op de kaart van Frankrijk is er in de wijde omgeving geen beterschap te zien, dus springen we na enige discussie toch op de fiets richting Cap d’Erquin; de route is niet goed aangegeven en we stranden aan zee een flink eind voor de eigenlijke cap. Van daaruit maken we een wandeling naar het Îlot St Michel, dat je enkel bij laag water kan bereiken. Bij het kapelletje schrijven we een boodschap op een grote schelp, die aan de buitenmuur wordt gehangen. Een mooi plekje… maar dan begint het weer te regenen. Met het weer slaat ook het humeur langzaam om.

We rijden naar het kustplaatsje Biniz en komen net voor sluitingstijd in de VVV aan. We worden doorverwezen naar een private B&B – dat blijkt een volledig appartement te zijn boven het huis van de eigenares! We doen snel boodschappen en testen uitgebreid de keuken uit. Caroline heeft het intussen wel gehad met het weer, maar de Granite Rose staat nog op het verlanglijstje.

Maandag start zonnig, dus rijden we toch door naar Lannion waar we ons aan de kust installeren op camping Les Capucines, met zwembad. Gelukkig is dat overdekt… na de middag stormt het, de regen houdt niet op. Het humeur zakt onder nul. Verder dan een korte wandeling en wat boodschappen doen, gebeurt er weinig. Leve het zwembad!

Toch wagen we ons de volgende dag aan de boottrip naar Les Sept Îles vanuit Trestraou, waar we ’s middags nog kunnen lunchen in het zonneke. Eigenlijk gaat het om vijf eilanden, en betekent het gelijkklinkende Bretoense woord ‘Monnikeneilanden”. Op het grootste hebben effectief monniken gewoond en kan je een mooie wandeling maken. Maar het meest indrukwekkende van dit natuurreservaat is wel de enorme kolonie Jan-van-Genten die er broedt en leeft, niet minder dan 23.000 koppels! Vroeger op het jaar is daarnaast ook de kolonie Papegaaiduikers te bewonderen. Op de terugweg varen we ook nog langs de beroemde roze graniet kust. Helaas vergezelt de regen ons naar de camping…

Woensdag: bewolkt, regen, wind – hé, ’t is wel zomer hoor! Tijd voor een dagje indoor: we trekken naar Pleumeur-Bodou waar een bizarre constructie te ontdekken valt: le Radôme. Een witte paddenstoel met binnenin een enorme hoornvormige antenne, waarmee in de jaren ’60 televisiebeelden werden uitgewisseld met een identiek station in Amerika. Er is een museum aan verbonden over de geschiedenis van de moderne communicatie. Even buiten deze site ligt een pretpark onder de vorm van een Gallisch dorp, met leuke uitdagingen én nog eens voor het goede doel (projecten in Togo). Wellicht nòg leuker bij zonnig zomerweer (zucht).

We beslissen om een totale crash van het humeur én elke verdere huwelijkscrisis te vermijden, en vertrekken donderdag na de middag huiswaarts waar we tegen middernacht toekomen – in een droog, warm en windvrij huis!

 

 

 

Normandie (2017)

Let’s start the season! Ontiegelijk vroeg vertrekken we met de bus richting Normandië. Tweede poging – de laatste “strandde” aan de oevers van de Seine. Unterwegs ontbijten we in het mooie Aire de la Baie de la Somme, op weg van Calais naar Abbeville. In Le Havre verlaten we de snelweg voor een bezoekje aan de kliffen van Etretat. Even een plekje zoeken aan het oude kerkje, als plots – een klop, geratel, stilstand. Een oliespoor, dit ziet er niet goed uit!

Verzekering bellen, en Depannage Garage Simon komt de schade opnemen. Tja, ’t is weekend (zaterdagochtend!), dus veel is er niet mogelijk, de bus wordt weggesleept. We ervaren wat een goede reisbijstand betekent: binnen de 3u regelt Ethias een hotel met ontbijt, en een vervangwagen. Intussen maken we er het beste van: picknick op het strand, met zicht op de beroemde “olifantenklif”.

Na ophalen van een wagen in Le Havre installeren we ons in Fécamps. In het typisch Franse Hotel du Commerce krijgen we de zeer ruime familiekamer op zolder als prima uitvalsbasis. Mét zicht op de grote camperparking aan de haven… We gaan nog even een luchtje scheppen en nestelen ons voor een apero en heerlijk eten op het terras van La Taverne du Musée. De cider vloeit al rijkelijk!

Dag 2 doen we een groot stuk van de Ciderroute; we rijden een eerste maal over de prachtige Pont de Normandie en rijden vervolgens langs Pont l’Eveque, Bonnebosq, Beuvron met het pittoreske marktpleintje, Cambremert, en het middeleeuwse Chateau de Crèvecoeur. In de Manoir de Grandouet proeven we calvados, cider en appelsap. Een relevant aantal flessen wisselt vervolgens van eigenaar! s’ Avonds verkennen we nog het mooie Pont l’Eveque zelf en eten er op een idyllisch terrasje (Auberge de la Touques) langs het water.

DSC_0153

Chateau de Crèvecoeur

DSC_0150

Iemand duifje gezien?

DSC_0160DSC_0163DSC_0124DSC_0129DSC_0131DSC_0137

DSC_0146

Beuvron – commerce pratique

Dag 3 worden we wakker gebeld door de verzekering: de lokale VW garage heeft geen zin om een inspanning te doen tenzij over 2 weken… dus wordt beslist om de bus te repatriëren. We halen er nog wat spullen uit en maken ons op voor een wandeldag: in het bureau van toerisme vinden we een uitstekend carte randonnée Les Hautes Falaises, en we starten met een fikse klim tot aan het pelgrimskerkje voor vermiste zeelieden. Via mooie vergezichten op de Cap Fagnet en diverse bunkers van de Mur Atlantique zwenken we naar het binnenland en volgen een oude spoorwegbedding terug naar Fécamp.DSC_0192DSC_0201DSC_0203DSC_0186DSC_0210

Dag 4 wordt een verplicht nummertje naar Honfleur. We rijden kort door de oude kern van Le Havre, die er verrassend mooi en parkachtig uitziet, maar steken al snel nogmaals de Pont de Normandie over. Honfleur valt ons wat tegen, de hype van het oude haventje ontgaat ons en we verkennen liever de kleine straatjes en steegjes in het centrum. We rijden wat verder langs de kust tot in Trouville, waar nostalgisch mooie huizen op het strand staan.

DSC_0248

DSC_0251

DSC_0256

DSC_0260

Dag 5 is meteen de laatste: met de vervangwagen snorren we richting Abbeville waar we langs de National 1 nog even stoppen bij een typische Routier. We beleven er nog  grappige momenten wanneer een oude local in slaap valt tussen lunch en dessert. Terug thuis laden we de wagen uit, en ’s avonds volgt nog een retourtje Rijsel voor het inleveren van de wagen. Op internet ontdekken we dat er net een nieuwe busverbinding is opgestart tussen Brugge en Rijssel – voor een prikje worden we met een luxecar netjes terug thuis gebracht.

Epiloog: een week later wordt de bus afgezet bij de lokale garage; het vastzetten van de motorsteun blijkt op een halfuur gefikst… back on the road!

Le bas Champagne (2016)

Augustus: terwijl ons jongste op kamp is beslissen we nog eens een lang weekend op stap te gaan met z’n tweetjes. Vermits vrouwlief na een aantal klusdagen toe is aan een verwen-vakantie, kopen we een weekendje via één van de vele sites-met-aanbiedingen: twee dagen half pension met champagneproeverij – klinkt niet slecht.

Pas later beseffen we dat Arsonval niet echt in de ons vertrouwde Champagnestreek ligt, maar aan de Aube, een 50 km oost van Troyes! We nemen de snelweg tot voorbij Reims, waar we picknicken aan een verlaten kanaaltje. Via Châlons sur Marne over Vitry gaat het naar Brienne, waar we een oude bekende tegenkomen: Napoleon zat er op school. In de late namiddag komen we aan bij Hostellerie de la Chaumière. Onze bus met fietsen misstaat niet tussen de vele dure limousines op de parking .

p1000002p1000004p1000032

De volgende ochtend zijn de ambities groot: fietsen van Bar sur Aube tot aan de abdij van Clervaux. Al snel ervaren we dat de hellingen te flink zijn voor onze ordinaire stadsfietsen; we korten de lus in, picknicken op een leuke plek, en nemen de grote groene voor een bezoekje aan de abdij. In de buurt geen verveling: champagneboeren bij de vleet, dorpjes met mooie vakwerkhuizen, knappe vergezichten en diverse uitgestippelde routes (fiets, wandel, auto). We bezoeken ook het champagnehuis in een voormalige appendum van de abdij, het huis Monial in de Celliers aux Moines (Colombé le Sec).

De Cisterciënzerabdij zelf, uit 1115, werd tijdens de Franse revolutie omgevormd tot gevangenis; het enorme terrein heeft de allure van een kleine stad.

We sluiten de dag af in de loungezetels in de tuin van hotel, met een glaasje bubbels en lectuur: vakantie!

p1000009p1000007p1000012p1000042

Zondag rijden we de andere kant op, richting grote meren van het “parc naturel régional de la fôret d’orient”. We vinden een parking in Geraudot en springen op de fiets voor een rondje Lac d’ Orient (Vélovoie des Lacs). Een flinke zon zorgt voor 30°C, we zijn blij dat we het water dichtbij hebben, de strandjes zitten overvol met Fransen op zondagsuitstap. We besluiten Troyes te laten voor wat het is en rijden via kleine baantjes noordwaarts. Onderweg zien we een aantal prachtige houten kerkjes, typisch voor deze streek.

We breien er nog een nachtje aan en vinden een kleine charmante camping in Arcis sur Aube, de camping de l’Ile Cherlieu.

Wanneer we ’s avonds iets willen gaan eten, blijkt zowat alles dicht te zijn. Op een uitvalsweg vinden we restaurant Anzi – een lekkere Marokkaanse keuken met een grappige babbelzieke eigenaar. De volgende ochtend blijkt ook brood vinden een hele opgave. Vreemd, een streek die niet wakker ligt van toerisme? We vertrekken tegen de middag richting Reims waar we, na het verplicht bezoek aan de kathedraal, het office du tourisme opzoeken. Een rondrit per fiets langs de Art Nouveau springt in het oog, maar we komen niet echt onder de indruk, verwend als we zijn door bijvoorbeeld de huizen in Brussel. In de late namiddag wenden we dan ook het steven huiswaarts.

Al met al een geslaagd tussendoortje in een streek die nog veel meer te bieden heeft, op amper 4 uur rijden van thuis.

Normandie Vexin (2015)

Met nog een korte week vakantie in augustus besloten we “op den bots” te vertrekken, met als enig vaag plan de kust van Normandië af te rijden. Omdat er voor de rest geen echt plan was, bleven we in die intentie steken…

We vertrokken richting Calais, om vervolgens via de kustbaan nog eens cap blanc nez te bezoeken, fossielen te zoeken in de krijtrotsen van Cran d’Escalles, en vervolgens flink uit te waaien op cap gris nez. Er was even twijfel over de parking, die mooi afgezet is met een poortje op 2m, maar toen ik een andere T4 Westfalia met uitgeklapt dak zag staan, besloten we te volgen. Alleen waren we vergeten dat we ook nog fietsen mee hadden, en die steken toch wel boven het dak uit. Gelukkig was de hoogte “op z’n Frans” bepaald!

Boulogne lieten we links liggen wegens gekend, maar bezoek er zeker het Nausicaa en de bovenstad. We verkenden wel uitgebreid Le Touquet per fiets. Er is een makkelijke camperparking nabij de jachthaven, aan de monding van de Canche – die valt haast volledig droog bij eb. Onderweg genoten we van lekkere mosselen in een kleine bistro.

 

Vermits we niks gereserveerd hadden, kwamen we terecht op een verschrikkelijk kampeerpark in St Cecile Plage. De bewaker reed ons voor langsheen de meest vreselijke stacaravans annex schuurtjes annex afdaken annex tuinkabouters, wij al zin om te keren, om vervolgens tot onze verbazing op een verhoogd platform in de duinen terecht te komen, met zicht op zee!

De volgende ochtend regen, daarom besloten we de abdij van Valloires te bezoeken. In de kerk een vernuftig stukje theater: tijdens de mis kon men een engel laten neerdalen boven het altaar. De aanliggende tuinen leken de moeite, maar geen optie in de regen.

 

Net voor Abbeville ligt een heerlijke terrassencamping Le Château des Tilleuls. Mooie plaatsen, prima sanitair, erg vriendelijk onthaal, en een leuk zwembad. Dochterlief had onmiddellijk een vriendinnetje, zodat we er meteen 2 nachten zijn blijven staan.

Abbeville zelf vonden we tegenvallen, al is een bezoekje aan de kerk St Sépulchre de moeite, om er de brandglazen ramen van kunstenaar Alfred Manessier te bewonderen. Jammer genoeg sloot de kerk net na aankomst, zodat we alles op een drafje moesten zien.

 

Het kanaal Abbeville – St.Valery leent zich uitstekend tot een verkenning per fiets, met genoeg kansen op eenvoudig spijs en drank. Foto’s trekken in een prachtig leegstaand voederbedrijf lukte jammer genoeg niet, wegens bewaking…

 

De volgende ochtend vertrokken we “richting zuid”. We lunchten in een resto Routiers en kregen een hoop toeristische tips van enkele locals. We besloten in Blangy sur Bresle de Manoir de Fontaine op te zoeken: een complex met diverse kleine leuke musea, onder meer over het blazen van glas. Meer dan 80% van alle parfumflesjes worden in Blangy gemaakt, blijkbaar vindt men er ideaal wit zand voor de glasproductie, en dit sinds de middeleeuwen. De uitleg was boeiend, de demo indrukwekkend, en zo werd het uiteraard weer laat.

 

Even internet raadplegen en enkele campings bellen. Camping St Paul had nog plaats, dus wij naar Lyons La Foret. De regio Vexin was ons totaal onbekend, maar wat een heerlijke ontdekking! Het stadje is een parel, en was in de middeleeuwen even het centrum van de macht toen Normandië een koninkrijk vormde met Engeland. Maurice Ravel had er een buitenverblijf. Voldoende voor enkele uren rondstruinen. Wie wil fietsen in de buurt moet wel rekening houden met soms stevige hellingen. Zo ook op de route naar de abdij van Mortemer, waar men in het park net alles in gereedheid bracht voor een griezelnacht.

 

De laatste dag brachten we door aan de oevers van de Seine in Les Andelys. We vonden een prima plekje aan het water, in de schaduw van het kasteel van Richard Leeuwenhart. Een onoverwinnelijk bolwerk, dat alle belegeringen kon weerstaan – ware het niet dat de eigenaar veel luxe wou, en in die tijd waren dat veel ramen. Jammer genoeg beschikte de vijand over enkele goede klimmers die via een raam de kapel binnen raakten, om vervolgens de poort open te zetten… Met de fiets verkenden we het stadje, pikten de lokale markt mee en kochten fantastische cider in de dienst voor toerisme.

 

Een ontspannen break die naar meer smaakt. En de kust van Normandië – staat intussen nog steeds op de bucket list.

 

Route Napoleon (2014)

Nadat we Kafka hadden getrotseerd bij de invoer van onze bus uit NL, en eindelijk onze nummerplaat konden ophangen, vertrokken we in de paasvakantie op maidentrip naar de Cote d’Azur. Via Brussel en Luxemburg rijden we richting Metz waar we de snelweg achter ons laten en de Moezel volgen tot in Pont à Mousson. Daar vinden we een eerste slaapplek aan de jachthaven.

We stonden er als lilliputter tussen enkele mastodonten, maar het is een plek met uitzicht en prima voorzieningen in het clubhuis. Na een inspiratieloze hap in het stadje kunnen we de camper officieel “inslapen”.

De volgende dag laten we de snelweg links liggen en houden we eerst aan op Vesoul, vervolgens Lons le Saulier om naar beneden te duiken via Chamberry naar Grenoble. Best een pittig stukje route, waar de motor heel betrouwbaar aanvoelt en ons overal brengt, mits we de oude dame nu en dan wat tijd gunnen.

We vinden een heerlijk plekje op de camping in Vizille, dat net open ging voor het seizoen.

De volgende dag vervoegen we de N85, Route Napoleon, voor een trip langs Le Drac en La Durance. Mooie cols, fotogenieke vergezichten…

Na een nachtje op een saaie camping vervolgen we de bergachtige route met een stop in het mooie Castellane, om vervolgens boven Grace de Route Napoleon definitief te verlaten en ons kompas te richten op Tourettes-sur-Loup. We stoppen in Bar-sur-Loup even bij confisserie Florian, waar men onder andere de violetjes, gekweekt in de streek, verwerkt tot heerlijk suikergoed.

In de late namiddag komen we tenslotte bij schoonbroer en (schoon)zus Stef en Veronique, die in Tourettes-sur-Loup de B&B Le Mas des Cigales uitbaten. Tijd voor een aantal dagen ontspannen genieten bij on-Belgische temperaturen!

De eerste trip zat er op, tot grote tevredenheid van onszelf en dochter Aline, die heel snel de slaapplaats boven tot haar territorium uitriep – samen met een legertje knuffels. Conclusie: een erg praktische en comfortabele campervan, met een oerdegelijke motor welke onverstoorbaar zijn werk doet. Sprintjes en snelle bergpassen moet je niet verwachten, maar sowieso zijn we op reis nooit gehaast. Een geslaagde test!