Auteursarchief: brugseb

Voorjaar 2016: Zeeland, de Kempen, Eindhoven

Het voorjaar lonkt en we hebben er zin in: in de maanden april en mei worden diverse korte trips gemaakt; we lichten er 3 uit.

Tijdens de paasvakantie reserveren we in Zeeland, op camping De Rusen nabij Wemeldinge, een chalet en een staanplaats. Het idee is om de 3 kinderen in de chalet te laten slapen, terwijl we zelf in ons vertrouwde busje blijven. De plek is heerlijk rustig zo vroeg in het seizoen. Twee dagen is natuurlijk kort, maar op camping Linda huren we extra fietsen en vertrekken voor een flinke trot doorheen het vlakke land, aan de hand van de prima kaart met fietsknooppunten. We passeren de mosselgemeente Yrseke, volgen de zee tot in Krabbendijke, en steken vervolgens door naar het Kanaal door Zuid-Beveland. Deze gidst ons terug tot in de mooie jachthaven van Wemeldinge. ’s Avonds zoeken we Goes op voor een lekkere hap.

De volgende dag start met een uitgebreid ontbijt bij de gastvrouw. We rijden over de Zeelandbrug naar Zierikzee waar we als haastige toeristen ons beperken tot de highlights: de Zuidhavenpoort, de oude haven, wat flaneren door de kleine straatjes. Na een croque aan het water rijden we langs de dijken door naar Ouwerkerk. Daar is, in 4 originele caissons, het watersnoodmuseum ingericht. De betonnen caissons werden vanuit Engeland hierheen gesleept om de laatste grote dijkbreuk te dichten na de rampzalige stormvloed annex watersnood van februari 1953. We komen toch wel onder de indruk van de vele getuigenissen en het beeldmateriaal. De projectie, in de vorm van golven, van de namen van slachtoffers, is een sterke visuele vondst. Prima plek ook om met kinderen van diverse leeftijd te vertoeven.

Een tripje dat ons overtuigt om telkens weer terug te keren naar dit stukje Nederland. Makkelijk dichtbij, gevoel van ruimte, en fietsvriendelijk.

Schaapjes tellen op de dijk

schaapjes tellen op de dijk

P1060900

namen als golven

P1060892

Lekkers uit de zee

Pascal van het Weetjewel-VW-forum heeft aangeboden om even naar de bus te kijken. Saai voor vrouwlief en ons Aline, dus drop ik hen in het provinciaal domein De Averechten in Heist o/d Berg. Een schot in de roos! Het blijkt een superleuk natuurspeelpark te bevatten, pret en actie verzekerd. We installeren ons ’s avonds op camping Hof van Eeden. Mooie plek, lekkere frietjes, maar ook – hoe moet ik het zeggen – een apart publiek (denk: dik, overdadig getatoeëerd, luidruchtig). Na het ontbijt rijden we richting abdij van Tongerlo; we picknicken uitgebreid en bezoeken de indrukwekkende site. ’s Middags rijden we door naar Herentals en bezoeken er het educatief waterpark Hidrodoe. Voor jong en oud een uitgelezen plek om te experimenteren rond water, en uiteraard met de nodige waterpret!

IMG_20160506_130243IMG_20160506_162554P1060966

Half mei rijden we naar Eindhoven om er een California Exclusive te bekijken, die er te koop staat: een speciale uitvoering van de camperbus, met hoog dak, interessante indeling, en toilet aan boord. Het exemplaar in kwestie blijkt een zwaar leven achter de rug te hebben en is doordrongen van tabaksgeur, en ondanks de steeds dalende vraagprijs druipen we enigszins ontgoocheld af. We plaatsen onze Groene aan Strijp S, de voormalige Philipssite. De plek is in volle conversie, en dus een boeiend oord van creativiteit met ateliers, alternatieve winkeltjes en leuke eettentjes. Maar het is zondag, en de meeste zaken zijn dicht. We steken de grens terug over en slapen een nachtje op camping Houtum. Driewerf helaas – net als bij de vorige doortocht blijkt er een trouwfeest te zijn in de naburige feestzaal en doen we geen oog dicht. Doodjammer voor een camping die prima gelegen is en super goed uitgerust. Maar ons zien ze – definitief – niet meer terug.

P1060969P1060973P1060975P1060976P1060978P1060986P1060988

Le bas Champagne (2016)

Augustus: terwijl ons jongste op kamp is beslissen we nog eens een lang weekend op stap te gaan met z’n tweetjes. Vermits vrouwlief na een aantal klusdagen toe is aan een verwen-vakantie, kopen we een weekendje via één van de vele sites-met-aanbiedingen: twee dagen half pension met champagneproeverij – klinkt niet slecht.

Pas later beseffen we dat Arsonval niet echt in de ons vertrouwde Champagnestreek ligt, maar aan de Aube, een 50 km oost van Troyes! We nemen de snelweg tot voorbij Reims, waar we picknicken aan een verlaten kanaaltje. Via Châlons sur Marne over Vitry gaat het naar Brienne, waar we een oude bekende tegenkomen: Napoleon zat er op school. In de late namiddag komen we aan bij Hostellerie de la Chaumière. Onze bus met fietsen misstaat niet tussen de vele dure limousines op de parking .

p1000002p1000004p1000032

De volgende ochtend zijn de ambities groot: fietsen van Bar sur Aube tot aan de abdij van Clervaux. Al snel ervaren we dat de hellingen te flink zijn voor onze ordinaire stadsfietsen; we korten de lus in, picknicken op een leuke plek, en nemen de grote groene voor een bezoekje aan de abdij. In de buurt geen verveling: champagneboeren bij de vleet, dorpjes met mooie vakwerkhuizen, knappe vergezichten en diverse uitgestippelde routes (fiets, wandel, auto). We bezoeken ook het champagnehuis in een voormalige appendum van de abdij, het huis Monial in de Celliers aux Moines (Colombé le Sec).

De Cisterciënzerabdij zelf, uit 1115, werd tijdens de Franse revolutie omgevormd tot gevangenis; het enorme terrein heeft de allure van een kleine stad.

We sluiten de dag af in de loungezetels in de tuin van hotel, met een glaasje bubbels en lectuur: vakantie!

p1000009p1000007p1000012p1000042

Zondag rijden we de andere kant op, richting grote meren van het “parc naturel régional de la fôret d’orient”. We vinden een parking in Geraudot en springen op de fiets voor een rondje Lac d’ Orient (Vélovoie des Lacs). Een flinke zon zorgt voor 30°C, we zijn blij dat we het water dichtbij hebben, de strandjes zitten overvol met Fransen op zondagsuitstap. We besluiten Troyes te laten voor wat het is en rijden via kleine baantjes noordwaarts. Onderweg zien we een aantal prachtige houten kerkjes, typisch voor deze streek.

We breien er nog een nachtje aan en vinden een kleine charmante camping in Arcis sur Aube, de camping de l’Ile Cherlieu.

Wanneer we ’s avonds iets willen gaan eten, blijkt zowat alles dicht te zijn. Op een uitvalsweg vinden we restaurant Anzi – een lekkere Marokkaanse keuken met een grappige babbelzieke eigenaar. De volgende ochtend blijkt ook brood vinden een hele opgave. Vreemd, een streek die niet wakker ligt van toerisme? We vertrekken tegen de middag richting Reims waar we, na het verplicht bezoek aan de kathedraal, het office du tourisme opzoeken. Een rondrit per fiets langs de Art Nouveau springt in het oog, maar we komen niet echt onder de indruk, verwend als we zijn door bijvoorbeeld de huizen in Brussel. In de late namiddag wenden we dan ook het steven huiswaarts.

Al met al een geslaagd tussendoortje in een streek die nog veel meer te bieden heeft, op amper 4 uur rijden van thuis.

The Cotswolds en Oxford (2015)

De gezinsvakantie in de zomer van 2015 ging richting Cotswolds. Via internet vonden we een prima uitvalsbasis op Cotswold View camping nabij Charlbury. Voor de kids werd een extra tent voorzien, met 5 in een California camper is toch teveel van het goede… Op die manier beschikten we over een leuk “base camp”, en om volledig te verzwelgen in luxe besloot vrouwlief last minute met de gewone wagen mee te rijden. Zo konden we het kamp ongemoeid laten als we op stap gingen. De heenreis was best wel spannend: door een lange staking in Calais stonden er gigantische files en dit aan beide zijden van het Kanaal.

De dag van aankomst wandelden we nog even naar het centrum van Charlbury, waar alvast een interessante buurtsupermarkt was. Na ook de camping te hebben verkend kropen we tijdig onder wol.

Dag 2 reden we naar het kasteel van Chastleton, een site van de National Trust. De bedoeling was om een wandeling te maken uit het boek Weekend Walks in Britain, van de AA. Dat hadden we het jaar voordien in de Old Forge Antiques op de kop getikt in Appledore. De wandeling voerde ons door velden, het dorpje Little Compton, langs een verlaten steengroeve en vervolgens, na enkele heerlijke vergezichten, terug naar de parking, waar intussen alle andere wagens waren verdwenen.

Dag 3 besloten we in de buurt te blijven: we verkenden te voet het stadje Woodstock, locatie van het superbekende Blenheim Castle – tot dan ons enkel bekend van de live CD van Jamie Cullum. Opnieuw besloten we om niet binnen te gaan. Het stadje zelf heeft immers ook heel wat bieden, met leuke shops (interieur, brocante,…) en typische pubs.

De dag nadien trokken we er terug op uit, naar Minster Lovell, een in oorsprong 15de eeuws complex waar we tijdens onze wandeling een heerlijke picknickplek vonden in de zon. Interessante site, mooie natuur, lekker weertje… voorwaar een geslaagde dag.

Dag 5 besloten we dat we klaar waren voor het grotere werk: naar Oxford! Waar te beginnen? De shops, de vele pleintjes en kerken, een te grote keuze aan historische “colleges”? De auto lieten we achter op de grote parking aan Becket Street, om te voet via Oxford Castle naar Christ Church te wandelen, met de bekende Tom Tower, en waar we de beroemde eetzaal konden bekijken (Alice in Wonderland meets Harry Potter) naast het bijzondere plafond van de traphal.

Stonden ook nog op het programma: Corpus Christi College, Sheldonia Theatre, Carfax Tower en de omgeving van Radcliffe Camera, dat we vanop de top van de University Church of St Mary the Virgin konden bewonderen. Toch wel behoorlijke arbeid voor onze arme voeten; ’s middag konden we gelukkig picknicken aan de River Cherwell, nabij de plek waar de eerste geslaagde ballonvaart ooit werd gehouden (1784, James Sadler, mocht u ooit een kwisvraag nodig hebben). We konden er naar hartenlust commentaar geven op al dan niet geslaagde vaarpogingen met de typische platte bootjes.

Dag 6 intussen: we vertrokken ditmaal noordwaarts en kwamen toevallig de site van de Gloucestershire Warwickshire Railway ofte G.W.R.Steamway tegen, nabij Toddington. Blijkt een must bij elke trip in Engeland: stoomtreintjes kijken. Ook hier weer fraaie gerestaureerde exemplaren, naast vermoeide afdankers wachtend op wat liefde (en héééél veel vrijwilligerswerk).

We reden verder naar Sudeley Castle, waar – eveneens een traditie – de kinderen zich in middeleeuws tenue konden verkleden. In de kerk ligt trouwens nog een echtgenote van Henry VIII, namelijk Katherine Parr, als enige koningin begraven op privé domein. Na een bijzonder interessante rondleiding verkenden we in de buurt nog wat kleine dorpjes.

De volgende dag (7) kwamen we terug voor een nieuwe wandeling uit ons boek van de Automobile Association. We verkenden de omgeving van Upper en Lower Slaughter, met heerlijk ijs bij de oude brouwerij, en eindigden onze dag in het net wat te “cleane” Bourton.

De laatste dag (8) besloten we om terug naar Oxford te gaan, maar dat viel uiteindelijk wat tegen, zodat we tijdig terugkeerden naar de camping voor een laatste avondje niksen.

De terugkeer naar Dover verliep vlot – de files waren intussen verdwenen – en zo stonden we de volgende avond terug in het vertrouwde Brugge.

Weekend Amsterdam (2016)

September: omdat Caroline terug aan het werk is, valt het beloofde tripje met Liesbeth naar Tourettes-sur-Loup en de heerlijke B&B Le Mas des Cigales in het water. Als alternatief stel ik voor om 3 dagen Amsterdam te verkennen met z’n tweetjes.

We vertrekken ’s vrijdags na het avondeten en komen na een vlotte rit rond 21u45 toe op de stadscamping in Amsterdam. Camping Vliegenbos ligt in het noorden, voorbij het IJ, op wandelafstand van de pontjes die je meteen in het centrum droppen.

We krijgen een plek toegewezen voor de slagboom, installeren ons en duiken nog even in een paar folders die we bij de receptie konden oppikken. Algauw roept de slaap…

We starten zaterdag met een kom muesli met fruit, en thee, en kopen in de campingwinkel wat broodjes voor de picnic. We springen op de fiets en gaan met de overzet naar het centraal station waar we een plattegrond kopen. De fietsen laten we achter bij de Schreierstoren en via achterafstraatjes en grachten wandelen we tot de Nieuwmarkt, waar we beleg kopen voor onze broodjes. Via de Zuiderkerk en het Rembrandthuis gaat het verder tot op de vlooienmarkt van het Waterlooplein. Liesbeth duikt letterlijk een stapel kleren in, zelf haal ik enkele boeken uit het aanbod. Verder hou ik de traditie hoog en koop een leuke T-shirt (“he’s offline”).

Op het einde van de markt komen we aan de Mozes en Aaronkerk, waar toevallig een gratis orgelconcertje loopt (Olga Minkina) en we het laatste stuk (Toccata van Muschel) meepikken. Dan is het tijd voor een hapje – we vinden een leuke plek aan de Montelbaanstoren tot we beseffen dat het brood in de fietszakken zit… We keren daarom op onze stappen terug en dwalen nog even door het magnifieke hotel in het voormalige hoofdkantoor van de Koninklijke Nederlandse Stoommaatschappij.

Bokes eten aan de kade van NEMO, bootjes bekijken in het museumdok en vervolgens even het dak op – wat een leuke spot! We springen binnen bij ARCAM, de architectuurvereniging, maar vinden er geen leuke folders.

We zien “aan de overkant van het water” iets wat op een festival lijkt en rijden er naartoe. Achter het Scheepvaartmuseum vindt net het jaarlijkse bierfestival TAB plaats, met live muziek. Ideaal om gewoon wat rond te hangen.We blijven in de sfeer bij het Roestcafé wat verderop, een unieke culturele vrijplaats op de voormalige Koud Gas Fabriek.

Tenslotte verkennen we kort nog de nieuwbouw op het JAVA-eiland en nemen er het veer terug richting de camping.

Simpele pasta met spaghettisaus, afwas, rummicup en bed in.

Dag twee verkennen we de rosse buurt aan de Voorburg, rijden door de theaterbuurt en terug langs het paleis naar de Oude Kerk, waar ook een brocante/vlooienmarkt loopt. We struinen wat rond, zonder veel resultaat – behalve een koeienvellen handtas. Het hasj-museum “ruikt” teveel naar afzetterij, we focussen ons op ander Hollands plantgoed…

Rond het station is het gigantisch druk, er is de jaarlijkse loop Van Dam tot Dam. Picnic nemen we aan de rand van één van de vele grachten en nadien rijden we door naar de Westergasfabriek, een schitterend reconversieproject met tentoonstellingsruimtes, sport en recreatie in het groen, leuke cafés… we bezoeken er een duurzaamheidsbeurs met veel lekkers, en enkele boeiende kunstprojecten.

Langs het IJ rijden we terug en doen inkopen in de Albert Hein – waar we de leuke knul van Unicef moeten afschepen. We nemen een andere veerpont en tot onze verrassing komen we toe vlakbij de oude scheepswerven, een intrigerende brok nieuwe stadsontwikkeling. We pedaleren wat rond, bekijken de hotelkraan, en rijden binnen in de grote hall. We zeggen de Barbie Peepshow hello maar worden uiteindelijk vriendelijk doch kordaat zoals dat heet, buiten gezet door een verantwoordelijke dame.

We keren dan maar terug op onze stappen. Richting camping gaat het nog langsheen  het nieuwe filmmuseum Eye en de toren Overhoeks.

p1000146Eénmaal terug in basecamp improviseren we gemarineerde vis met groentjes. Jammer genoeg moeten we later op de nacht nog onze Spaanse buren vragen om meer noordelijker uren van nachtrust te respecteren. Gelukkig draaien ze het volume laag.

De volgende ochtend krantje buiten en rustig ontbijt. Liesbeth haalt wat slaap in en duikt pas na 10u op. We passen ons programma aan en zetten de bus nabij de (verschrikkelijk ogende) City Camp op Noord. Van daaruit met de fiets verder – terug de buurt van de Nederlandse Dok en Scheepsbouwmaatschappij verkennen. Je vindt er ook nieuwe architectuur, onder andere het schitterende gebouw de Kraanspoor. We zien het uitzendschip van Veronica aan de kade liggen – pure nostalgie – en eindigen de trip met een hapje en drankje op het terras van het lekker alternatieve Pllek.

Een buurt om zeker nog terug te komen. Zelf moeten we  helaas het weekendje afronden en we laten ons door onze trouwe Cali huiswaarts voeren.

Normandie Vexin (2015)

Met nog een korte week vakantie in augustus besloten we “op den bots” te vertrekken, met als enig vaag plan de kust van Normandië af te rijden. Omdat er voor de rest geen echt plan was, bleven we in die intentie steken…

We vertrokken richting Calais, om vervolgens via de kustbaan nog eens cap blanc nez te bezoeken, fossielen te zoeken in de krijtrotsen van Cran d’Escalles, en vervolgens flink uit te waaien op cap gris nez. Er was even twijfel over de parking, die mooi afgezet is met een poortje op 2m, maar toen ik een andere T4 Westfalia met uitgeklapt dak zag staan, besloten we te volgen. Alleen waren we vergeten dat we ook nog fietsen mee hadden, en die steken toch wel boven het dak uit. Gelukkig was de hoogte “op z’n Frans” bepaald!

Boulogne lieten we links liggen wegens gekend, maar bezoek er zeker het Nausicaa en de bovenstad. We verkenden wel uitgebreid Le Touquet per fiets. Er is een makkelijke camperparking nabij de jachthaven, aan de monding van de Canche – die valt haast volledig droog bij eb. Onderweg genoten we van lekkere mosselen in een kleine bistro.

 

Vermits we niks gereserveerd hadden, kwamen we terecht op een verschrikkelijk kampeerpark in St Cecile Plage. De bewaker reed ons voor langsheen de meest vreselijke stacaravans annex schuurtjes annex afdaken annex tuinkabouters, wij al zin om te keren, om vervolgens tot onze verbazing op een verhoogd platform in de duinen terecht te komen, met zicht op zee!

De volgende ochtend regen, daarom besloten we de abdij van Valloires te bezoeken. In de kerk een vernuftig stukje theater: tijdens de mis kon men een engel laten neerdalen boven het altaar. De aanliggende tuinen leken de moeite, maar geen optie in de regen.

 

Net voor Abbeville ligt een heerlijke terrassencamping Le Château des Tilleuls. Mooie plaatsen, prima sanitair, erg vriendelijk onthaal, en een leuk zwembad. Dochterlief had onmiddellijk een vriendinnetje, zodat we er meteen 2 nachten zijn blijven staan.

Abbeville zelf vonden we tegenvallen, al is een bezoekje aan de kerk St Sépulchre de moeite, om er de brandglazen ramen van kunstenaar Alfred Manessier te bewonderen. Jammer genoeg sloot de kerk net na aankomst, zodat we alles op een drafje moesten zien.

 

Het kanaal Abbeville – St.Valery leent zich uitstekend tot een verkenning per fiets, met genoeg kansen op eenvoudig spijs en drank. Foto’s trekken in een prachtig leegstaand voederbedrijf lukte jammer genoeg niet, wegens bewaking…

 

De volgende ochtend vertrokken we “richting zuid”. We lunchten in een resto Routiers en kregen een hoop toeristische tips van enkele locals. We besloten in Blangy sur Bresle de Manoir de Fontaine op te zoeken: een complex met diverse kleine leuke musea, onder meer over het blazen van glas. Meer dan 80% van alle parfumflesjes worden in Blangy gemaakt, blijkbaar vindt men er ideaal wit zand voor de glasproductie, en dit sinds de middeleeuwen. De uitleg was boeiend, de demo indrukwekkend, en zo werd het uiteraard weer laat.

 

Even internet raadplegen en enkele campings bellen. Camping St Paul had nog plaats, dus wij naar Lyons La Foret. De regio Vexin was ons totaal onbekend, maar wat een heerlijke ontdekking! Het stadje is een parel, en was in de middeleeuwen even het centrum van de macht toen Normandië een koninkrijk vormde met Engeland. Maurice Ravel had er een buitenverblijf. Voldoende voor enkele uren rondstruinen. Wie wil fietsen in de buurt moet wel rekening houden met soms stevige hellingen. Zo ook op de route naar de abdij van Mortemer, waar men in het park net alles in gereedheid bracht voor een griezelnacht.

 

De laatste dag brachten we door aan de oevers van de Seine in Les Andelys. We vonden een prima plekje aan het water, in de schaduw van het kasteel van Richard Leeuwenhart. Een onoverwinnelijk bolwerk, dat alle belegeringen kon weerstaan – ware het niet dat de eigenaar veel luxe wou, en in die tijd waren dat veel ramen. Jammer genoeg beschikte de vijand over enkele goede klimmers die via een raam de kapel binnen raakten, om vervolgens de poort open te zetten… Met de fiets verkenden we het stadje, pikten de lokale markt mee en kochten fantastische cider in de dienst voor toerisme.

 

Een ontspannen break die naar meer smaakt. En de kust van Normandië – staat intussen nog steeds op de bucket list.

 

Sporen in de Borinage (2015)

Tijdens een gestolen weekend in 2014 hadden we een stukje van deze boeiende streek reeds ontdekt. Gedurende een periode van gedwongen thuiszitten besluit ik najaar 2015 voor een tweedaagse terug te gaan. Met de mooie herfstdagen dus de fiets aan de bus gehangen en vertrokken. Campings zijn schaars in de streek, maar ik vind een geschikte uitvalsbasis voor de geplande verkenning, vlak tegenover het kasteel van Beloeil, op de camping à la ferme (bas prix, bas confort…).

Ook deze kant van de Borinage is een voormalige mijnstreek waar tot in de jaren ’60 steenkool werd gedolven. De streek is doorkruist door talloze kleine kanalen en spoorlijntjes waarmee het zwarte goud werd afgevoerd. Langs het water is het heerlijk fietsen, heel wat spoorlijntjes zijn intussen verdwenen, maar wie zoekt vindt nog de sporen (!) in het landschap.Via google had ik een oud spoorplan uit 1938 gevonden, en het idee was om daarmee aan de slag te gaan.

De uithoek van Henegouwen is toeristisch een wat verlaten streek, evenwel met heel wat kleine plekken vol “petites histoires”, maar ook leegstaande stationsgebouwen en fabrieken. Altijd leuk voor urbex foto’s, binnen raken is geen groot probleem. Afspraak is natuurlijk dat je geen spullen ontvreemdt en enkel je voetsporen achter laat.

Natuurlijk zijn er meer evidente bezienswaardigheden: bekend zijn Le Grand Hornu met het museum voor moderne kunst, het kasteel van Beloeil, en Bernissart waar men de dino’s vond die in Brussels Natuurhistorisch museum staan. In het dorp staat trouwens een piepklein museum met een volledig skelet. De dames van de lokale toeristische dienst verwennen je met een massa nuttige info en brochures – wellicht blij om een enthousiaste bezoeker te zien. De oude mijnsite met een uniek bewaarde stoompomp is er eveneens het verkennen waard.

Sinds de lente van 2015 bestaat in Henegouwen ook een fietsknooppuntennetwerk die aansluit op Vlaanderen en Frankrijk, met een overzichtelijke kaart als absolute top-tip. Altijd rustige wegen, meestal verkeersvrij, soms wat ruw doorheen stukken bos. Wie de actieradius uitbreidt staat zo over de grens in Condé, een versterkt stadje, of Bavay met haar grote Romeinse opgravingen.

De campings die we in de streek zagen zijn euh… ouderwets charmant. Maar een wild plekje vinden lijkt me geen probleem. Een streek om te ontdekken tijdens een kortbij lang weekend of zo.

Utrecht in tweevoud (2014)

Midden juli konden we terug enkele dagen op stap. Omdat alle weerkaarten bijzonder pessimistisch waren voor de zuidelijke landen, besloten we richting Nederland te trekken. Na wat rondneuzen op internet kwamen we bij camping Laag Kanje op de Utrechtse Zandheuvelrug. Daar hadden we voordien nog nooit van gehoord…

Een tussenstop in Antwerpen transformeerde tot een bezoekje aan de dinotentoonstelling, die toen in het Centraal Station liep. Onze jongste kon zich helemaal inleven in de wereld van deze reuzen.

Doordat het intussen laat was geworden, besloten we in Wuustwezel een nachtje aan de vijver van camping Keienven te blijven staan. De volgende dag stonden we snel in Maarn, waar we een prima plekje vonden in het bosgedeelte van de camping, die opvallend rustig was. Nabij ligt een recreatiemeer, dat we zo goed als voor onszelf hadden.

Met de fiets bezochten we in de omgeving het verrassende Huis Doorn. Hier vond de laatste keizer van Duitsland, Wilhelm II, onderdak na WO I. Hij bleef er en ligt er ook begraven, samen met verschillende van zijn lievelingshonden.

Omdat de regio duidelijk nog veel in petto had, besloten we eind juli met het hele gezin terug te gaan. Wat we niet hadden ingeschat, was dat in Nederland intussen ook de vakantie was begonnen, en zowel camping als recreatiemeer waren herschapen in een druk bevolkt gebied… Utrecht beviel ons prima met haar oude grachten en kades, het historisch centrum, en voor de kinderen – ditmaal voltallig – het museum van Dick Bruna, de geestelijke vader van Nijntje.

In Woudenberg bezochten we de exotische piramide van Austerlitz, opgetrokken door soldaten van Napoleon die daar gelegerd waren, en onder invloed van de ontdekkingsreizen die toen in Egypte waren opgezet. Later die week maakten we nog een lange fietstocht en bezochten we het Kasteel Amerongen.

Voor een goede vakantiemix bezochten we tenslotte ook nog het Ouwehands Dierenpark in Rhenen. Daar worden onder andere mishandelde bruine beren opgevangen, die voorheen bijvoorbeeld als dansbeer in het Oostblok door het leven gingen. Het park is ruim en aangenaam, en ook weer niet te groot – een behapbare uitstap voor het hele gezin dus.

Meteen het einde van een heerlijk ontspannen en zonnige week – we hoorden nadien dat men in het Zuiden regen, wolken en frisse temperaturen had moeten verdragen.

Het kan vreemd lopen.

 

Weekendje Zeeland (2014)

Omdat ons kleinste zo enthousiast vertelde over onze groene bus, wou een vriendinnetje ook wel eens proeven van het kamperen. Daarom gingen we in mei een weekendje naar Zeeland; we vonden een stek op mini-camping Elsenoord in Vrouwenpolder.

De twee meisjes ontpopten zich snel tot volwaardige reisleiders en waren meteen thuis in de bus en op de camping…

Wie Zeeland zegt, zegt fietsen. De fietspaden zijn er ruim en doorgaans losgekoppeld van het gewone verkeer. We huurden twee tandems en verkenden de omgeving. Het strand is overal dichtbij, en vooral de ruimte en rust voelt zalig aan. Het geslaagd weekendje werd passend afgesloten met een frisse lekkernij. Een dichtbij-regio waar we graag terugkeren.

 

 

Route Napoleon (2014)

Nadat we Kafka hadden getrotseerd bij de invoer van onze bus uit NL, en eindelijk onze nummerplaat konden ophangen, vertrokken we in de paasvakantie op maidentrip naar de Cote d’Azur. Via Brussel en Luxemburg rijden we richting Metz waar we de snelweg achter ons laten en de Moezel volgen tot in Pont à Mousson. Daar vinden we een eerste slaapplek aan de jachthaven.

We stonden er als lilliputter tussen enkele mastodonten, maar het is een plek met uitzicht en prima voorzieningen in het clubhuis. Na een inspiratieloze hap in het stadje kunnen we de camper officieel “inslapen”.

De volgende dag laten we de snelweg links liggen en houden we eerst aan op Vesoul, vervolgens Lons le Saulier om naar beneden te duiken via Chamberry naar Grenoble. Best een pittig stukje route, waar de motor heel betrouwbaar aanvoelt en ons overal brengt, mits we de oude dame nu en dan wat tijd gunnen.

We vinden een heerlijk plekje op de camping in Vizille, dat net open ging voor het seizoen.

De volgende dag vervoegen we de N85, Route Napoleon, voor een trip langs Le Drac en La Durance. Mooie cols, fotogenieke vergezichten…

Na een nachtje op een saaie camping vervolgen we de bergachtige route met een stop in het mooie Castellane, om vervolgens boven Grace de Route Napoleon definitief te verlaten en ons kompas te richten op Tourettes-sur-Loup. We stoppen in Bar-sur-Loup even bij confisserie Florian, waar men onder andere de violetjes, gekweekt in de streek, verwerkt tot heerlijk suikergoed.

In de late namiddag komen we tenslotte bij schoonbroer en (schoon)zus Stef en Veronique, die in Tourettes-sur-Loup de B&B Le Mas des Cigales uitbaten. Tijd voor een aantal dagen ontspannen genieten bij on-Belgische temperaturen!

De eerste trip zat er op, tot grote tevredenheid van onszelf en dochter Aline, die heel snel de slaapplaats boven tot haar territorium uitriep – samen met een legertje knuffels. Conclusie: een erg praktische en comfortabele campervan, met een oerdegelijke motor welke onverstoorbaar zijn werk doet. Sprintjes en snelle bergpassen moet je niet verwachten, maar sowieso zijn we op reis nooit gehaast. Een geslaagde test!